De textielketen staat onder hoge druk. Jaar na jaar stijgen de volumes afgedankt textiel, terwijl de kwaliteit van een deel van die stroom afneemt en hoogwaardige recycling nog onvoldoende opgeschaald is. Toch is de textielcrisis volgens de gasten van de derde aflevering van Trash Talks veel meer dan een afvalverhaal. De echte uitdaging zit in de volledige keten: van ontwerp en productie tot inzameling, sortering, hergebruik en recycling. In gesprek met host Nele Roobrouck leggen Frederik Bal van Vlaams Inzamelcentrum Textiel en Koen Tengrootenhuysen van Decathlon en Retexbel uit waar het vandaag wringt, én waar de kansen liggen.
Dat de textielstroom groeit, merkt Bal elke dag in de praktijk. Waar enkele jaren geleden nog ongeveer 5 à 6 kg textiel per inwoner werd ingezameld, gaat het vandaag al om 8 à 10 kg. Die stijgende volumes zijn volgens hem geen verrassing. Consumenten kopen meer textiel en ruimen hun kasten vaker op. De inzamelsector krijgt die goederen vervolgens te verwerken. Opvallend is wel dat vooral de bijkomende volumes vaak van lagere kwaliteit zijn. Het aandeel topkwaliteit blijft relatief stabiel, maar de extra stroom bestaat vaker uit textiel dat niet meer rechtstreeks herbruikbaar is en dus richting recycling moet. Daarmee groeit de druk op sorteerders en verwerkers.
Bal wil tegelijk een aantal hardnekkige misverstanden uit de wereld helpen. In het publieke debat wordt geregeld gesuggereerd dat het merendeel van het ingezamelde textiel in de verbrandingsoven belandt. Dat beeld klopt volgens hem niet. Van het textiel dat zijn organisatie in Vlaanderen inzamelt, kan ongeveer 70% opnieuw worden gebruikt. Nog eens 20 tot 30% gaat grotendeels naar recyclingtoepassingen. Enkel stromen die sterk vervuild zijn of niet in de textielcontainer thuishoren, gaan naar energetische valorisatie. “Een reguliere sector die correct inzamelt en fijnmazig sorteert, verbrandt in principe nul procent van de aanvaarde textielstroom.” Volgens Bal is professionele inzameling, gekoppeld aan erkende sorteercentra met een doorgedreven sortering in tientallen tot honderden fracties, essentieel om die resultaten te behalen.
Ook voor Tengrootenhuysen is het duidelijk dat de textielcrisis niet louter als afvalprobleem mag worden bekeken. Volgens hem zit de kern van de zaak bij overaanbod, een verstoord internationaal speelveld en producten die zelden ontworpen zijn met circulariteit in gedachten. Digitalisering en e-commerce hebben de markt fundamenteel veranderd. Kleding bestellen is eenvoudiger en sneller dan ooit, waardoor volumes blijven toenemen. Tegelijk is de sector daar structureel nog onvoldoende op afgestemd. Dat zet druk op alle schakels: inzamelaars, sorteerders, recyclers, producenten én overheden.


Een goed uitgebouwd inzamelnetwerk blijft volgens beide sprekers een absolute voorwaarde voor circulariteit. Vooral textielcontainers spelen daarin een sleutelrol. Wanneer lokale besturen minder inzetten op laagdrempelige inzameling, dreigt meer textiel in het restafval terecht te komen. Gratis inzameling stimuleert volgens hen niet de overconsumptie, maar voorkomt wel dat waardevolle grondstoffen verloren gaan. Zonder toegankelijke inzamelmogelijkheden verdwijnen bruikbare en recyclebare stromen immers veel sneller richting verbranding.
Na de inzameling begint het echte maatwerk. In sorteercentra wordt elk stuk afzonderlijk beoordeeld op potentieel voor hergebruik of recycling. Vooral daar wordt duidelijk hoe moeilijk textiel vandaag te verwerken is. Veel producten bestaan uit mengvezels, elastaan, coatings, knopen, ritsen en meerdere lagen materiaal. Zulke combinaties maken recycling bijzonder complex. Zeker vezel-tot-vezel recycling staat nog in haar kinderschoenen. Vandaag gaat slechts een beperkt deel van de textielstroom effectief terug naar nieuwe textielvezels. Toch zien beide gasten daar toekomst in. De technologie evolueert snel en bedrijven investeren volop in innovatie. Ook artificiële intelligentie kan daarbij helpen, bijvoorbeeld om vezelsamenstellingen sneller en nauwkeuriger te herkennen tijdens het sorteren. “Die 1% fiber-to-fiber mag voor mij gerust maal tien”, zegt Tengrootenhuysen. “Dat is de ambitie.”
De nakende uitgebreide producentenverant-woordelijkheid (UPV) wordt door beide gesprekspartners gezien als een belangrijk kantelpunt. Producenten zullen meer verantwoordelijkheid opnemen voor wat er met textiel gebeurt op het einde van de levensduur. Dat kan de omslag naar een meer circulair systeem versnellen, op voorwaarde dat de hele keten mee beweegt. Daarbij hoort volgens de sector ook een duidelijke rolverdeling. Professionele inzamelaars moeten inzamelen, gespecialiseerde sorteerders moeten sorteren en sociale economie kan een belangrijke rol spelen in lokaal hergebruik en herstel. Net in die samenwerking liggen nog grote kansen.
De conclusie van dit gesprek is helder: de textielsector heeft nood aan realisme én ambitie. De crisis vraagt geen simplistische diagnoses, maar samenwerking over de volledige keten. België beschikt vandaag al over veel expertise in inzameling, sortering en hergebruik. De uitdaging bestaat erin die sterktes te behouden, beter op elkaar af te stemmen en stap voor stap verder uit te bouwen. De textielcrisis is dus niet alleen een uitdaging. Ze is ook een kans om de keten fundamenteel slimmer, efficiënter en meer circulair te organiseren. Maar dat lukt alleen als producenten, inzamelaars, recyclers, sociale economie en overheden samen dezelfde richting kiezen.