De circulaire economie stopt niet aan de landsgrens. Dat geldt zeker in een regio als de onze, waar afval- en materiaalstromen dagelijks de grens met Nederland en Duitsland kruisen. Maar regelgeving en administratieve procedures blijven hardnekkig nationaal georganiseerd. Dat botst steeds vaker met de realiteit op het terrein. Net daarom tekenden Vlaanderen, Nederland en Noordrijn-Westfalen een intentieverklaring om de circulaire economie in de drie regio’s een boost te geven. De vraag is niet of samenwerking nodig is, maar hoe ze écht werkbaar wordt.
Met de ondertekening van een gezamenlijke intentieverklaring engageren Vlaanderen, Nederland en Noordrijn-Westfalen zich om hun samenwerking rond circulaire economie structureel te versterken. Die verklaring bouwt voort op eerdere bilaterale initiatieven en legt de basis voor een meer gecoördineerde aanpak, met aandacht voor onder meer batterijen, bouwmaterialen en chemische producten. Voor Denuo is dit een positief signaal: samenwerking op schaal van de reële markt is essentieel om circulariteit economisch en ecologisch te laten renderen.
De intentieverklaring erkent expliciet dat regelgeving en administratieve lasten de circulaire economie vandaag vaak afremmen. Net daar ligt volgens Denuo, VSOR en BW2E de grootste hefboom. Grensoverschrijdende afvaltransporten, erkenningen en meldingsplichten zijn complex, vragen tijd en worden vaak verschillend geïnterpreteerd per regio. Dat zorgt voor onzekerheid, extra kosten en vertragingen, zonder aantoonbare milieuwinst. De federaties vragen daarom een gerichte aanpak om de administratieve lasten structureel te verminderen:
Een tweede aandachtspunt is het gelijk speelveld. Vandaag worden bedrijven die actief zijn in meerdere regio’s geconfronteerd met uiteenlopende definities, classificaties en interpretaties van Europese regels. Dat ondermijnt investeringszekerheid en ontmoedigt innovatieve circulaire businessmodellen. Denuo, VSOR en BW2E pleiten voor wederzijdse erkenning van vergunningen, certificaten en kwaliteitsborgingssystemen waar dat mogelijk is. Wat in de ene regio als veilige en hoogwaardige recyclingtoepassing wordt erkend, mag in de andere niet plots als risico worden behandeld.
De intentieverklaring biedt ook een kans om sterker op te treden richting Europa. Vlaanderen, Nederland en Noordrijn-Westfalen delen dezelfde uitdagingen bij de toepassing van Europese regelgeving, zoals de Waste Shipment Regulation (WSR). Daarom vragen we dat Vlaanderen, Nederland en Noordrijn-Westfalen hun standpunten beter afstemmen richting Europa, en waar mogelijk gezamenlijke posities innemen bij de omzetting en toepassing van EU-wetgeving. Wat in de ene regio als veilige en hoogwaardige recyclingtoepassing wordt erkend, mag in de andere niet plots als risico worden behandeld.
Tot slot benadrukken Denuo, BW2E en VSOR dat deze interregionale samenwerking alleen kan slagen als de sector structureel betrokken wordt. Bedrijven beschikken over cruciale praktijkkennis op het vlak van logistiek, verwerking en marktwerking. Die kennis is onmisbaar om beleidsdoelstellingen te vertalen naar haalbare en effectieve oplossingen.
De intentieverklaring is een sterk politiek signaal. Nu komt het erop aan om de administratieve knelpunten die circulaire samenwerking vandaag afremmen, ook daadwerkelijk weg te nemen. Als vereenvoudiging, harmonisatie en samenwerking met de sector centraal staan, kan deze grensoverschrijdende samenwerking uitgroeien tot een echte versneller van de circulaire economie. Denuo blijft dit dossier actief opvolgen en zet zich samen met VSOR en BW2E in om van deze ambitie ook een tastbare realiteit te maken.