Europa en België zetten stevig in op een circulaire economie. De doelstellingen zijn duidelijk, de ambities hoog. Maar wie naar de praktijk kijkt, ziet een andere realiteit. De sector die deze transitie moet waarmaken, krijgt het steeds moeilijker om die rol effectief op te nemen.
De afval- en recyclingsector staat vandaag onder druk door randvoorwaarden die niet volgen. Energieprijzen blijven hoog en onvoorspelbaar, terwijl net onze sector energie-intensief is. Dat zet het concurrentievermogen onder spanning, zeker in een internationale context waar die kosten niet overal even zwaar doorwegen. Circulariteit organiseren is één zaak, ze economisch haalbaar houden is een andere.
Daarnaast groeit de spanning rond eindverwerking. Meer recycling betekent niet dat verbranding of storten overbodig worden. Voor bepaalde reststromen blijven veilige eindoplossingen noodzakelijk. Toch zien we dat net die capaciteit onder druk staat. Projecten zoals de nieuwe asbestcementatielijn van OVMB tonen nochtans hoe cruciaal zulke infrastructuur is. Ze zorgen ervoor dat gevaarlijke materialen definitief en veilig uit de kringloop worden gehaald. Zonder die schakels raakt de hele keten uit balans.
Tegelijk liggen er ook duidelijke kansen. Het engagement tot samenwerking tussen Vlaanderen, Nederland en Noordrijn-Westfalen wijst op het poten-tieel van een grensoverschrijdende circulaire markt. Schaalvergroting, betere afstemming en een efficiëntere inzet van capaciteit kunnen de sector vooruit helpen. Maar dat vraagt meer dan intenties alleen. Administratieve drempels moeten verdwijnen, regels beter op elkaar worden afgestemd en procedures vereenvoudigd.
De rode draad is duidelijk. Circulariteit werkt alleen als het volledige systeem klopt. Als beleid, markt en infrastructuur op elkaar afgestemd zijn. Als bedrijven kunnen investeren met voldoende zekerheid. En als alle schakels in de keten erkend worden voor hun rol, ook wanneer die minder zichtbaar of minder populair is.
In deze katern brengen we die spanningsvelden samen en schuiven we onze prioriteiten naar voren. Niet om de ambitie in vraag te stellen, wel om ze werkbaar te maken. Want wie de circulaire economie ernstig neemt, moet ook de voorwaarden creëren om ze te laten slagen.