“We zijn eruit”, de zin waarvan je wist dat hij zou komen. Of toch niet? Nee dus, het werd een ietwat nerveus stuntelig “We zijn heel blij te kunnen aankundigen …”. En hiermee werd de spanning aangekondigd die zou duren tot vrijdagmiddag 30 januari, toen het regeerakkoord wereldkundig werd gemaakt.
Een zoutlozere titel was kennelijk niet voorhanden, of er was gewoon geen tijd meer om een goede slogan te bedenken. ‘Aan de slag’; als je het eerste kwart van het coalitieakkoord leest zal onze overheid vooral met zichzelf aan de slag (moeten) gaan en de bezem moeten halen door de vele handelsbelemmerende regels en procedures die zijn voortgekomen uit een overdreven en rigide drang om, middels regeltjes, maar zo veel mogelijk risico’s voor de overheid uit te sluiten.
Voor wat betreft de regeldruk wordt in dit coalitieakkoord in ieder geval al onderkend dat dit moet veranderen. De Aanpak Regeldruk wordt doorgezet, jaarlijks worden minimaal 500 regels geschrapt of vereenvoudigd. Ik zie de digitale link naar het loket vol verwachting tegemoet. De in het akkoord aangekondigde vereenvoudiging van het BBL zou in ieder geval al een stap in de goede richting kunnen zijn.
De noodzaak om toe te werken naar een Circulaire Economie in 2050 wordt, mede in het belang van het verkrijgen en het behouden van strategische grondstoffen, gekoppeld aan Europees beleid en concurrentiekracht. Het Nationaal Programma Circulaire Economie wordt versterkt, en innovatie en innovatie gestimuleerd. Hoe het gat van 567 miljoen euro ter compensatie van de vervallen polymerenheffing ingevuld gaat worden, blijft echter nog ongewis.
Het is een complex spel; men wil investeren in infrastructurele werken en woningbouw terwijl tegelijkertijd gerecyclede bouwgrondstoffen en bouwgrond veel duurder wordt als gevolg van de voorgenomen stijging van de afvalstoffenbelasting. Niet recyclebaar sorteer- of recyclingresidu moet immers gestort of verbrand worden, hetgeen het recyclingproces (en dus de gerecyclede grondstoffen) kostbaarder maakt.
Het is in ieder geval te hopen dat er in het tijdelijke parlementsgebouw in Den Haag voldoende achterkamertjes zijn waarin deelcoalities gesmeed kunnen worden om dit minderheidskabinet de besluiten te kunnen laten nemen die dit land weer aan de slag krijgt.
“Vertrouwen komt te voet en gaat te paard”; in dit coalitieakkoord wordt vertrouwen in de burger weer het vertrekpunt: minder wantrouwen, eenvoudiger regels, maar als het vertrouwen wordt beschaamd, handhaaft men streng … Ik hoop dat onze overheid zich realiseert dat dit wederkerig is en dat de burger en het bedrijfsleven ook weer vertrouwen gaan krijgen in de overheid.