Europa’s aluminiumbeleid dreigt de bal mis te slaan
Circulariteit staat vandaag hoog op de Europese agenda. Gerecyclede grondstoffen moeten Europa minder afhankelijk maken van primaire materialen en bijdragen aan een sterker industrieel beleid. Toch dreigt het debat een verkeerde richting uit te gaan. Volgens Denuo wordt steeds vaker gesproken over het gebruik van gerecyclede materialen, terwijl de bedrijven die deze materialen daadwerkelijk produceren nauwelijks nog in beeld komen. Waarom dat onderscheid cruciaal is voor het Europese aluminiumbeleid, leest u hieronder.
In het Europese beleid worden twee verschillende groepen bedrijven steeds vaker op één hoop gegooid: enerzijds de recyclingbedrijven die afval inzamelen, sorteren en verwerken tot secundaire grondstoffen, anderzijds de industrie die deze gerecyclede grondstoffen gebruikt voor nieuwe producten. Dat lijkt een detail, maar het heeft belangrijke gevolgen. Wie recyclers verwart met fabrikanten die gerecycled materiaal gebruiken, gaat het verkeerde probleem oplossen. Precies dat dreigt vandaag te gebeuren in het debat over exportbeperkingen voor gerecycled aluminium.
Voorstanders van exportbeperkingen vertrekken vanuit de bezorgdheid dat Europese aluminiumproducenten onvoldoende toegang hebben tot gerecyclede grondstoffen. Volgens Denuo is die bezorgdheid echter onvoldoende onderbouwd. Er is vandaag geen overtuigend bewijs dat Europa kampt met een structureel tekort aan verwerkt aluminiumschroot. Bovendien schetsen de beschikbare marktgegevens een veel genuanceerder beeld dan vaak wordt aangenomen. Dat komt onder meer doordat de huidige handelsstatistieken verschillende types en kwaliteiten aluminiumschroot onder brede CN-codes groeperen. Daardoor is het moeilijk om precies te bepalen welke materialen Europa daadwerkelijk verlaten en in welke volumes. De cijfers die wel beschikbaar zijn, wijzen alleszins niet op een massale uitstroom van gerecycled aluminium. De Europese Unie produceert jaarlijks ongeveer 6,2 miljoen ton gerecycled aluminium, waarvan circa 80% binnen Europa wordt gebruikt. De netto-export bedraagt slechts ongeveer 10%. Het werkelijke probleem ligt bovendien elders. Door de terugvallende vraag vanuit onder meer de automobielindustrie en de bouwsector zijn recyclingbedrijven steeds afhankelijker geworden van exportmarkten om hun materialen rendabel af te zetten. Exportbeperkingen zouden die marktdynamiek niet oplossen, maar net de economische basis van de recyclingsector verder onder druk zetten.
Wanneer de export wordt beperkt, ontstaat een overaanbod op de Europese markt. Dat zet de prijzen van aluminiumschroot onder druk en vermindert de rendabiliteit van recyclingbedrijven. De gevolgen reiken verder dan de bedrijven zelf. Minder rendabele recycling betekent minder investeringen in inzamel-, sorteer- en recyclingcapaciteit, net op het moment dat Europa hogere eisen stelt aan de verwerking van materialen. Uiteindelijk dreigt daardoor ook minder recyclebaar aluminium te worden ingezameld en verwerkt. Daarmee ontstaat een opmerkelijke paradox: een maatregel die bedoeld is om meer gerecycled aluminium beschikbaar te maken voor de Europese industrie, kan net leiden tot een kleinere en minder kwalitatieve recyclingsector en dus tot een lager aanbod van gerecyclede grondstoffen. De maatregel houdt bovendien geen rekening met de rest van de waardeketen. Er worden geen beperkingen overwogen voor halffabricaten zoals aluminiumblokken en -knuppels, die nochtans al gerecycled materiaal bevatten en waarvan de uitvoer naar Azië net toeneemt. Zolang die selectiviteit blijft bestaan, is een exportbeperking op schroot economisch niet te verantwoorden en geeft ze het verkeerde signaal aan een sector die net moet worden aangemoedigd om verder te investeren.
Volgens Denuo begint een sterk Europees grondstoffenbeleid bij de erkenning van de recyclingsector als volwaardige industriële schakel. Strategische autonomie bouw je niet door materialen kunstmatig binnen Europa te houden, maar door een aantrekkelijk investeringsklimaat te creëren voor bedrijven die secundaire grondstoffen produceren. Dat vraagt om maatregelen die de vraag naar gerecyclede materialen stimuleren, investeringen in recyclingcapaciteit ondersteunen en handelsbelemmeringen binnen de Europese interne markt wegnemen. Voor Denuo is de conclusie duidelijk. Een succesvol circulair beleid begint niet bij de gebruiker van gerecyclede materialen, maar bij de bedrijven die deze materialen produceren. Alleen wanneer de volledige waardeketen wordt meegenomen in het beleid, kan Europa zijn ambities rond circulariteit, grondstoffenzekerheid en industriële competitiviteit waarmaken.