De hoeveelheid bedrijfsafval in Vlaanderen blijft dalen. In 2025 zamelden bedrijven, exclusief de bouw- en sloopsector, ongeveer 597 000 ton restafval in. Dat is 5% minder dan in 2024. Tegelijk kreeg in 2024¹ 81 % van al het bedrijfsafval na maximaal twee verwerkingsstappen een tweede leven via hergebruik, recyclage, compostering of vergisting. Dat blijkt uit het nieuwe rapport ‘Bedrijfsafval en secundaire grondstoffen in Vlaanderen’ van OVAM.
In 2025 produceerden Vlaamse bedrijven in totaal ongeveer 31,9 miljoen ton bedrijfsafval. Meer dan de helft daarvan bestaat uit bouw- en sloopafval. Ook verontreinigde grond, waterzuiveringsslib, baggerspecie en septisch materiaal nemen een groot aandeel in. Deze
afvalstromen komen vaak vrij door bouwactiviteiten, bodemsaneringen en waterzuivering en schommelen sterk van jaar tot jaar.
Om de evolutie van het meer reguliere bedrijfsafval te beoordelen, laat OVAM deze grote stromen daarom buiten beschouwing. In 2025 ging het om ongeveer 7,7 miljoen ton. Over de periode 2012-2025 nam deze hoeveelheid licht toe, maar minder snel dan de Vlaamse economie. Er is dus sprake van een relatieve ontkoppeling: de economie groeide over die periode sterker dan de hoeveelheid bedrijfsafval die bedrijven produceerden.
Bedrijfsrestafval is het deel afval dat bedrijven niet selectief inzamelen. De hoeveelheid bedrijfsrestafval, exclusief de bouw- en sloopsector, daalde volgens de gegevens uit het Materialeninformatiesysteem MATIS van ongeveer 631 000 ton in 2024 naar ongeveer 597 000 ton in 2025.
Die daling hangt samen met verschillende inspanningen om bedrijven beter te laten sorteren. Afvalinzamelaars zetten sterker in op visuele controles van restafvalcontainers en ook de Afdeling Handhaving voert gerichte controles uit bij afvalproducenten. Sinds 2024 zijn bedrijven bovendien verplicht om keukenafval en etensresten apart in te zamelen. Daardoor hoort ook die afvalstroom niet langer thuis bij het restafval.
“Deze cijfers zijn in de eerste plaats een pluim voor onze bedrijven. Ze tonen dat beter sorteren en restafval voorkomen steeds meer de norm wordt, ook op de werkvloer. Die beweging moeten we vasthouden en versnellen. Want onze ambitie is duidelijk: tegen 2030 willen we 30 procent minder bedrijfsrestafval produceren”, zegt Jo Brouns, Vlaams minister van Omgeving.
De dalende trend brengt Vlaanderen dichter bij de doelstelling om tegen 2030 30% minder bedrijfsrestafval te produceren dan gemiddeld in de periode 2018-2020. Maar die doelstelling is nog niet bereikt. Verdere inspanningen blijven dus nodig.
De invoering van facturatie per kilogram bedrijfsrestafval wordt daarbij een belangrijke volgende stap: wie minder restafval produceert, betaalt minder. Daarnaast blijven gerichte controles bij afvalproducenten belangrijk om bedrijven aan te zetten tot beter sorteren.
“De cijfers tonen dat de Vlaamse economie groeit zonder dat de bedrijfsafvalproductie in hetzelfde tempo toeneemt. Ook de daling van het bedrijfsrestafval is bemoedigend. Tegelijk blijft er nog veel potentieel om materialen beter aan de bron te sorteren en opnieuw als grondstof in
Werner Annaert, administrateur-generaal van OVAM.
te zetten. Wat niet in het restafval belandt, kunnen we hoogwaardiger verwerken en langer in de kringloop houden”
OVAM bracht voor het eerst op basis van MATIS in kaart wat er na één of twee verwerkingsstappen met het primaire bedrijfsafval gebeurt. In 2024 ging 81 % naar een vorm van materiaalrecyclage. 7 % werd verbrand en 6 % gestort. Nog eens 7 % had na twee stappen nog geen eindbestemming bereikt en moest verder worden gesorteerd of voorbehandeld. Het hoge recyclageaandeel hangt sterk samen met de grote hoeveelheid steenachtig bouw- en sloopafval, die bijna volledig kan worden verwerkt tot gerecycleerde granulaten. Zonder bouwen sloopafval, grond, waterzuiveringsslib, baggerspecie en septisch materiaal ging 63 % van het primaire bedrijfsafval na twee verwerkingsstappen naar materiaalrecyclage. 12 % werd verbrand en 4% gestort.

Neem dan rechtstreeks contact op met OVAM.
Contact opnemen