Waar tien, twintig jaar werd neergekeken op recycled content, heeft dit nu soms een A+ kwaliteitslabel. Wat Danny Peele betreft, business development manager bij Roba Metals, is dat absoluut terecht. “Iets wat je uit gebruikte grondstoffen kunt maken is per definitie positief.” De onderneming met hoofdvestiging in IJsselstein ziet de vraag naar recycled content toenemen.
Familiebedrijf Roba Metals is een beetje een eigenwijze onderneming. Ooit gestart met recycling als kernactiviteit, beschikt het nu ook over vier smelterijen terwijl andere smelterijen het juist lastig hebben. De smelterijen passen wat Peele betreft juist goed bij de tijdsgeest. “Wij recyclen vooral aluminium. Dit kost veel minder energie dan de productie van aluminium uit grondstoffen. De CO2-besparing loopt zomaar op tot 95%. Daarmee laat de recycling van secundaire grondstoffen zich snel rond rekenen, veel sneller dan bij bijvoorbeeld de recycling van plastic.”
De onderneming die in 1937 in Amsterdam door Robert Baruch is opgericht, kocht primair materialen in van particulieren en verkocht deze door aan grotere handelaren die op hun beurt weer smelterijen bedienden. Roba groeide en verkocht later zelf producten door aan smelterijen. Daarna ontstond de wens voor een eigen smelterij. De vier productielocaties verwerken eigen materialen die de vestigingen verlaten als eindproduct of halffabricaat.

In de vierde smelterij, geopend in 2009, verwerkt Roba ook aluminium producten die zijn voorzien van verontreinigingen, bijvoorbeeld lak of kunststof. “Wij zijn best groot in de verwerking van aluminium verpakkingsfolie en zoiets als dekseltjes op drankbekertjes, vaak een combinatie van aluminium en bedrukt kunststof. Na het recyclen van het aluminium deel sturen we dit terug naar de folieproducenten. Zo gaat aluminium afval dus weer de verpakkingsketen in.”
Toch heeft ook Roba de oorspronkelijke filosofie, waarin het hele processen in eigen hand had, onder druk van de tijdsgeest moeten aanpassen. Peele: “De grootste verandering die wij hebben doorgevoerd in de laatste vijf, tien jaar is dat wij besloten hebben een minder bepalende rol te willen spelen. Ooit kochten we materialen in en beslisten wat we daarmee zouden doen en naar wie ze mochten gaan. Nu kijken we in het traject van koop en verkoop meer naar hoeveel toegevoegde waarde we kunnen leveren. Denk aan het opnieuw in de verpakkingsketen brengen van gerecycled verpakkingsmateriaal, zoals de dekseltjes.”

Het leveren van toegevoegde waarde en de focus op duurzaamheid in de vorm van cradle-to-cradle past wat Peele betreft goed bij de nieuwe tijdsgeest. “Zelfs nu de focus door geopolitieke omstandigheden iets minder sterk op duurzaamheid ligt, zal dit onderwerp niet weggaan.” Recent ziet de business development manager de opkomst van protectionisme. “Daar spelen we op in door wat we zelf produceren binnen Europa te houden. Grondstoffen zijn schaars, energiekosten vormen een bedreiging voor de markt. De exportvolumes vanuit Europa naar vooral Azië en India zijn de afgelopen jaren verdubbeld. Ik denk dat het tijd is om dat te heroverwegen.”
Wie naar Peele luistert hoort een positieve kijk op handel. “Tegelijkertijd moeten bedrijven in de recycling-industrie kansen durven pakken als die zich voordoen. Dat betekent, wat mij betreft, dat je naast het bieden van toegevoegde waarde bovenal transparant moet zijn. “Dat is ook een reden geweest om het businessmodel aan te passen. Je moet als bedrijf denken aan wat je kunt, waar je goed in bent en welke kosten daarbij horen. Vervolgens lever je producten aan de klanten van jouw klanten. Iets wat je altijd in de gaten moet houden is dat als je geen toegevoegde waarde meer kunt leveren, dat op een gegeven moment ten koste gaat van je marges.”
