Dat een industrie zo groot als de automobielsector verplicht wordt om gerecyclede materialen in zijn nieuwe wagens te verwerken, is uiteraard een bijzonder positief verhaal. En hoewel de doelstellingen in vergelijking met de eerste draft van de ELV-verordening flink zijn afgezwakt en wat later in voege komen, moeten ze toch de vraag naar gerecylede kunststoffen helpen aanzwengelen de komende jaren. Wie trouwens een bezoekje bracht aan het afgelopen Autosalon in Brussel zag dat het gebruik van gerecyclede materialen deel uitmaakt van de branding bij verschillende merken. Hopelijk kan de afgeklopte wetgeving voor een extra stroomversnelling in de vraag zorgen.
Na de officiële goedkeuring van de ELV-verordening krijgen autoconstructeurs nog zes jaar de tijd om gerecyclede kunststoffen te sourcen voor wagens die ze in Europa op de markt willen brengen. In eerste instantie gaat het om een doelstelling van 15%. Nog eens vier jaar later wordt de ondergrens opgetrokken tot 25%. Telkens een vijfde daarvan zullen zogenoemde closed loop kunststoffen moeten zijn. Met andere woorden plastics die specifiek afkomstig zijn uit autowrakken. Dat zoiets kan, bewijst de recyclingsector trouwens al. Wat ook een opsteker is voor de sector is de definitie waaraan deze kunststoffen moeten voldoen. Dat de gerecyclede kunststoffen afkomstig moeten zijn uit post-consumer afval staat expliciet benoemd in de ELV-verordening. Biobased plastics vallen hier niet onder. Het recyclaat mag weliswaar afkomstig zijn van buiten Europa, maar dan moet men kunnen aantonen dat het volgens evenwaardige milieu- en sociale normen verwerkt is.
Voorlopig zijn nog geen expliciete targets vastgesteld voor staal en aluminium. Toch wordt in de ELV-verordening al de opening gemaakt naar deze materiaalstromen. De Europese Commissie zal een haalbaarheidsstudie uitvoeren om te onderzoeken wat een gezonde ambitie is qua recycled content voor metaal. Het resultaat daarvan moet dan twee jaar later leiden tot verplichte doelstellingen. De vraag is hoe ambitieus men hierin zal zijn? Vandaag worden gerecycled staal en aluminium al frequent toegepast bij de constructie van nieuwe wagens. Een target die te dicht op de realiteit van vandaag zit, zal weinig impact met zich meebrengen. Maar wil men de duimschroeven aanspannen om meer inspanningen te vragen van een automobielsector die het al moeilijk heeft?

Een ander aspect van circulariteit in de automobielsector is de economische waarde die in de materialen van voertuigen besloten ligt. Hoewel metalen zoals staal en aluminium het grootste deel van het gewicht van een voertuig uitmaken, komen sommige van de meest waardevolle materialen in veel kleinere hoeveelheden voor. Zeldzame aardmetalen die bijvoorbeeld in elektromotoren en magneten worden gebruikt, vormen slechts een fractie van de totale massa van een voertuig, maar kunnen toch een onevenredig groot deel van de materiaalwaarde van het voertuig vertegenwoordigen. Edelmetalen in katalysatoren en koper in kabelbomen volgen een vergelijkbaar patroon. Het terugwinnen en opnieuw inbrengen van deze materialen in toeleveringsketens is daarom niet alleen een duurzaamheidsdoelstelling, maar ook een economische kans. Naarmate de grondstoffenmarkten krapper worden en kritieke grondstoffen strategisch belangrijker worden, wordt het voor fabrikanten steeds relevanter om deze terugwinningsstromen in kaart te brengen en te documenteren. De Europese Commissie heeft daarom de taak gekregen om een haalbaarheidsstudie op het getouw te zetten rond deze kritische materialen.
Doelstellingen opleggen is maar één kant van de medaille. Ze handhaven is minstens even belangrijk om echt impact te creëren, al krijgt die minder aandacht. De meetmethodologie om te beoordelen hoeveel gerecyclede plastics in een wagen aanwezig zijn, zal uitgewerkt worden door middel van secundaire wetgeving. Audits uitgevoerd door onafhankelijke derde partijen zullen alle claims moeten hardmaken, bij constructeurs en bij recyclers. Het halen van doelstellingen voor gerecycled materiaal, het aantonen van gereedheid voor circulair ontwerp en het verifiëren van de juiste verwerkingsresultaten zijn allemaal afhankelijk van betrouwbare informatie over materialen en volumes in complexe toeleveringsketens en terugwinningsnetwerken. In veel organisaties bestaat deze informatie al, maar is deze vaak versnipperd over meerdere systemen en operationele fasen. Naarmate de eisen op het gebied van circulariteit toenemen, wordt de uitdaging steeds meer een kwestie van gestructureerd beheer van levenscyclusgegevens.