Als we onze energiefactuur onder controle willen houden, moeten we niet alleen schietgebiedjes prevelen dat de oorlog in het Midden-Oosten definitief voorbij is. We kunnen ook zelf onderzoeken hoe we het maximale uit de beschikbare energie halen. Door energie slimmer te sturen of door ze te delen bijvoorbeeld. Pallieter Muyldermans, director Origination & Sales, bij BEE legt ons uit wat het is en wanneer het interessant kan zijn voor recyclingbedrijven.
BEE bestaat sinds 2010 en staat voor Belgian Eco Energy. “Wat ons uniek maakt is dat we 100% Belgisch zijn en volledig verticaal geïntegreerd. Dat wil zeggen dat we zowel lokaal energie opwekken als verdelen, maar dan wel louter aan B2B-klanten. Het gros van de energie komt uit de biomassacentrale in de Gentse haven. Die haalt 20 MW elektriciteit en 30 MW aan warmte uit de verbranding van afvalhout. Via een warmtenet wordt dat 24/7 ter beschikking gesteld van grote verbruikers. Door in te zetten op transparantie en op kennis. Net door onze verticale integratie kunnen we klanten adviseren of het voor hen rendabel is om te investeren in eigen assets. Een oefening die BEE ook maakte met de brouwerij van Chimay. “De 5.200 MWh/jaar energie die we daar opwekken met onze windmolen (BEE droeg de investering van 3,3 miljoen euro zelf), wordt rechtstreeks ingezet voor het bottelen van de befaamde trappistenbieren, het overschot wordt in het net gepompt.”
Net met die overschotten moeten we volgens BEE meer gaan doen. Enerzijds zet het bedrijf in op een slimme sturing: van zijn eigen assets en van die van klanten. “Netbeheerder Elia moet erover waken dat op elke seconde de energie die opgewekt wordt en op het net gaat in overeenstemming is met het verbruik. Een moeilijke inschatting die normaliter leidt tot afwijkingen, als er bijvoorbeeld meer of minder zon is dan het weerbericht voorspeld had. Dat verschil noemen we de onbalans van het net. Er wordt ook een prijs op geplakt, dat maakt dat de prijs van elektriciteit per kwartier kan verschillen.” Daar liggen volgens Muyldermans nog kansen voor bedrijven die de flexibiliteit hebben om te spelen met hun energie. “Ze kunnen die energie dan slim sturen om in te spelen op momenten dat er te veel of te weinig elektriciteit is. In ruil voor een vergoeding, laten ze ons dan connecteren met bijvoorbeeld hun zonnepaneleninstallatie of hun batterij om die in of uit te schakelen. Dit kan ook een instrument zijn om netcongestie tegen te gaan.”

Anderzijds is er energiedelen. Iets wat nog niet zo vaak wordt toegepast, maar wel aan populariteit wint. “De bedoeling is dan om je overschotten in plaats van op het net te injecteren ter beschikking te stellen van een andere gebruiker. De meest eenvoudige toepassing is die van een bedrijf met meerdere vestigingen, maar met maar één windmolen. Ze gaan dan de energie van die windmolen in real-time ter beschikking stellen van de andere sites. Dat gebeurt dan voor een vaste prijs en voor een vaste termijn. Een goede manier om je assets beter te valoriseren.” Bijkomende troeven zijn de traceerbaarheid en de budgetzekerheid. Zoals gezegd gaat het om een uitwisseling in real-time. “Idealiter gaat het dan niet om overschotten op het middaguur, wanneer er elektriciteit te veel is, maar in de ochtend of avond. In de praktijk maakt dat energiedelen vandaag vooral interessant voor grote installaties.”
BEE adviseert zijn klanten hoe ze het meeste uit hun eigen energiebronnen kunnen halen en hoe ze hun verbruik kunnen optimaliseren. Muyldermans ziet ook toekomst in ‘heat as a service’. “Veel productiebedrijven beschikken over een warmwaterbuffers, vaak gasgestuurd en met een enorme rekening tot gevolg. Dat kan slimmer door de opwarming te laten gebeuren op basis van de elektriciteitsprijzen. Dat wordt the next big thing”, voorspelt hij.
