Meten is weten geldt het cliché. In elke editie van 2025 pakt RecyclePro daarom weer uit met cijfers over de afvalsector. Aan jou om er inzichten uit te destilleren die uw productieproces kunnen optimaliseren of uw rendement verhogen. We kijken in deze editie wat drie jaar aan asbestattesten, 422.584 in totaal, in Vlaanderen hebben opgeleverd.
Op enkele dagen van de derde verjaardag van het asbestattest stond de teller op 422.584. Aan de hand van de data uit deze attesten maakte OVAM een prognose van de te verwachten hoeveelheid asbest die nog in de Vlaamse gebouwen zit. De vorige raming (2019) dateerde van voor de invoering van het asbestattest en was gebaseerd op steekproeven en literatuurgegevens. Uit de analyse van de attesten blijkt dat er vermoedelijk nog 3,18 miljoen ton in omloop is. Vooral voor woningen en appartementen bleek de raming uit 2019 een onderschatting. Voor scholen en landbouwbedrijven geeft de analyse aan dat het om minder asbest zou gaan dan (respectievelijk 35% en 57% minder).
‘In goed 40% van de onderzochte gebouwen concludeert het attest dat het gebouw niet asbestveilig is’
De opvallendste vaststelling uit de analyse is dat twee derde van het passief aanwezig is in woningen en appartementen. Nog ruim 2 miljoen eigenaars van woningen en appartementen beschikken nog niet over een asbestattest en zijn dus onwetend over waar de asbestrisico’s zich bevinden. Verder inzicht in het asbestpassief helpt om de komende jaren de juiste beleidskeuzes te maken om Vlaanderen tegen 2040 asbestveilig te maken. De ondersteuning van particuliere eigenaars, zoals de voordelige inzameling van asbestcement aan huis, de premies voor asbestdaken of de lokale groepsaankopen voor de opmaak van asbestattesten, blijven dus cruciaal om particuliere eigenaars te helpen hun woning asbestveilig te maken.
In 59% van de onderzochte gebouwen (van voor 2001) werden één of meerdere asbesttoepassingen aangetroffen. In goed 40% van de onderzochte gebouwen concludeert het attest dat het gebouw niet-asbestveilig is. Het attest geeft aan in welke toestand de verschillende toepassingen zijn en wat men moet doen om een asbestveilige situatie te bekomen. Ruim 80% van het asbestpassief bestaat uit de verschillende vormen van asbestcement toepassingen zoals leien, golfplaten, buizen, panelen … Maar de gevaarlijkste niet-hechtgebonden asbesttoepassingen zitten in de andere groep: ze bevatten in regel veel meer asbest maar wegen lichter, omdat het bindmiddel zwakker is of niet aanwezig is waardoor de asbestvezels makkelijk vrijkomen.