De Europese Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR) luidt een nieuw tijdperk in voor verpakkingen en verpakkingsafval. De verordening, die vanaf augustus van kracht wordt, moet zorgen voor minder verpakkingsafval, meer hergebruik, hogere recyclingprestaties en een grotere inzet van gerecyclede materialen. Voor bedrijven, producenten, recyclers en afvaloperatoren betekent dit een fundamentele omslag in de manier waarop verpakkingen worden ontworpen, gebruikt en verwerkt. Dat zegt Xavier Lhoir, Deputy Managing Director van Valipac, in de nieuwste aflevering van de podcast Trash Talks.
Volgens Lhoir is de PPWR tegelijk een uitdaging én een logische volgende stap. Het grote verschil met de huidige regelgeving is dat Europa overstapt van een richtlijn naar een verordening. Daardoor gelden dezelfde regels rechtstreeks in alle lidstaten, wat moet leiden tot meer harmonisatie binnen de Europese markt. België vertrekt daarbij vanuit een sterke positie dankzij zijn jarenlange ervaring met de inzameling en recycling van bedrijfsmatige verpakkingen.

De PPWR legt een reeks verregaande doelstellingen op. Tegen 2030 moet het volume verpakkingen op de markt met minstens 5% dalen. Daarnaast komen er verplichtingen rond hergebruik. Zo zal transport binnen één bedrijf of lidstaat in veel gevallen met herbruikbare verpakkingen moeten gebeuren, terwijl voor Europees transport minimale hergebruikpercentages worden opgelegd. Ook het aandeel verplichte gerecyclede grondstoffen in kunststof ver-pakkingen stijgt aanzienlijk. Bedrijfsmatige kunststof verpakkingen moeten tegen 2030 bijvoorbeeld minstens 35% recycled content bevatten. Daar blijft het niet bij. Europa voert ook strengere eisen in rond recyclebaarheid. Verpakkingen worden ingedeeld in verschillende recyclebaarheidsklassen. Verpakkingen die minder dan 70% recyclebaar zijn, zullen vanaf 2038 niet langer toegelaten zijn op de Europese markt. Dat betekent dat bepaalde verpakkingsconcepten op termijn volledig uit de markt kunnen verdwijnen.
Voor veel bedrijven begint de uitdaging bij het begrijpen van de nieuwe regels. Volgens Valipac is de kennis over de PPWR vandaag nog beperkt, terwijl de impact groot zal zijn. Bedrijven zullen hun verpakkingsstrategieën moeten herbekijken en mogelijk investeren in nieuwe systemen voor herbruikbare verpakkingen. Die omschakeling vraagt tijd, onderzoek en financiële middelen. Vrijwel alle sectoren zullen de gevolgen voelen. Toch ziet Valipac dat sommige bedrijven al actief bezig zijn met de voorbereiding, terwijl andere nog wachten op meer duidelijkheid.
Een belangrijk knelpunt is dat verschillende uitvoeringsregels – de zogenaamde Delegated Acts – nog niet zijn uitgewerkt. Die moeten verduidelijken hoe recyclebaarheid precies zal worden beoordeeld en welke gegevens bedrijven moeten aanleveren. Zonder die informatie blijft het moeilijk om investeringsbeslissingen te nemen en systemen aan te passen. Daarnaast wijst Lhoir op een gebrek aan afstemming tussen verschillende Europese beleidsinitiatieven. Zo treedt het exportverbod voor kunststofafval al eerder in werking dan de verplichtingen rond recycled content. Daardoor dreigt een tijdelijke mismatch tussen beschikbare recyclingcapaciteit en de vraag naar recyclaten. Vooral voor kunststoffen ziet Valipac grote uitdagingen.
Voor Valipac is harmonisatie het sleutelwoord. De organisatie pleit ervoor dat lidstaten de PPWR op dezelfde manier interpreteren en vermijden om extra nationale verplichtingen op te leggen, een praktijk die vaak wordt omschreven als ‘gold-plating’. Alleen zo kunnen bedrijven rekenen op gelijke concurrentievoorwaarden binnen Europa. Ondanks de uitdagingen blijft Lhoir optimistisch over de Belgische positie. Met een recyclingpercentage van 93,7% voor bedrijfsmatige verpakkingen beschikt België over een sterke uitgangspositie. De komende jaren zullen echter bepalend zijn om de ambitieuze Europese doelstellingen ook in de praktijk waar te maken.
