Platform over de gehele recyclingstroom binnen de Benelux
Belgische recyclagesector benadeeld zonder gelijk speelveld in toepassing nieuwe EU-regels voor plasticafvalexport

Belgische recyclagesector benadeeld zonder gelijk speelveld in toepassing nieuwe EU-regels voor plasticafvalexport

Denuo vraagt om verduidelijking en Europese Commissie bevestigt: alle export van plasticafval valt nu onder kennisgevingsplicht

Op 21 mei 2026 trad de herziene Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA 2024/1157) in werking. Sindsdien geldt voor alle export van plasticafval vanuit de EU een verplichte kennisgevings- en toestemmingsprocedure. Terwijl Belgische bedrijven zich strikt aan de nieuwe regels houden, lieten andere autoriteiten hun operatoren aanvankelijk toe om plasticafval naar Azië te blijven exporteren zónder de vereiste expliciete toestemming van het bestemmingsland. Na tussenkomst van Denuo heeft de Europese Commissie nu alle lidstaten formeel verduidelijkt hoe de regels correct moeten worden toegepast.

De herziene EVOA is ondubbelzinnig: artikel 40(3)(b) bepaalt dat alle export van plasticafval vanuit de EU onderworpen is aan de kennisgevings- en toestemmingsprocedure, en dit voor alle lidstaten zonder uitzondering. Bovendien zal de export van plasticafval naar niet-OESO-landen vanaf 21 november 2026 volledig verboden zijn. Belgische bedrijven worden reeds geconfronteerd met de volledige impact van deze nieuwe regels en dragen zowel de administratieve lasten als de operationele beperkingen die daarmee gepaard gaan. 

Niet alle nationale autoriteiten pasten de regels correct toe

Bepaalde lidstaten beslisten aanvankelijk om hun lokale afvalbeheer- en recyclagebedrijven toe te staan plasticafval naar niet-OESO-landen in Azië te blijven exporteren op basis van eerdere kennisgevingen zonder expliciet voorafgaand akkoord van het land van bestemming. Deze aanpak stond haaks op de verplichtingen uit de herziene EVOA en leidde tot een ernstige concurrentieverstoring ten nadele van Belgische bedrijven. 

Geen achterdeur toelaten in een Europese eengemaakte markt voor afval 

Als sommige lidstaten kennisgevingen blijven goedkeuren zonder voorafgaande expliciete toestemming van het bestemmingsland, dreigen ze uit te groeien tot het voornaamste exportpunt voor plasticafval uit heel Europa. Dat zou leiden tot een volledig kunstmatig en milieuvreemd logistiek model.

In plaats van afval te verwerken via de meest directe, logische en milieuvriendelijke route, zou materiaal uit andere lidstaten omgeleid worden naar die plekken waar de implementatie van de EVOA niet correct gebeurt. Concreet betekent dit dat plasticafval uit heel Europa eerst onnodig door het continent zou reizen voor het de EU verlaat. 

Zo’n ontwikkeling is onverdedigbaar. Ze zou leiden tot een toename van het wegvervoer, het brandstofverbruik en de CO₂-uitstoot. Het zou slecht zijn voor de concurrentie, voor de logistiek, voor de Europese klimaatdoelstellingen en bovenal voor de geloofwaardigheid van de nieuwe EVOA zelf. 

Denuo, FEAD en Recycling Europe vroegen de Commissie om te verduidelijken

Denuo trok samen met onze Europese federaties FEAD en Recycling Europe naar de Europese Commissie om verduidelijking te krijgen. De Europese Commissie heeft ondertussen een verduidelijkend statement naar alle lidstaten gestuurd. 

Europese Commissie verduidelijkt de regels

In haar statement aan de lidstaten bevestigt de Commissie de volgende verplichtingen die gelden vanaf 21 mei 2026:

  1. Aangezien artikel 40 (3) (b), sinds 21 mei 2026 van toepassing is, valt alle uitvoer van kunststofafval nu onder de procedure van voorafgaande kennisgeving en toestemming.
  2. Als eerste stap moet een kennisgever uit de EU dus een kennisgevingsverzoek indienen bij alle betrokken bevoegde autoriteiten, zowel binnen de EU als in de derde landen van bestemming en, indien van toepassing, doorvoer.
  3. Deze indiening moet elektronisch gebeuren, en tegelijkertijd moeten alle documenten en informatie via andere middelen (e-mail, fax, post) worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de derde landen, tenzij deze ook zijn aangesloten op DIWASS.
  4. De EU-kennisgever is verder verantwoordelijk voor het invoeren van alle informatie die hij ontvangt in het verdere verloop van de afhandeling van het kennisgevingsverzoek, dus ook de ontvangstbevestiging van derde landen, in DIWASS, en op deze manier de EU-bevoegde autoriteit daarvan op de hoogte te stellen.
  5. In het geval van uitvoer naar OESO-landen bepaalt artikel 44 (2) (g), dat de toestemming overeenkomstig artikel 9 kan worden verondersteld in de vorm van een stilzwijgende toestemming. De verwijzing naar “een toestemming overeenkomstig artikel 9” betekent dat de bevoegde autoriteit van bestemming de ontvangst heeft bevestigd!
  6. In het geval van uitvoer naar niet-OESO-landen is artikel 37 van de oude EVOA en Verordening 1418/2007, hoewel nog van toepassing tot 20 mei 2027, niet langer relevant voor de uitvoer van kunststofafval onder B3011. De verplichting om een kennisgeving in te dienen volgens de nieuwe EVOA heeft voorrang boven eventuele nationale voorschriften die sommige landen in het kader van Verordening 1418/2007 zouden hebben vastgesteld. Uiteraard kunnen dergelijke nationale controles in het betrokken land nog steeds van toepassing zijn, maar het indienen van een kennisgevingsverzoek is een verplichting van de EU-kennisgever en omvat, zoals hierboven aangegeven, het indienen van dit verzoek bij alle betrokken bevoegde autoriteiten, dus ook bij de betrokken derde landen. Het is belangrijk op te merken dat bij uitvoer naar niet-OESO-landen niet kan worden uitgegaan van stilzwijgende instemming van de bevoegde autoriteit van bestemming.

Denuo verwelkomt het statement van de Europese Commissie

Denuo verwelkomt de verduidelijking van de Europese Commissie en onderschrijft de inhoud ervan volledig. Het is essentieel dat nationale autoriteiten steeds streven naar pragmatische oplossingen binnen het gegeven regelgevende kader. De werkgeversfederatie benadrukt in het bijzonder dat voor export naar niet-OESO-landen stilzwijgende toestemming (tacit consent) niet van toepassing is. Dit betekent dat exporteurs in alle gevallen de uitdrukkelijke toestemming van het land van bestemming moeten bekomen voordat de export mag plaatsvinden. 

Denuo blijft de situatie opvolgen

Denuo zal er nauwlettend op toezien dat de nieuwe regels voortaan uniform worden toegepast in alle lidstaten en blijft in nauw contact met FEAD, Recycling Europe en de bevoegde Belgische en Europese autoriteiten om te pleiten voor pragmatische regelgeving. Bedrijven met vragen over de toepassing van de EVOA kunnen terecht bij Denuo voor begeleiding. 

Aarnout Ecker, General Manager, Denuo: “We zijn verheugd dat de Europese Commissie snel heeft gereageerd op onze vraag om verduidelijking en dat ze alle lidstaten formeel heeft geïnformeerd over de correcte toepassing van de nieuwe regels. Dit is een belangrijk signaal dat de interne markt niet mag worden verstoord door een ongelijke implementatie en handhaving. Voor onze leden is het nu duidelijk: wie exporteert naar niet-OESO-landen, moet uitdrukkelijke toestemming hebben. Punt.

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten