De eerste fase van aangepaste Waste Shipment Regulation is in mei ingegaan. De extra administratieve verplichtingen die gevraagd worden van de landen van bestemming hebben de export van plastic recyclaat de facto al tot stilstand gebracht. Althans voor wie volgens de regels speelt. Claraplast roept de Europese autoriteiten op om hun timing te herzien teneinde wat we hier aan recyclingcapaciteit opgebouwd hebben niet verloren te laten gaan. Het is vijf na twaalf.
Achter het uitgangspunt van de aangepaste regels rond de export van afval kan Claraplast general manager Laurent Lubelski zich scharen. “We moeten er inderdaad over waken dat we geen kostbare grondstoffen verloren laten gaan in Europa. Maar zolang er hier niet genoeg vraag is naar recyclaat, moeten we onze recyclingindustrie beschermen, als we niet op een berg plastic afval willen blijven zitten.” Hij verwijst daarmee naar de laagwaardige kwaliteiten die vandaag op export vertrekken, omdat er hier niet voldoende recyclingcapaciteit voor is. “In principe gaat de exportban pas in november in maar de extra administratieve lasten die Europa sinds mei koppelt aan export vallen letterlijk in dovemansoren. De autoriteiten daar moeten hun goedkeuring geven op documenten die in de taal van het land van oorsprong geschreven zijn. Bovendien geldt dit voor elk transport, ze beschikken niet over de mensen om dit te verwerken. En bovenal, dit levert voor hen geen toegevoegde waarde op. Het is en blijft in hun ogen een Europese beslissing.”
Concreet betekent dit dat het plastic recyclaat zich gewoon opstapelt in het magazijn van Claraplast. Een realiteit die dezelfde is in alle Europese lidstaten, behalve in Nederland. “De laatste dagen voor de deadline van 21 mei hebben ze daar 17.000 transporten toegekend waardoor hun traders wel nog afval exporteren, zonder toestemming van het land van bestemming. Dit druist in tegen de Europese regels, zoals ook nog opnieuw bevestigd werd door de autoriteiten. Ze verzekerden me dat er zou ingegrepen worden. Maar intussen ontstaat wel een volledig scheefgetrokken speelveld, waarbij Nederlandse traders plastic afval van over heel Europa verzamelen en op export laten gaan.”

Maar liever nog dan dit achterpoortje in Nederland te zien sluiten, wil Lubelski dat Europa zich bezint over de impact van deze wetgeving. “Ik ben voorstander van meer controle op de export van afval, maar beslis dat niet vanuit een ivoren toren. Denk na over de praktische kant. Door de exportban qua timing niet af te stemmen op de doelstellingen rond recycled content zoals andere Europese regels voorschrijven, ontstaat er hier nu een overcapaciteit. Met als gevolg dat de prijzen zullen zakken, inzamelaars met verlies beginnen te draaien en dat het niet meer de moeite zal zijn om uit te rijden, in te zamelen en te sorteren. Het wordt door de hoge kosten te duur om nog te recyclen in Europa. Uiteindelijk creëer je zo het omgekeerde van wat je ambieert met je wetgeving. Alles wat we hebben opgebouwd wordt nu getorpedeerd. Dat is het echte drama.”
Ook het langetermijnperspectief ontbreekt in de regelgeving. Over enkele jaren kan alles immers herzien worden. Lubelski: “Waarom dan vandaag investeren in betere recyclingtechnieken of meer recyclingcapaciteit om zelfs voor laagwaardige plastics nog een toepassing te vinden? Een nieuwe plant vraagt een investering van 10 à 15 miljoen euro. Wie kan dat betalen als de mogelijke inkomsten op losse schroeven staan?” Hij vreest dat binnen een jaar de hele industrie failliet gaat als er niet wordt ingegrepen. “Europa, wees toch slimmer. Stel de exportban uit tot wanneer je de vraag aanzwengelt met andere wetgeving, zoals de PPWR. Als de positieve waarde van materialen wegvalt, is verbranding nog de enige betaalbare optie. We gooien onze voorsprong in recycling te grabbel door verkeerde wetgeving. Doodzonde.”
