[00:03] Introductie van het thema batterijbranden
Nele Roobrouck: Welkom bij Trash Talks, de podcast waarin we ingaan op actuele dossiers in de afval- en recyclagesector. Vandaag hebben we het over een zeer actueel thema dat steeds vaker letterlijk in vlammen opgaat: lithium-ionbatterijen die in onze afvalstromen terechtkomen. De impact is groot, zowel op het vlak van veiligheid, bijvoorbeeld voor de werknemers, maar ook op de bedrijfsvoering, het uitvallen van sorteerlijnen. Maar daarnaast ook op de verzekerbaarheid. Hoe zal ik mijn bedrijf nog kunnen verzekeren? En wat is de financiële impact van dit alles? De centrale vraag van vandaag: is het een probleem van de sector of een systeemfout in de keten? Ik bespreek dit thema heel graag met twee experten: Wim Pype, International Sales Manager van Renewi E-Waste, en Paul Casier, CEO Group Casier. Welkom allebei.
Paul Casier: Goedemorgen.
Nele Roobrouck: Dank om ons te hebben.
Wim Pype: Dank u wel dat u ons uitgenodigd hebt hier.
Nele Roobrouck: Maar vooral, voor we in het thema van onze branden duiken, zou ik heel graag weten wat jullie bedrijf precies doet. Paul?
[01:11] Group Casier en risicobeheer
Paul Casier: Wij zijn van oorsprong verzekeringsmakelaars. Om helemaal eerlijk te zijn: vlaspietjes van handelei. Overgrootvader was vlashandelaar, maar we gaan dat verhaal niet vertellen. We zijn nog altijd die verzekeringsmakelaar. Samen met onze ondernemingsklant gaan we een inventaris maken van wat verzekerd moet worden. We adviseren over de haalbaarheid, over de waarborgen, de vrijstellingen, en om daar eigenlijk goed afgesproken en afgewogen verwachtingen te gaan opbouwen en die te gaan presenteren aan verzekeraars om een geschikte verzekeraar te vinden. En als we die vinden, dan verwachten we van die verzekeraar dat hij zijn verplichting correct nakomt. We gaan dat ook begeleiden, we gaan dat ook controleren en als het een beetje kan, met heel wat druk, vragen we ook dat hij dan bovenop nog een keer competitief is. We bedienen onze klanten doorheen heel het land en sommige klanten hebben een filiaal in het buitenland, soms meerdere filialen, en die begeleiden we ook. En we doen dat samen met onze netwerkpartners. En langs die weg zijn we aanwezig in 120 landen. En sinds 2006, nu 20 jaar, zijn we ook actief als risicobeheerder. En dan kan je je even de vraag stellen: wat dekt die lading? En ik ga gewoon drie accenten leggen, heel kort. Het eerste accent is dat we bedrijven helpen om heel hard in te zetten op preventie. Dat zal vandaag zeker aan bod komen. We kijken ook uit naar alternatieve vormen van transfer van risico. Niet alles is oplosbaar met verzekeringen, dus moet je soms naar andere middelen grijpen. En we adviseren soms klanten ook op niet-verzekerbare risico’s, zoals bijvoorbeeld contractbeheer of wijzigingen in het klimaat.
[03:01] Renewi en de verwerking van e-waste
Nele Roobrouck: Wim, jij werkt bij Renewi.
Wim Pype: Ja, misschien begin ik met Renewi. Renewi is een puur waste-to-productbedrijf. Ons doel is om onze wereld en de omgeving te beschermen door nieuw leven te geven aan gebruikte en afgedankte materialen. Renewi is actief in de recyclage en de afvalverwerking over verschillende stromen heen. Die materialen noemen we eigenlijk stromen. Dit betreft zowel commercieel als industrieel afval. Onze corebusiness is materialen zo veilig en zo hoogwaardig mogelijk teruggeven in de keten. Dus dat betekent heel veel mechanische processen, heel veel logistiek, maar helaas ook steeds meer brandrisico’s. Daarnaast spelen we ook een verbindende rol in de circulaire economie. We brengen partners en spelers in de sector samen om nieuwe oplossingen te ontwikkelen. Zo helpen we onze partners en onze klanten om hun duurzaamheidsambities waar te maken met een tastbare impact voor mens en milieu. Renewi is geen kleine speler. Ik kan u een aantal cijfertjes geven. We zijn voornamelijk in België en Nederland actief. We hebben ongeveer 120 sites met 6.000 medewerkers. Kijk je naar ons klantenportefeuille, dan spreken we vlug over 150.000 klanten. En in ons vorige fiscale jaar, dat eigenlijk geëindigd is op 31 maart, hebben we 6,4 miljoen ton circulaire materialen opnieuw op de markt gebracht. Dus dat is wel redelijk veel. We zijn actief in vier landen. Dus ik gaf u al aan Nederland en België, maar we hebben ook een aantal sites in Frankrijk en Portugal. En ons bedrijf bestaat eigenlijk uit twee grote sectoren of afdelingen. Enerzijds de commercial waste-afdeling, dat is de grootste, maar daarnaast ook de specialities-afdeling. En daaronder zit e-waste, waarvoor ik dan commercieel actief ben, die dus de verwerking doet van afgedankte elektrische en elektronische apparaten. Maar de andere twee partijen, of de andere twee bedrijven van specialities zijn dan Maltha, met de glasrecycling, en Mineralz & Water, die dus de reiniging en de verwerking van bodem, gesteenten en water doen. Ikzelf ben actief in de e-wastesector. Ik ben commercieel verantwoordelijk. Onze locaties liggen in Nederland, België en Frankrijk. De plastics die dan komen uit die e-waste, dat is heel belangrijk voor ons. Daar hebben we een apart bedrijfje opgezet. Daar proberen we de plastics zo hoogwaardig mogelijk opnieuw in te zetten. Persoonlijk ben ik ook zeer actief met branden of bij branden. Ik ben brandweerofficier en ook postoverste in de gemeente waar ik woon. En vandaar kom ik eigenlijk beroepsmatig met die batterijbranden in aanraking, maar langs de andere kant probeer ik ze ook te bestrijden.
[06:06] Frequentie van batterijbranden in de sector
Nele Roobrouck: Het wordt boeiend. Zeker, met twee professionals aan tafel. Maar bon, laat ons beginnen met de dagelijkse realiteit. We horen, we lezen het vaak in de pers: een brand in een afvalverwerkend bedrijf. Maar Wim, kan jij een inschatting maken hoe vaak jullie, jullie collega-gasten, het gaat hier natuurlijk niet alleen over één bedrijf vandaag, maar hoe vaak jullie met een dergelijke brand te maken hebben?
Wim Pype: Laat me dat eventjes schetsen. Batterijbranden zijn op vandaag geen uitzondering meer. Het is eigenlijk geen incidentendossier meer, maar het is een structureel veiligheidsprobleem. In bepaalde installaties spreken we niet meer over één of twee gevallen per jaar, maar over een wekelijkse realiteit. Soms snel onder controle, heel klein, door ergens een voorman heel snel afgeblust, maar soms heel ernstig met een enorme impact. De meeste van die branden ontstaan niet omdat wij batterijen verwerken, maar net omdat die batterijen in de verkeerde afvalstroom terechtkomen. Dus jullie kennen allemaal het papier waarin dat kleine knoopcelbatterijtje zit in die wenskaarten. PMD, dus de mensen gooien speelgoed in het PMD waarin er wat elektronica zit met de batterij, maar ook restafval. Dus daar horen die batterijen niet in thuis. Een enkel voorbeeld, bijvoorbeeld een vapeje of een speelgoedje of een elektrisch tandenborsteltje, dat kan volstaan om een volledige sorteerlijn te laten uitbranden. Wij hebben toch wel een voorbeeld, waar ik zelf toch veel over nagedacht heb en dat mij persoonlijk ook wel geraakt heeft. Dat is onze grote brand die we gehad hebben in onze fabriek in Luik, Wandre nabij Luik, in augustus 2023, toch wel een tijdje geleden. Ergens een powerbank, denken we. Dus mechanisch belast, interne kortsluiting, de thermal runaway. Iedereen die al een beetje met batterijbrand te maken heeft, kent die term al. Binnen de seconde stond een vierkante meter in brand. Nog geen minuut later de volledige box. Dus een zeer agressieve brand. Met dan nog een keer bijkomend: het dak, dat bestaat uit een metalen constructie, is door de hitte gewoon naar beneden gekomen. De brand was nog volop aan het laaien, dus die heeft zich verspreid over alle andere boxen heen. Dus dat was echt een inferno. Dus dat was bij ons eigenlijk wel een grote wake-up. Nu, als we kijken naar de problematiek Europees, ik heb een aantal cijfertjes erbij gehaald, dan zien we in Frankrijk dat het aantal branden in afvalverwerkingsinstallaties gelinkt aan lithiumbatterijen tussen 2019 en 2023 verdubbeld is. In Oostenrijk waren er jaarlijks 180 tot 250 branden in afvalverwerkingsinstallaties toegeschreven aan die batterijen. In Duitsland, luister goed, tot 30 brandincidenten per dag in inzamelvoertuigen en verwerkingsinstallaties, waarvan aangetoond dat 80% veroorzaakt is door lithiumbatterijen. Kijken we naar het Verenigd Koninkrijk. In 2023 werden meer dan 1.200 batterijgerelateerde branden gemeld in vuilniswagens en afvalsites. Dat was een stijging van 71% ten opzichte van 2022. Voor België heb ik niet echt cijfers beschikbaar. Ik denk dat die niet ook heel duidelijk zijn. Maar die gaan zeker in lijn liggen met onze omringende landen.
[09:51] Gebrek aan Belgische cijfers
Nele Roobrouck: Het is inderdaad zo dat we in België heel moeilijk cijfers terugvinden. Dat heeft volgens ons twee oorzaken. Eén, het is moeilijk om als bedrijf daar steeds vooruit te komen, want dan heb je de link met de verzekeraar. Maar anderzijds ook is het gewoon door de brandweer dat het niet wordt bijgehouden, en ik ben blijkbaar bij jou aan het juiste adres bijna. Maar ook dat het niet door de overheden wordt bijgehouden, want het zou wel voor ons, ook als sectorfederatie, heel goed zijn om daar een beter zicht op te hebben, om daar beter op te kunnen inspelen. Maar ik ga overgaan naar jou, Paul. Hoe zien jullie dat in de praktijk? Het aantal gevallen stijgt?
Paul Casier: We moeten er geen doekjes om winden. Afval is in de meeste gevallen gewoon brandstof. En daarmee heb je eigenlijk al één onderdeel van de branddriehoek. Naast je brandstof heb je maar twee dingen meer nodig. Dat is zuurstof en dat is in de bedrijven allemaal aanwezig. En het laatste element is een ontstekingsbron. En dus veel eerder dan wat we in de tijd gedaan hebben met de scouts, met lucifers, op vandaag worden wij overspoeld. Worden de recyclagebedrijven overspoeld door die ontstekingsbronnen die overal rechtmatig of onrechtmatig aanwezig zijn. En veel van onze klanten geven toe dat ze zeer regelmatig een brand hebben, tot en met wekelijks. En er zijn er heel veel die gewoon niet tot bij de overheid of tot bij de verzekeraar geraken omdat ze proactief optreden, daar ook wat schaamte over hebben en ten opzichte van elkaar dat niet willen toegeven. Maar wij weten uit de contacten die we hebben dat wekelijks voor bepaalde bedrijven niet uitzonderlijk is.
[11:29] Van incident naar structureel probleem
Nele Roobrouck: Dus eigenlijk als ik dit allemaal hoor, moeten we bijna stellen dat we echt op een kantelpunt zitten. Waar het vroeger, neem nu de jaren 20 en vroeger, echt wel nu en dan eens was, moeten we stellen dat dit vandaag geen jaarlijks fenomeen, maar echt een dagdagelijks fenomeen is. En eigenlijk ook een structureel probleem begint zich te vormen. Maar als we nu kijken naar de hoeveelheid branden, Wim, die zijn moeilijk onder controle te krijgen. En dan heb ik het ook over de hoeveelheid. Dus we kunnen eigenlijk stellen dat er een oorzaak is. En de oorzaak is: de batterij bevindt zich in een stroom waar het gewoon niet thuishoort. Hoe zien jullie dat om die oorzaken eventueel op te lossen?
[12:11] Waarom lithium-ionbatterijen gevaarlijk zijn
Wim Pype: Ja, je spreekt over de oorzaak van de branden. Dus lithium-ionbatterijen zijn eigenlijk de grote oorzaak van die grote brand. Ik kan dat eventjes toelichten waarom die lithium-ionbatterijen eigenlijk zo gevaarlijk zijn. Op zich is dat een hele goede uitvinding, het is technisch indrukwekkend. Die batterijen hebben een hele hoge energiedichtheid. Ze zijn compact, ze zijn krachtig, ze moeten eigenlijk de energie leveren op het moment dat de consument of de gebruiker dat vraagt. Maar die eigenschappen maken ze ook extreem gevoelig bij beschadiging. Dus wat eigenlijk een lithium-ionbatterij zo verraderlijk maakt, is dat ze normaal gezien veilig zijn voor het gebruik, maar een keer dat ze mechanisch beschadigd zijn, dan heb je een enorm probleem. Binnen de afval- en recyclagesector hebben lithium-ionbatterijen geleid tot een nieuw type brandrisico dat fundamenteel verschilt van de klassieke industriële branden. Het gaat niet om een externe ontsteking of een falende installatie, maar om hoogenergetische, autonome energiebronnen of ontstekingsbronnen die eigenlijk in onze inputstromen embedded zijn. Wat gebeurt er nu technisch? Wanneer de separator tussen de anode en de kathode beschadigd geraakt, dan ontstaat daar een interne kortsluiting en dat is een zelfvoedend proces. Dat geeft eigenlijk ook het vochtgehalte dat in de lucht aanwezig is nodig en dat leidt eigenlijk tot een thermische runaway. Dat is een zelfversterkend chemisch proces waarbij die celletjes lokaal de temperaturen kunnen oplopen tot ergens 600 tot 1.000 graden. Op het moment dat dat ontleedt, zijn die gassen bovenop nog een keer brandbaar. En ze genereren ook zuurstofrijke ontledingsproducten. Dus dat is eigenlijk een perfect recept om die brand razendsnel te doen ontwikkelen. En zoals Paul al aangaf, alles rond die cel is eigenlijk brandstof. Dus dat begint onmiddellijk te pyrolyseren en je hebt eigenlijk een perfecte cocktail voor hele grote branden. En die kortsluiting is nu exact wat er in het recyclageproces kan gebeuren. Dus lithium-ion-falen komt vrijwel altijd tot stand door mechanische stress. Dus binnen de afvalsector zijn we met grote krachten bezig. We gaan met wielladers die stroom ergens stockeren in bunkers. Eventueel gebruiken we kranen voor een voorafscheiding. Dan gaan we dat, of dat gescheiden is, in opvangbakken storten. Dan gaat dat in onze lijn, dat wordt gezeefd, dat wordt gebroken, dat wordt verkleind. Dat is eigenlijk allemaal eigen aan het proces en dat is niet fout. Dat is correct. Maar die condities zijn inherent aan de afvalverwerking en zorgen ervoor dat die mechanische druk op die batterijen ontstaat.
[15:13] Mechanische schade aan batterijen
Nele Roobrouck: Eigenlijk kunnen we stellen dat al die stappen die ondernomen worden, schade kunnen toebrengen aan de batterij. Die natuurlijk niet in die afvalstroom thuishoort, maar als het gebroken wordt, kan er opnieuw een schade zijn. Als het geperst wordt, is er een nieuwe mogelijkheid tot een vonk.
Wim Pype: Ja, dus die lithium-ionpacks zijn eigenlijk allemaal celletjes, allemaal kleine batterijtjes op zich. Tijdens gebruik van een batterij heb je relatief weinig branden. Het gebeurt af en toe eens dat er een batterij van een fiets of zo, dus die lithium-ionbatterijen, spontaan ontbranden. Dat is dan of dat ze bijvoorbeeld te lang te leeg zijn, dat ze niet voldoende opgeladen zijn, maar dat gebeurt relatief weinig. Het is eigenlijk het moment dat ze in de afdankfase komen, dat ze dan onder die mechanische druk, zoals ik zo pas verteld heb, dat die celletjes ergens onder fysieke druk beginnen te staan. En dus die separators beginnen te scheuren en dan is het hek van de dam.
[16:12] Verzekerbaarheid van batterijbranden
Nele Roobrouck: Paul, als ik naar jou mag gaan. Hoe gaat een verzekeraar eigenlijk om met zo’n risico dat eigenlijk moeilijk voorspelbaar is, moeilijk beheersbaar? Een batterij arriveert in een afvalstroom bij een bedrijf en het risico zit dan bij het bedrijf.
Paul Casier: Het probleem is dat het geen risico meer is. Het is een zekerheid. Dus een keer dat de batterij er is, is het gewoon een kwestie van tijd. Dan is het niet de vraag of het zal branden, het is gewoon de vraag wanneer het gaat branden. En verzekeringen zijn totaal afhankelijk van het onzekere element. Heb je geen onzeker element, dan heb je geen verzekering. Want het is gewoon de zekerheid dat er schade gaat ontstaan. Dus de verzekeraar die daarnaar kijkt, die zegt: waarom zou ik premie incasseren terwijl ik zeker ben dat er schade gaat zijn en dat ik die schade ga moeten betalen en dat die vele malen meer gaat zijn dan de premie die ik heb ontvangen? Dus de voorspelbaarheid is eigenlijk voorbij het onzekere element. We zitten in een situatie waarbij we eigenlijk moeten gaan kijken naar wanneer de schade zich voordoet, hoe dat het bedrijf daarmee gaat omgaan. En op vandaag ligt die plicht en die rust en die zware verantwoordelijkheid bij de recyclagebedrijven. En is de vraag die gesteld wordt, als je nog aan verzekering geraakt, is de vraag van de verzekeraar: wat ga je doen? Want je weet dat het gaat branden. Wat ga je doen om het aantal gevallen te verminderen, het aantal gevallen in te dijken? Dus hoe ga je proberen mogelijk te sorteren, zodat je toch een aantal batterijen kan onderscheppen en dus de frequentie gaan indijken? Maar daarna, een keer dat het brandt, wat zijn je middelen om die brand te lijf te gaan? Heb je water? Heb je automatische blussystemen? Heb je een brandweerploeg intern? Die vragen zijn van een totaal andere orde en is eigenlijk op vandaag helemaal eigen aan de sector en verklaart waarom het zo moeilijk is om verzekeraars te verleiden. Want de reguliere verzekeraars van in het verleden hadden de gewoonte om te zeggen: oké, het is onzeker, dus ik kan een bepaalde premie ontvangen en ik kan schade betalen. Nu is het zeker dat het gaat branden en ligt de focus helemaal anders. Ligt de focus op de verantwoordelijkheid en de hele zware verantwoordelijkheid op het management van het bedrijf. En het risico, als je denkt dat je nu nog altijd het risico kan overlaten aan een verzekeraar zonder iets te doen, dan denk ik dat je verkeerd bezig bent. De prijzen in verzekeringen zijn maal vier, maal vijf, soms meer, omhoog gegaan. En het aanbod van verzekeraars op vandaag is nog altijd aan het krimpen.
Nele Roobrouck: Dus het wordt niet evident om voor een afvalverwerkend bedrijf zonder preventie, preventiedoelstellingen enzovoort naar branden toe, om dan nog een premie te kunnen versieren bij een verzekeringsmaatschappij.
Paul Casier: Klopt.
[19:10] Bewustwording bij consumenten en producenten
Nele Roobrouck: Als ik nu terugga naar Wim. Zoals we al gezegd hebben: de batterij zit daar in de stroom waar zij eigenlijk niet hoort te zitten. Zijn burgers en bedrijven die eigenlijk de batterij inzamelen en ergens verkeerd zetten, is dat in de PMD-zak, is dat tussen het papier en karton, voldoende bewust van wat een impact kan zijn van een verkeerd gesorteerde batterij?
Wim Pype: Wel, we moeten eerlijk durven zeggen: de fout gebeurt vaak aan het begin van de keten, de schade zit aan het einde. Laat me dat duidelijk zijn. Consumenten en bedrijven zijn zich vaak niet bewust van de impact en de risico’s. Batterijen zijn klein, ze zijn geïntegreerd in producten en verdwijnen snel in het restafval. Producenten ontwerpen producten met batterijen, maar zonder altijd voldoende aandacht te hebben voor het einde van de levensduur. En dan komt dat product in onze installaties terecht, waar medewerkers en de infrastructuur eigenlijk het risico dragen. Dus onze mensen dragen daar echt een groot risico. Het is geen duurzame situatie, zeker niet op het vlak van veiligheid. Het is niet economisch en eigenlijk ook niet maatschappelijk. Meer dan 80% van de batterijbranden start door foutieve inzameling of door verkeerde productontwerpen. Dat is misschien groot, maar door niet genoeg stil te staan tijdens de periode van het ontwerpen van het product. Dus dat is eigenlijk een productdesignprobleem, daar ligt het al. Het is eigenlijk geen afvalprobleem. Ik heb eventjes ook wat cijfers van Bebat erbij gehaald. Bebat toont dat 90% van de inzamelefficiëntie mogelijk is bij de consument. Maar dat geldt eigenlijk alleen voor klassieke batterijen. Dus het echte probleem zit bij de ingebouwde batterijen.
Nele Roobrouck: Denken we aan onze gsm waarschijnlijk, de smartphone?
Wim Pype: Ja, dat zijn de vastgelijmde batterijen. Dat is dan nog een bijkomend probleem. Maar voornamelijk ingebouwde batterijen. 80% van alle lithium-ionbatterijen zit vast in het toestel. Dat is moeilijk te verwijderen. Ik daag jullie allemaal uit om ergens met een schroevendraaier of zo een lithium-ionbatterij eruit te halen. Dat is moeilijk.
Paul Casier: En niet zonder risico’s.
Wim Pype: En niet zonder risico’s, ja. Anderzijds heb je ook de vastgelijmde batterijen, zeker in de mobieltjes, in de smartphones, maar ook in tablets, in de earbuds. Echt technisch moeilijk te demonteren. Daarnaast de grote lithium-ionpacks. Dus denk maar aan de e-bikes, aan de e-steps, aan de powertools. Meer en meer van die boormachines zijn voorzien van zware batterijen. De thuisbatterijen ook. Dus dat is een probleem. En dan finaal de onzichtbare batterijen. Heel veel speelgoed, heel veel gadgets, e-sigaretten, daar zit eigenlijk een onzichtbare batterij in. De mensen denken dat dat op zich werkt, maar er zit ergens een batterijtje aan. Dus het is voornamelijk daar, in die vier punten die ik zo pas aangehaald heb, dat eigenlijk het probleem zit.
[22:24] Juridische verantwoordelijkheid en bewijsproblematiek
Nele Roobrouck: Ik heb daarnet aan jou gevraagd, Wim: we hebben een menselijke actie. De batterij wordt ergens gesorteerd, komt verkeerd terecht. Maar Paul, juridisch, financieel, de verantwoordelijkheid, waar komt die dan eigenlijk in zo’n geval terecht?
Paul Casier: Als we gaan kijken naar de gebruikers van batterijen, dan hebben we op vandaag eigenlijk nog geen of onvoldoende normen om een verkeerde sortering of een verkeerd gebruik te lijf te gaan. Zeer moeilijk om te bestrijden. Dat is ook een maatschappelijk probleem. We zetten een aantal stappen, maar het is een weg van lange adem. Dat weten we van de inspanningen die tot nog toe geleverd zijn geweest. Wat we wel zien, is in de verdere keten dat bepaalde verwerkers hun inzamelaar zullen gaan sanctioneren door een lading te weigeren of een boete uit te schrijven wanneer de lading niet beantwoordt aan de rechtmatige verwachtingen. Maar de weg is op dat vlak nog moeilijk en het enige waar je juridisch dan kan op terugvallen is de schending van de zorgvuldigheidsplicht. We zitten dan in het Burgerlijk Wetboek. Bij gebrek aan sancties is dat hetgeen waar je moet naar kijken. Maar het onzorgvuldig gedrag heeft nogal wat problemen om dat te gaan bestrijden of te gaan oplossen om te beginnen. Te weinig mensen zijn op vandaag nog altijd bewust van wat batterijen doen. We zijn wel met verschillende campagnes goed op weg, maar we moeten komen tot eigenlijk wel een maatschappelijke consensus. En als er een maatschappelijke consensus is, dan zal de rechtspraak ook volgen met de sanctionering tegen onmaatschappelijk gedrag. Het andere is eigenlijk nog veel moeilijker, dat is de bewijsproblematiek. Welke batterij is waar ingezameld geworden? Als je dus iemand met de vinger wil wijzen en zeggen: jij bent de dader, dan mag je wel behoorlijk wat bewijsmateriaal gaan verzamelen om dat doel te bereiken. We hebben al oplossingen met vuilniswagens waar camera’s op gemonteerd worden. De regio’s waarin de ophaling gebeurt kunnen geïdentificeerd worden. De stromen worden vastgelegd, de camerabeelden worden behouden. Ik ga niet zeggen dat het een druppel op een hete plaat is, maar het is in elk geval een zeer goede stap in de goede richting. Het is op vandaag nog te fractionair. En we zullen daar, en ik kom er straks zeker toe als argument, het is een en-en-verhaal. Maar uiteraard moeten we het maatschappelijk luik zeker bekijken en moeten we de mensen sensibiliseren. Pas dan zullen we ze kunnen aanspreken op onzorgvuldig gedrag.
[25:07] Mogelijke oplossingen en verantwoordelijkheid van producenten
Nele Roobrouck: Dus de sorteerbedrijven, de werknemers lopen een voortdurend risico. Vooral de werknemers ook, dat moeten we echt niet onder stoelen of banken steken. Maar wat zijn dan de mogelijke oplossingen? Je hebt het daarnet al aangehaald, een designprobleem. Moeten we de producenten wat meer in bad meenemen en zeggen van kijk, wij binnen de afvalsector, binnen de recyclagesector zien wat de problemen zijn. Producenten, kijk eens naar onze bevindingen.
Wim Pype: Ja zeker. Wij moeten met de producenten meer om de tafel komen. Dat is wel een uitdaging. De producenten luisteren niet supergraag, heb ik het gevoel, maar ik denk dat er wel een verbetering zit aan te komen. Wat denk ik belangrijk is, is dat er een modulair ontwerp bestaat. Dus dat betekent dat batterijen eigenlijk op een simpele manier moeten kunnen verwijderd worden. Dat ze die minder vastlijmen of niet vastlijmen. Tenminste dat er ook minder schroefwerk aan te pas komt. Maar daarnaast moet er ook een betere inzameling zijn. Er moeten meer inzamelpunten zijn. Er moet een aparte stroom gecreëerd worden voor de vapes of de e-sigaretten, voor de powerbanks, voor het speelgoed waarin dergelijke batterijen aanwezig zijn. Dan denk ik ook aan veilige opslag en transport. We moeten gebruikmaken van gecertificeerde containers, isolatie van die polen, zodat die plus en min niet meer bij elkaar kunnen komen. De mensen die in die sector tewerkgesteld zijn, moeten we goed trainen. En dan zeer belangrijk is een sterkere regelgeving. Er moeten vanuit Europa verplichtingen komen om bijvoorbeeld batterijen uitneembaar te maken. Er moet ook een UPV-versterking komen. Ik ga er straks nog op terugkomen. Dan een belangrijk punt. Ik denk dat verschillende partijen daarmee wel aan de slag zijn, maar wij moeten de consument bewust maken. Iedereen weet dat papier en karton mooi goed moet ingezameld worden, dat dat eigenlijk ten goede komt van het kappen van bomen, van het milieu, maar eigenlijk moet de consument ook bij restafval heel goed beseffen dat batterijen daarin niet thuishoren. Er moeten campagnes komen rond batterijen, rond het correct verzamelen van batterijen in specifieke inzamelbakken. En finaal dan bedrijfsoplossingen. Dus bedrijven waarin ik actief ben, wij moeten ook zeer goed kijken naar veilige opslag, naar goede compartimentering, naar het zo snel mogelijk verwerken van voorraden die binnengekomen zijn, traceerbaarheid. Dus ik denk dat dit de belangrijkste punten zijn waar we in de hele keten aandacht moeten voor hebben.
Paul Casier: Ik sluit volledig aan bij de ideeën van Wim. De huidige producenten van producten liggen eigenlijk niet wakker van die risico’s. Ze doen maar alsof er niks aan de hand is. Maar je zou bijvoorbeeld op Europees niveau een regel voor de eengemaakte markt kunnen invoeren waarbij alle batterijen per definitie vervangbaar zijn. Want dan zijn we circulair bezig en als we dan end-of-life zijn, dat ze afgezonderd kunnen worden, dat ze gemakkelijk kunnen verwijderd worden uit toestellen waarin ze zich bevinden. Dus je zou tegelijk de circulariteit bevorderen en de veiligheid van de downstreamgebruikers. De gebruikers zijn op vandaag nog bijzonder achteloos in het weggooien van de voorwerpen, zelfs van batterijen. Je moet je eens inbeelden wat de druk is op bijvoorbeeld de bouwpuin-inzamelaars. Die gaan vroeg in de morgen de container gaan plaatsen op de plaats waar de afbraakwerken gebeuren en zijn er als de kippen bij om die zo vlug mogelijk terug weg te halen. Want als je die container even te lang laat staan, dan moet je niet dromen wat allemaal in die container terechtkomt en wat ze allemaal moeten doen om dat materiaal te sorteren.
Nele Roobrouck: En dan bedoel je waarschijnlijk de buren of anderen in de straat?
Paul Casier: Iedere passant. Iedere gelegenheid is goed om materiaal te dumpen en niet naar het containerpark te brengen. Totaal achteloos. Ik heb nog een anekdote. Ik was op een bedrijf voor een controle van de elektriciteit. Dat was dus met een officiële keurder, ik ga de naam niet noemen. En we deden zowel de keuring van de laagspanning als thermografie met camera. En de camera deed het niet. En de keurder nam de camera en klopte een paar keer met de camera om ze aan de gang te krijgen. Dat lukte heel even en dan viel de camera terug uit. En dan deed hij de camera open en haalde de batterij eruit en hij beet erop om de energie te activeren en de batterij dan terug in de camera te steken. Dus het is weten wat die energie kan, wat die chemie kan, wat allemaal in die batterij zit, en toch niet bewust zijn van wat je daarmee veroorzaakt. Maar we moeten realist zijn. Ja, sensibilisering van de mensen. Ja, praten met de producenten. Jammer genoeg, afval zal altijd een materie zijn van regelgeving. Er moet regelgeving komen, maar er zit een tsunami aan batterijen. Voor de komende decennia zijn die nog op de markt aanwezig. Er zal altijd een restrisico zijn. Dus ook de inzamelaars en verwerkers zullen de nodige investeringen moeten doen om de batterijen te detecteren, te sorteren en om branden te bestrijden. Jammer genoeg.
[31:07] Impact van een brand op een afvalverwerkend bedrijf
Nele Roobrouck: En als we dan teruggaan naar de brand zelf. Stel, in 2023 heb je gezegd, Wim, jullie hadden een brand. Wat betekent dat concreet voor jullie activiteiten? Het volledige bedrijf, de sorteerlijn gaat plat. Hoe gaat het personeel hiermee om? Ik vermoed dat dat ook wel fel weegt op hen toen jullie die brand gehad hebben?
Wim Pype: Absoluut, absoluut. Nu, de installatie bij ons is gelukkig niet getroffen geweest omdat wij de voorraad ver genoeg van onze gebouwen plaatsen. Jammer genoeg zijn de volledige voorraad en de verschillende bunkers wel verloren gegaan. Ook het dak eigenlijk, dat erop stond, is volledig neergekomen, gewoon door de grote hitte. En dat is de schade. De schade was om en bij de één miljoen euro. Maar het is eigenlijk niet enkel de brand en de kosten, maar we hebben ook een stilstand, we hebben herstel dat moet uitgevoerd worden en we hebben dan meestal vaak heel lange gesprekken met overheden, met inspectiediensten, discussies met de buurt ook helemaal. Dus zeker de mensen die in de omgeving wonen, die zijn ook geïmpacteerd. Dus die vragen ook acties. De andere bedrijven op het industrieterrein. We hebben een verstoring van onze klantencontracten. Op een bepaald moment moet je de deur dichtdoen omdat we volop aan het blussen zijn. Dat betekent dat die volledige supply chain stil komt te liggen. Onze partners moeten zoeken naar oplossingen. Wij moeten ons calamiteitenplan naar boven halen. We moeten dat gaan activeren. Er komt daar superveel bij kijken. Ook onze afgewerkte producten kunnen we niet gaan uitleveren. Dus onze eindverwerkers staan aan te kloppen van: wanneer kan ik mijn materiaal krijgen? Nieuwe vergunningsaanvragen worden bemoeilijkt. Dus dat zijn nieuwe tenders waarop wij inschrijven. Het dossier wordt bemoeilijkt ook, omdat je moet aankomen met: wat is uw actieplan? En ga zo maar door. Financiële impact kan heel snel oplopen. Kleine brandkosten, ergens een paar honderd euro of misschien een paar duizend euro’s, maar grotere incidenten zoals dat wij gehad hebben, ergens al een miljoen of verschillende miljoenen euro’s schade, die kunnen variëren. Zoals ik al zei, ik heb een beetje opzoekwerk gedaan. In Frankrijk blijkt dat de kosten voor brand variëren tussen 199.000 euro en 1.300.000 euro. En dat nieuwe installaties tot 20% van hun bouwkosten moeten investeren in brandpreventie. Dus van die capex gaat er 20% naar brandpreventie. En ook de verzekeringspremies, als we nog verzekerd kunnen geraken, lopen die ook heel goed op. Dus dat weegt niet alleen financieel, maar ook op de continuïteit. Overheden worden ook steeds strenger. En terecht ook. Ze eisen ook meer rond brandpreventie. Vandaar dat dat ook een grote impact heeft op onze capex. Maar finaal wil ik hier nog aan toevoegen dat de impact even belangrijk is op onze mensen. Zij werken elke dag in een omgeving waarvan ze weten dat er een risico is. Eén fout gesorteerde batterij kan grote gevolgen hebben. Dat heeft ook een mentale belasting. We voelen dat ook aan de mensen. Zij weten dat dat hier kan gebeuren. Het is geen kwestie van of het gaat gebeuren, maar het is een kwestie van wanneer het gaat gebeuren. Je mag preventief nog zo goed bezig zijn, vroeg of laat gebeurt het bij ieder afval- of recyclagebedrijf.
[35:05] Hoe verloopt de afhandeling van een brandschade?
Nele Roobrouck: Als de brand dan, als alles in de fik staat, laat ons het zo maar zeggen, dan kom je bij de afwikkeling en krijgen jullie als verzekeraar heel snel de telefoon van help, het brandt. Kan je een beetje schetsen, Paul, wat eigenlijk de procedures zijn die in werking treden? Want ik denk dat heel veel luisteraars daar nog niet echt mee vertrouwd zijn. Hoe gaat dat precies? Wat wordt er gedekt? Hoe gaan jullie eigenlijk te werk bij een brand?
Paul Casier: Als de verzekering goed voorbereid is, en daar maken we toch wel een punt van, gaan we niet gemakkelijk een probleem hebben van dekking. Je probeert je honderd procent medeverzekering rond te krijgen, zodanig dat het volledig risico afgedekt is. En we gaan niet gemakkelijk een incident hebben waarbij een verzekeraar zegt: ik kom niet tussen, want het is niet gedekt. Brand is het meest vanzelfsprekende voor een verzekeraar. Dat is ook een van de oudste verzekeringen, samen met natuurrampen tussen haakjes. De eerste natuurrampenverzekeringen dateren van de jaren 1920. Normaal hebben we daar niet zoveel discussie over. Als de brand dan gebeurt, dan is er uiteraard het allereerste moment: alle hens aan dek om te proberen de brand te bestrijden, die uit te doven en vooral ook de schade te beperken, dat het niet overslaat. Met een brandweerman naast mij denk ik niet dat ik dat moet uitleggen. Dat is de zaak containen tot de plaats waar het gebeurd is, met het risico dat hetgeen daar aan het branden is verloren gaat, maar dat het niet groter wordt dan dat het is. Maar tegelijk is het bedrijf ook al aan het kijken om bepaalde vormen van schade die naar aanleiding van die brand kunnen ontstaan, om die te gaan beperken. De procedure met de verzekeraar is complex en is langdurig. En ze is langdurig omdat ze eigenlijk loopt totdat de schade helemaal hersteld is en de vergoeding er is. En dus de herstelling kan soms meer dan een jaar duren, want voor sommige projecten zijn er gewoon geen aannemers ter beschikking of kan de machine niet geleverd worden. En dus die complexiteit wordt gedragen door het feit dat er experten, zeer bevoegde mensen, ter plaatse komen om naar de omvang van de schade te kijken. En niet noodzakelijk offertes te moeten afwachten. Ze hebben dermate veel ervaring dat ze kunnen inschatten hoe groot die schade zal zijn en zullen ook vrij snel proberen om met de verzekerde, het bedrijf, tot een akkoord te komen over hoe groot die omvang is om dan heel snel de stap te zetten naar investering en herstelling. De eerste dagen is werkelijk bestrijding, omschrijven, begroten. Begroting kan nadien ook nog wat complexiteit hebben. Meestal is dat in termen van een paar maanden. Als het bedrijf geld nodig heeft, gaat de verzekeraar voorschotten betalen die gemakkelijk 75 tot 80 procent van de geraamde schade vertegenwoordigen. Er komen niet alleen experten bij kijken. De overheid komt. Wim heeft dat ondertussen al aangehaald. Wat je niet zou denken, maar het allereerste is bluswater. Wat gebeurt er met het bluswater? Stel je voor dat je een schade zou hebben op de grens tussen twee landen of twee gemeenschappen, waarbij de reglementering verschillend is. Dat is extra complexiteit. Je krijgt dus niet één, maar twee overheden voor hetzelfde probleem op bezoek. De overheid gaat kijken naar de omvang van de milieuschade, gaat reguleren of directief optreden met betrekking tot de maatregelen die moeten genomen worden. En uiteraard kan bij herstel, als je een omgevingsvergunning aanvraagt om je herstelling te doen, want soms is de schade dermate groot dat je langs een vergunning moet passeren. En dermate groot, ik ben blij dat Wim wat bescheidener bedragen noemt, maar in ons cliënteel, als we kijken in de laatste vijf jaren, situeren de schades zich tussen anderhalf miljoen en vijf miljoen. Dat is de orde van grootte die wij hebben zien passeren. Een grotere bestaat, maar is dan eerder zeer uitzonderlijk. Maar wel degelijk tussen anderhalf miljoen en vijf miljoen. De verzekerbaarheid blijft steunen op uiteindelijk een zeer eenvoudig concept. Namelijk: je moet handelen alsof je geen verzekering zou hebben. Dus alles wat je gaat doen om dat traject zo gemakkelijk als kan, zo draagbaar als kan te doen, is in de filosofie: had ik geen verzekering, hoe zou ik gehandeld hebben om mijn business terug up and running te krijgen?
[40:05] Preventie, detectie en opleiding
Nele Roobrouck: Goed, up and running krijgen. Maar we hebben gezegd: het is in principe beter voorkomen. Wim, jullie investeren massaal in preventie. Kan je uitleggen welke preventie? Ik vermoed detectiesystemen, procedures, opleidingen van personeel?
Wim Pype: Ja, preventie gaat eigenlijk heel ruim bij ons. Over het algemeen investeren wij daar heel zwaar in. Er zijn heel veel technieken. Denk maar bijvoorbeeld aan thermische camera’s, snelle detectiesystemen, gas- en rookdetectie, aparte brandzones, compartimentering, automatische blussystemen. Ik kan er heel veel noemen. Opslag van massaal heel veel water, dus grote debietopslagen noemen we dat. Aangepaste en uitgebreide procedures en continue opleiding van onze mensen. Dat is super. Maar langs de andere kant moeten we ook kijken naar de partners met wie we samenwerken. Dus wij moeten echt wel strikte acceptatieprocedures in voege laten treden. Dus we moeten dat heel hard afspreken met de partijen die bij ons aanleveren. Dit kan, dit kan niet. En dan zien we, als we dat een tijdje loslaten, dat die kwaliteit van die stroom die aangeleverd wordt achteruitgaat. Dus we moeten daar constant mee bezig zijn. Daarnaast ook brandoefeningen. Dat is ook belangrijk. Mensen opleiden, weten wat te doen bij een brand en ook af en toe die brandoefeningen, die interne oefeningen, doen met de brandweer. Ik kijk dat vanuit twee oogpunten. Enerzijds vanuit het bedrijfsperspectief, waarbij we de brandweer uitnodigen en vragen van: kijk, kun je dat opnemen in uw opleidingsplan? Kom bij ons oefenen zodanig dat je goed weet van waar liggen die hydranten, zijn die beschikbaar, waar ligt er open water, welke pompen kun je best gebruiken? Dit zijn oefeningen die we onlangs ook gedaan hebben op onze site in Luik. En daarbovenop hebben we dan ook nog de civiele bescherming uitgenodigd om met grote debietpompen het water uit het kanaal tot bij ons te krijgen. Dus dat is een eerste punt waar we vaak naar kijken, maar heel ruim. Dus heel ruim van leverancier tot mensen, tot acceptatieprocedures, tot oefeningen. Daarnaast worden er nieuwe systemen ontwikkeld die gebruikmaken van AI-techniek, camerasystemen, X-raysystemen zelfs en bepaalde sensortechnologieën om batterijen in afval te gaan detecteren. Batterijen in gewoon afval, bedrijfsafval of restafval, maar ook batterijen in elektronisch afval. Bij mijn weten zijn die technieken nog niet op industriële schaal toepasbaar. Dus ik heb kennis van een heel belangrijk GRINNER-project, gesteund geweest met het Horizon Europe 2025-project. Het is eigenlijk afgerond. Dat is voorgesteld geweest bij collega’s van ons in Roemenië, GreenWEEE. Op zich ziet dat er theoretisch ook goed uit. Dat is ook getest geweest in ideale omstandigheden met elektronisch afval dat heel mooi op een tafeltje verspreid lag. Op zich werkt het systeem heel goed, maar op industriële schaal moet er nog heel veel water naar de zee vloeien. X-ray- en AI-systemen zijn duur en moeten geïntegreerd worden op de bestaande systemen. Er moet een validatie komen van al die verschillende e-wastestromen. Dat is eigenlijk supercomplex. En kleine batterijen vallen vaak onder de metaaldetectiedrempels. Dat is een uitdaging waar we nog tegen lopen. Dan is er ook nog de regelgeving rond die X-rays en die stralingsveiligheid. Dat is belangrijk dat die regelgeving ons daar ook in ondersteunt en ook meteen correct wordt toegepast. Vanuit e-waste zijn we heel nauw in contact met onze klanten en proberen hen te sturen hoe e-waste veilig moet behandeld worden. Dus we hebben met hen diverse actieplannen, verbeterplannen. We doen zeer regelmatig steekproefcontroles op de materialen die bij hen worden uitgesorteerd, maar ook die bij ons aankomen worden gecontroleerd. Wij moeten voldoende die sorteercentra sensibiliseren over de gevaren van brand. En dan lokaal op onze sites hebben we een aantal mitigerende maatregelen. Dus dat is dan naast de techniek compartimentering. Dus zo weinig voorraad mogelijk in een bepaalde box. Wij gaan onszelf ook inrichten dat de capaciteit van de verwerking dermate hoog is dat we aanleveringen zo snel mogelijk kunnen verwerken. Bijvoorbeeld: binnen 24 uur moet wat aangeleverd is verwerkt worden, zodanig dat dat risico weggenomen wordt. Dan leren wij ook de mensen hoe om te gaan met een brand die zich ontwikkelt in een hoop afval. Dus je kunt daar massaal veel water op gooien, maar uiteindelijk gaat dat die brand niet blussen. De bluscapaciteit is onvoldoende om die energie, die exotherme reactie die loskomt, neer te slaan. Dus wij leren de mensen aan van kijk, dit is een tactiek om die brand zo minimalistisch mogelijk te houden. Dus dat betekent dat we met wielladers de hoop eigenlijk gaan wegnemen en dat we die hoop gaan blussen. En dat is ook iets dat we aan de brandweer moeten duidelijk maken. De brandweer wordt algemeen opgeleid, maar het blussen van afval is eigenlijk een specialisatie. Dus wij moeten ook met de brandweer goed kijken van: op die manier moet het eigenlijk gaan. Dus dat zijn een beetje de zaken waar wij preventief mee bezig zijn.
Paul Casier: Wim heeft al uitvoerig de nadruk gelegd op preventie en hij is ervaringsdeskundige met twee petten. Dat maakt dit gesprek bijzonder leerrijk. Maar grondige en aangehouden preventie is de sleutel naar verzekering. Vergeet het dat je het zonder preventie, zonder aanpak redt. En als je het verhaal van Wim hoort: vijftig procent van alles wat gedaan wordt, is management, is peoplemanagement, is praten met partijen, het is je organiseren, het zijn procedures, het is je catastrofe leren beheersen, met partijen praten. Dat heeft niks te maken met capex. Dat is niet investeren in bestrijdingsmiddelen, laat staan automatische bestrijdingsmiddelen, of investeren in detectie op uw sortering. Preventie en een goede bestrijding zijn de noodzakelijke voorwaarden om aan verzekering te geraken. Want pas dan, en in je vraag ligt eigenlijk het antwoord een stukje gelegen, pas dan heb je terug het onzeker element. En of dat dan de fout is van een medewerker, of dat dan een fout is van een derde, de oorzaak is dan het incident met de brand, maar het is terug onzeker geworden. Dus de inspanningen rond preventie en bestrijding en goed management zijn de weg naar verzekering.
[47:58] Welke boodschap geven jullie mee aan de overheid?
Nele Roobrouck: Wim, Paul, stel jullie mogen naar de overheid, naar het kabinet van weet ik welke minister, is dat nu in Vlaanderen, Wallonië of op federaal niveau of in Brussel of we gaan naar Nederland, daar hebben ze ondertussen ook een regering. Welke boodschap zouden jullie willen meegeven?
Wim Pype: Ja, ik heb daar goed over nagedacht en ik heb toch het een en ander proberen te noteren om hier mee te geven. Maar ik ga even beginnen met algemeen. Mijn boodschap aan beleidsmakers is vrij eenvoudig. Dat vraagt een aanpak op ketenniveau. Dus ik heb het al verschillende keren gezegd, we moeten met partners goed samenwerken. De sensibilisering is heel goed, maar op Europees niveau moet er gekeken worden naar het ketenniveau. Er moet meer verantwoordelijkheid komen bij de producenten, niet alleen voor de inzameling, maar ook voor brandveiligheid aan het einde van de levensduur. Dus maak ecodesign verplicht. Verplicht verwijderbare batterijen, harmoniseer Europese regels en ondersteun brandveiligheidsnormen voor batterijen. Eenduidige en toegankelijke inzamelsystemen voor alle batterijen, zodat foutinzameling uitzonderlijk wordt in plaats van een norm. Verbied ook het inzamelen van bijvoorbeeld e-waste in grote bulkcontainers. Maar verzamel dat altijd in kleine recipiënten. Kijk niet alleen naar die logistieke optimalisatie, die kostenvermindering. Verzamel die stroom in kleine recipiënten. Dus we hebben een Europees kader nodig dat preventie, schade en verzekerbaarheid structureel ondersteunt, zodat de belangrijke circulaire economie niet vastloopt op veiligheidsrisico’s. Ik heb dat samengevat in een slotboodschap voor de Europese Commissie om dringend in te grijpen op drie punten. Eén: een Battery Fire Prevention and Recovery Fund. Een nieuw Europees fonds dat wordt gefinancierd via de UPV-bijdrage, de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Ze investeren in brandpreventietechnologie en betere sorteersystemen, dat schade- en noodinterventies bij batterijbranden compenseert, dat de verzekeringskosten helpt stabiliseren en dat die bewustmakingscampagnes financiert. Een tweede punt is een deposit-refund system, dus een terugbetaalsysteem voor lithium-ionbatterijen. Dus dat voor alle draagbare lithium-ionbatterijen, inclusief de batterijen die ingebouwd zijn, vandaar dat ze gemakkelijk uitbouwbaar moeten zijn. Twee: een financiële prikkel om die batterijen correct in te leveren. Dit systeem is eigenlijk al van toepassing in Oostenrijk en Duitsland en dit toont positieve resultaten. Ik denk dat het heel cruciaal is om dat terugbetalingssysteem in de inzameldoelen te gaan opnemen. Een derde punt, ook superbelangrijk, is een verbod op wegwerpproducten met batterijen. Wegwerp-e-sigaretten, textiel met lichtjes, gadgets waarin batterijtjes aanwezig zijn, wenskaarten met batterijen: verbied dat. Dus die wegwerpzaken, verbied dat. Ik weet dat in België en Frankrijk daar al nationale verboden rond zijn, maar doe dat Europees, doe dat EU-breed. Dus dat is eigenlijk mijn signaal of mijn vraag naar de overheid toe.
Nele Roobrouck: Paul, vooral eer jij een antwoord geeft op die vraag, zag ik jouw wenkbrauwen fronsen bij het eerste item van het fonds en je begon te lachen.
Paul Casier: Ik dacht aan het fonds omdat binnen de sector het idee opgeworpen is om een fonds op te richten waarbij eigenlijk een substituut zou gegeven worden voor brandverzekering. Maar dat is in feite alleen maar een plan te leggen. En Wim is heel snel overgeschakeld naar een fonds met middelen, precies met het zeer goede idee om dat fonds te gebruiken om te investeren in preventie, in bestrijding, eventueel onder de vorm van subsidies of renteloze leningen. Maar dat aan de bron. Want op vandaag hebben de producenten en de consumenten alle lusten en geen lasten. De sector van de recyclaars draagt alle lasten. Als we aan de bron een kleine heffing kunnen doen in heel Europa, dan kunnen we middelen hebben om de lasten en de lusten gelijk te verdelen. Dus hij heeft het gras voor mijn voeten gemaaid, maar aan de andere kant: great minds think alike, wil ik dan denken, want ik heb veel bewondering voor zijn interventie vandaag.
[52:51] Belangrijkste cijfers rond batterijbranden
Nele Roobrouck: Wim en Paul, jullie gaan samen naar de Europese Commissie en jullie verdedigen jullie driepuntenplan. Ik ga heel graag met jullie mee. En Wim, je hebt al heel veel cijfers gezegd vandaag, enorm veel cijfers. Het gaat vooral over cijfers bij onze buurlanden en anderen. Maar wat is eigenlijk het cijfer dat je nu wil naar voren brengen, dat je zegt van: voor mij is in dit dossier het meest kenmerkende cijfer?
Wim Pype: Ja, dat is een goede vraag. Ik ben daar niet op voorbereid. Een heel kenmerkend cijfer. Ik denk, als je terugkijkt naar de branden waarmee we geconfronteerd worden: 80% wordt veroorzaakt door lithium-ionbatterijen. Dat is iets dat blijft hangen, niet alleen bij ons, ook in andere landen. Voornamelijk die 80% lithium-ionbatterijen, daar moet iets mee gebeuren.
Nele Roobrouck: Paul, heb jij een cijfer dat je zegt van kijk, in deze discussie komt dit altijd terug of is voor mij dit belangrijk?
Paul Casier: Ik ga een beetje provoceren, want ik heb het cijfer nog niet naar voren gebracht. Maar als je vandaag aan verzekering denkt en je bent in staat om verzekering te verkrijgen omdat je een goed management hebt opgezet, je hebt aan preventie gedacht, je hebt aan brandbestrijding gedacht, bereid je dan toch maar voor op een grote vrijstelling. En die vrijstelling is minstens 250.000 euro. Dat betekent dat in elke brandschade, brand- en bedrijfsschade, je eigenlijk je eerste 250.000 euro zelf moet dragen. Dat is op vandaag de standaard, dat is de norm. Veel bedrijven zitten daarboven met vrijstellingen van 500.000 tot zelfs miljoenen.
Wim Pype: Absoluut, absoluut. Ik kan dat ook bevestigen. Natuurlijk, als wij in onze prijszetting ergens die vrijstellingsbedragen proberen mee in te calculeren, dan moeten we opboksen tegen onze concurrenten ook. Dus dat is wel complex.
Paul Casier: Er is een level playing field te creëren. Dat is eigenlijk de belangrijkste gedachte die ik heb overgehouden aan de voorbereiding. Het zou fout zijn om valse concurrentie te voeren door te besparen op preventie en bestrijding. Er zijn bedrijven die zoveel inspanningen doen, die het correct doen. Op alle vlakken: maatschappelijk, milieu, continuïteit van het bedrijf. En er zijn bedrijven die daaronder de vleugels schieten. Er moet echt wel een level playing field komen en een bewustzijn dat iedereen aan hetzelfde zeel moet trekken. Een zekere maturiteit van hoe met dat probleem moet worden omgegaan. Dan zal dat de gezamenlijke weg naar verzekering zijn.
[55:38] Samenwerking binnen de sector
Nele Roobrouck: Eigenlijk is dat bijna het antwoord op mijn volgende vraag van hoe kunnen de afval- en recyclagesector elkaar versterken. Als ik jullie twee aan tafel heb, jullie zijn al een versterkend element, maar hoe zouden jullie dat kunnen op een hoger niveau of het laten doordringen door de ganse sector? Hoe zouden jullie dat eventueel kunnen naar voren brengen?
Wim Pype: Ik kijk opnieuw naar de producent. Ik denk dat we die aan de tafel missen hier. Zij moeten meedenken naar design for recycling, design for disassembly en design for safety. Dat is belangrijk.
Paul Casier: Ik ben het daar helemaal mee eens.
[56:27] Slotboodschap aan consumenten
Nele Roobrouck: Dus we zullen in de toekomst jullie twee nog verder op een event mogen uitnodigen om dit item zeker en vast naar voren te brengen. Goed, ik zou eigenlijk willen afsluiten met een slotvraag, maar ik had in gedachten: wat zullen jullie meegeven aan de consument? Want eigenlijk hebben we de producent al gehad. Je hebt er daarnet opnieuw drie gezegd, Wim. Is er nog iets dat je wil zeggen aan de consument? Denk twee maal na of ga anders om met producten?
Wim Pype: Mijn boodschap aan de consument is simpel. Een batterij hoort nooit in het restafval. Dat lijkt een klein detail, maar maakt juist het verschil tussen juist en fout. Dus wel in restafval of niet in restafval. Dat kan letterlijk het verschil zijn tussen een normale werkdag voor onze mensen of uiteindelijk een desastreuze brand met grote gevolgen voor onze werknemers, technische werkloosheid, al die dingen. De maatschappij, de keten en uiteindelijk ook het milieu, we hebben gesproken over water en zo. Dus ja, dit kan het verschil maken. Dus haal batterijen uit toestellen voor je ze weggooit, breng ze naar een inzamelpunt. Een batterij gooi je nooit in papier, nooit in PMD, nooit in restafval.
Nele Roobrouck: Duidelijke boodschap. Paul, wat is jouw slotboodschap?
Paul Casier: Ik was iets softer, maar niet minder duidelijk en het sluit aan op wat Wim zo net gezegd heeft. Mijn eerste boodschap zal zijn: kies voor meer duurzame circulaire producten. Dus ietsje ruimere context, maar het is die weg en er is eigenlijk geen andere. En goed sorteren is een maatschappelijk engagement.
[58:08] Afsluiting van de aflevering
Nele Roobrouck: Met dit maatschappelijk engagement zou ik dit gesprek willen afsluiten, want één ding is duidelijk: de lithium-ionbatterijen zijn essentieel voor de toekomst. De rush naar elektrificatie kan niet zonder batterijen. We moeten ermee leven, maar vooral moeten we ze correct sorteren. Ik dank Wim en Paul voor dit aangenaam gesprek en tot een volgende Trash Talks.

Vereniging Afvalbedrijven
BRBS Recycling

