Sinds het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten staat energie zo mogelijk nog hoger op de agenda. Van de industrie in het algemeen, maar van recyclingbedrijven in het bijzonder. Processen zoals shredder, sorteren, omsmelten, geavanceerde materiaalrecuperatie … vragen immers om aanzienlijke hoeveelheden energie. En die is elders goedkoper dan in Europa. Het maakt dat onze recyclingbedrijven vandaag aan concurrentiekracht verliezen. De sector trekt aan de alarmbel.
Hoewel er vaak veel minder energie nodig is om afval te verwerken tot nieuwe grondstoffen als om virgin materialen te produceren, zetten de stijgende energieprijzen ook de recyclingsector onder druk. Neem nu het voorbeeld van aluminium recycling dat tot 95% minder energie vergt dan voor primaire productie. Europa heeft hard gewerkt aan het opzetten van een circulaire aluminiumwaardeketen, vanuit het besef dat dit materiaal van strategisch belang is voor de sectoren vervoer, bouw, verpakking en technologieën voor hernieuwbare energie. Toch blijft de productie van secundair aluminium sterk afhankelijk van betaalbare en betrouwbare energie. Als de energiekosten sneller blijven stijgen dan de investeringen in koolstofarme energieopwekking, kunnen sommige recyclingbedrijven onder toenemende financiële druk komen te staan, ondanks de milieuvoordelen die zij bieden.
Het zijn uiteraard niet louter aluminium recyclers die onder druk staan. Voor recyclingbedrijven die nu al met krappe marges werken, kunnen stijgende elektriciteitskosten hun concurrentiepositie verder ondermijnen, met name in sectoren waar de wereldwijde concurrentie hevig is. Als we willen vermijden dat onze recyclingsector hier verder terrein verliest, zijn gerichte en structurele maat-regelen noodzakelijk. Niet op lange termijn, maar nu. Vanuit die urgentie schuift Denuo, de Belgische federatie van de afval- en recyclingsector, een aantal duidelijke beleidsprioriteiten naar voren die het concurrentievermogen van de sector opnieuw moeten versterken.

De eerste prioriteit is duidelijk: energieprijzen moeten opnieuw competitief worden. Vandaag vormen ze de grootste structurele handicap voor de recyclingsector. Concrete maatregelen. zoals het plafonneren van transmissie- en distributienettarieven, ook voor kmo’s en bedrijven in industriële ketens, zouden al een stap in de goede richting zijn. Daarnaast moeten accijnzen omlaag tot het Europees minimum. Zonder deze ingrepen blijft recycling structureel duurder dan de productie van virgin materialen.
De elektriciteitsfactuur wordt vandaag gebruikt om allerlei beleids-maatregelen te financieren. Dat maakt energie onnodig duur voor bedrijven die net bijdragen aan de klimaattransitie. De energiefactuur moet de werkelijke energiekost weerspiegelen, niet fungeren als beleidsinstrument. Dit is een cruciale stap om de structurele kostenhandicap weg te werken.
De recyclingsector opereert in een globale markt. Vandaag moeten onze recyclingbedrijven concurreren met importstromen van recyclaat uit goedkopere regio’s en met producenten van virgin materialen die vaak lagere kosten hebben of steun genieten. Strengere controles op import en een beleid dat lokale, circulaire materialen erkent als strategische grondstoffen voor Europa zijn de pijlers voor een eerlijk speelveld. Zonder verliest Europa niet alleen industrie, maar ook controle over zijn grondstoffen.
Tot slot is er nood aan een stabiel en coherent regelgevend kader. Continue wijzigingen en bijkomende nationale interpretaties zorgen voor onzekerheid en remmen investeringen af. De recyclingsector heeft nood aan duidelijke, voorspelbare regels die bedrijven toelaten om op lange termijn te investeren in capaciteit en innovatie.