Door de toenemende elektrificatie bij bedrijven en de komst van nieuwe technologieën neemt de druk op de elektriciteitsnetten in Vlaanderen toe. Door de explosie aan aanvragen moeten bedrijven langer wachten op een aansluiting. Een flexibele aansluiting is voor de meeste aanvragen een oplossing in afwachting van een investering. Maar de mogelijkheid om keuzes te kunnen maken in de wachtrij, dringt zich op.
Elk netelement (zoals een lijn, kabel of transformator) heeft een maximale capaciteit: de hoeveelheid stroom die het veilig kan verwerken. Wie wil aansluiten op het net, doet een aanvraag bij de transmissienetbeheerder (grote industriële klanten) of distributienetbeheerder (kleinere industriële klanten). Dit kan gaan om producenten die stroom injecteren, verbruikers die stroom afnemen, of beide. De netbeheerder berekent of er voldoende capaciteit is om alle gevraagde stromen op elk moment door elk netelement te laten vloeien, ook bij een storing. Als dat niet gegarandeerd kan worden, spreken we van netcongestie. Je kan het vergelijken met filevorming op een snelweg. Maar stroom kan niet in de file staan, dus alles moet vooraf berekend worden om overbelasting te voorkomen. Netcongestie is dan ook in eerste instantie het resultaat van een berekening: we bekijken wat er werkelijk door een element stroomt en voegen daar de volumes aan toe waarmee we rekening moeten houden, zodat het netelement ook in de toekomst veilig blijft.
Die optelsom zorgt er op dit moment voor dat in Vlaanderen vandaag op meerdere plaatsen door gebrek aan ruimte op het koppelpunt of het hoogspanningsnet enkel nog kan aangesloten worden met een vorm van flexibiliteit. Sinds maart vorig jaar is het aantal aanvragen voor een elektriciteitsaansluiting vanuit bedrijven sterk gestegen. Ten opzichte van vijf jaar geleden ontvangt Fluvius vier keer meer aanvragen, Elia zelfs zes keer meer. Op het hoogspanningsnet zien we momenteel een vertienvoudiging van het aantal studieaanvragen voor batterijen ten opzichte van hun huidige aanwezigheid. Voor datacenters is er de afgelopen jaren voor 70 TWh aan studieaanvragen ingediend, terwijl het totale elektriciteitsverbruik in België ongeveer 80 TWh bedraagt. Deze trend is ook zichtbaar op het hoogspanningsnet in het buitenland.

Elia verwacht dat veel van deze aanvragen niet zullen uitmonden in concrete projecten, maar ze verlengen wel de wachtrij, waardoor de doorlooptijd voor matuurdere projecten aanzienlijk toeneemt. Daarom vragen Elia en Fluvius, naast investeringen en flexibiliteit, ook duidelijke maatschappelijke keuzes van het beleid. Elia en Fluvius benadrukken dat een structurele aanpak van congestie altijd een samenwerking is tussen netbeheerders, overheid, regulatoren en industrie en een combinatie is van drie sporen:
De netbeheerders versnellen hun investeringen, met een investeringspiek in de komende jaren. Tegen 2030 zal Elia de investering in Vlaanderen (excl. offshore) verdrievoudigd hebben. Fluvius voorziet jaarlijks 400 miljoen extra, bovenop de reeds voorziene 700 miljoen, om het distributienet proactief te versterken. Omdat zulke investeringen tijd vragen, blijven we inzetten op flexibele aansluitingen. Dit biedt bedrijven een tijdelijke oplossing om toch al toegang te krijgen tot het net. Gezien de grote volumes aan gereserveerde capaciteit is een strikter wachtrijbeheer noodzakelijk. Door maturiteitscriteria en het principe ‘gebruik op tijd of raak het kwijt’ toe te passen, vermijden we dat speculatieve of niet-rijpe aanvragen de wachtrij blokkeren en waardevolle capaciteit innemen. Daarnaast zijn maatschappelijke keuzes rond capaciteitstoewijzing volgens het ‘swimming lanes’ principe nodig. Zo kunnen verschillende categorieën gebruikers (industrie, batterijen, datacenters, hernieuwbare energie …) elk een deel van de netcapaciteit benutten. Het huidige ‘first come, first served’ principe zorgt er immers voor dat het net niet altijd optimaal wordt gebruikt voor de maatschappelijke doelen waarvoor het oorspronkelijk is gebouwd.
Elia en Fluvius benadrukken dat een toekomstbestendig, haalbaar en betaalbaar elektriciteitssysteem alleen mogelijk is door nauwe samenwerking tussen netbeheerders, industrie, beleid en regulatoren. Op dat vlak werden de afgelopen maanden door alle partijen (van regulatoren tot kabinetten en beleidsactoren) waardevolle initiatieven genomen en concrete stappen gezet. De versnelling in de energietransitie vraagt veel veerkracht en oplossingsgericht denken, met aandacht voor de klant. Enkel door tegelijk te investeren, flexibiliteit te stimuleren en duidelijke keuzes te maken, kan Vlaanderen de energietransitie waarmaken zonder economische groei te fnuiken.