België noemt zich graag de recyclingkampioen. Maar de Circular Reality Scan 2026, een representatieve bevraging door Ipsos in opdracht van Renewi, legt een structurele kloof bloot tussen wat Belgen en Belgische bedrijven zeggen en wat ze doen. We geloven in recycling, maar handelen er niet altijd naar. Die paradox ondermijnt onze nationale circulaire ambities. Zeker nu de strijd om grondstoffen toeneemt en België afhankelijk blijft van import, is de kloof tussen intentie en actie een rem op vooruitgang.
Uit het onderzoek blijkt dat 95% van de Belgische consumenten recycling ‘belangrijk’ vindt. De overgrote meerderheid (9 op 10) vindt ook dat ze momenteel bijna altijd hun afval correct sorteren. Maar bij de aankoop gaat het mis. 8 op 10 vindt het belangrijk dat producten gerecyclede materialen bevatten. Blijkt echter dat slechts de helft controleert of producten effectief gerecyclede materialen bevatten. Jongvolwassenen (18–24), de zogenaamde ‘groene generatie’, scoren op sommige vlakken opvallend. Ze hechten minder belang aan producten met gerecycled materiaal (75% vs. 88% bij 55-plussers). Diezelfde 55-plusser geeft ook vaker aan dat hij/zij altijd correct sorteert versus de jongvolwassene (37% versus 10%).
Bedrijven overschatten zich ook: 9 op de 10 bedrijven vinden recycling belangrijk, maar ook hier zien we een kloof tussen de intenties en de aandacht voor recycling bij aankopen. Minder dan de helft van de bedrijven houdt bij inkoop veel rekening met gerecyclede grondstoffen, en een aanzienlijke groep (7 op 10) meet de eigen milieu-impact niet of nauwelijks. Vooral kmo’s (mkb’s) blijven achter. Grotere bedrijven (meer dan 250 werknemers), aangestuurd door beleid en rapportageplichten, zetten vaker concrete duurzame stappen (CO2-reductie, inkoop van recyclaat): 1 op de 2 grote bedrijven voert dergelijke maatregelen in. Bij kleinere bedrijven blijft het vaker bij goede bedoelingen: slechts 1 op de 3 bedrijven voert dergelijke maatregelen in.
Van waar komt de ‘recyclingparadox’ dan? De Circular Reality Scan wijst op een belangrijk kennisprobleem: veel Belgen weten niet goed wat écht duurzaam of circulair is, herkennen gerecyclede producten onvoldoende of twijfelen aan de geloofwaardigheid van deze producten. Daarnaast toont het onderzoek aan dat waar regels of prikkels bestaan, het gedrag toch volgt. Samengevat: vrijwilligheid alleen blijft tekortschieten; slim beleid, regeldruk en duidelijke rollen zijn nodig om de intenties om te zetten in consistente en breed gedragen impact.
De eerste Belgische Circular Reality Scan legt een ongemakkelijke waarheid bloot: we geloven in circulariteit, maar handelen er te weinig naar. En dat terwijl België zichzelf ambitieuze circulaire doelen stelt: van maximaal 100 kg restafval per Vlaming tot een volledig circulaire economie tegen 2050. Zonder gedragsverandering bij burgers en bedrijven dreigt die ambitie dode letter te blijven. Consument, bedrijfsleven én overheid moeten samen de cirkel sluiten. Als we onze circulaire ambities voor 2030 en 2050 willen waarmaken, moeten we nu versnellen. Deze wake-upcall vraagt om gedragsverandering, betere voorlichting én duidelijke spelregels.
Harld Peters
CEO Renewi