Platform over de gehele recyclingstroom binnen de Benelux
PODCAST: Actieplan plastic recycling – Tussen crisis en capaciteitstekort 

PODCAST: Actieplan plastic recycling – Tussen crisis en capaciteitstekort 

De plasticrecyclagesector bevindt zich in een spanningsveld. Vandaag staat de markt onder druk door lage virginprijzen, internationale concurrentie en terugvallende marges. Tegelijk naderen de Europese verplichtingen rond recycled content tegen 2030, terwijl net nu recyclagecapaciteit verdwijnt.

In deze aflevering van Trash Talks gaat host Nele Roobrouck in gesprek met Eric Van Roekel (Van Werven Plastic Recycling Holding) en Jeroen Blancke (Vanheede Environment Group) over de huidige marktsituatie, het verlies aan capaciteit, de rol van beleid en producentenverantwoordelijkheid, en de nood aan graduele verplichtingen en vraagcreatie. 

Het gesprek maakt duidelijk waar de knelpunten liggen – energie, vergunningen, prijsdruk en oneerlijke concurrentie – maar ook welke hefbomen volgens de sector noodzakelijk zijn om de transitie richting 2030 haalbaar te maken. 

Transcript

[00:00] Introductie en situering van de sector 
Nele Roobrouck: Welkom bij deze nieuwe aflevering van Trash Talks, een samenwerking tussen Recycle Pro en Dino. Vandaag hebben we het over de toekomst van plastic recycling. De sector staat onder zware druk. Lage prijzen voor virgin plastics, toenemende internationale concurrentie en tegelijk ambitieuze Europese doelstellingen voor recycled content vanaf 2030. Het lijkt een paradox. Vandaag is er te weinig vraag naar recycled materiaal, maar morgen dreigt een tekort aan capaciteit. Stof genoeg om over te praten. En we hebben vandaag twee belangrijke spelers uit de keten te gast. Eric Van Roekel, algemeen directeur van Van Werven Plastic Recycling Holding, en Jeroen Blancke, Material Recovery Specialist bij Vanheede Environment Group. Welkom Eric en Jeroen. Kunnen jullie elk toelichten wat jullie bedrijf precies doet binnen de plasticketen? Eric? 

[00:57] Van Werven – Activiteiten en spreiding in Europa 
Eric Van Roekel: Ja, dus ik ben van Van Werven Plastic Recycling, een bedrijf dat al 80 jaar bestaat. Derde generatie familiebedrijf. Sinds 2005 actief in de plastic recycling. Focus op harde kunststoffen. En wij produceren weer circulaire grondstoffen uit afgedankte kunststoffen. En dat doen wij in Europa. Dat doen we in Nederland, België, Engeland, Denemarken, Zweden, Polen en sinds kort ook in Frankrijk. 

[01:26] Vanheede – Inzameling, sortering en mechanische recyclage 
Nele Roobrouck: Jeroen? 
Jeroen Blancke: Ja, net zoals Van Werven zijn wij nog een echt familiebedrijf bij Vanheede. Geen 80 jaar, maar bijna 60 jaar. Vele mensen kennen ons vanuit het straatbeeld van de gele vrachtwagens en de groene containers. Dus wij zijn een waste management bedrijf. Wij zamelen alle afvalstoffen in, waaronder ook plastics. Daarnaast doen wij ook verwerking. Enerzijds zijn wij actief in het sorteren van plastics. Bijvoorbeeld wat de mensen kennen is de blauwe zak die ze iedere dag buiten zetten. Dus wij sorteren onder andere PMD-materiaal. Die proberen we zo hoogwaardig mogelijk terug af te zetten. Waar dat niet lukt, hebben wij een opvangnet via een voorbehandelingslijn voor chemische recyclage. Waar dat wel kan, dat sturen wij naar mechanische recyclage. Daar hebben we ook een eigen verwerkingsinstallatie, ondertussen twee jaar in bedrijf, waar wij HDPE- en PP-verpakkingen terug opwerken tot flakes. 

[02:33] Perfect storm in de recyclagesector 
Nele Roobrouck: Zo zie je, twee bedrijven die al een aantal jaren op de teller hebben. En nu gaan we over naar onze inhoud. Er wordt vandaag gesproken over een perfect storm in de recyclagesector. Daar gaan we nu natuurlijk verder op in. Eric, voelen jullie concreet dat de vraag naar recycled plastic onder druk staat? En wat betekent dat voor productie en prijzen? 
Eric Van Roekel: Ja, ik vind het best een moeilijke vraag. Want de vraag is een beetje of de vraag naar recycled materiaal onder druk staat, of dat de wens voor goedkope inkoop leidend is. Dus wat we eigenlijk zien is, doordat er veel goedkoop materiaal op de markt is, dat materiaal gemaakt van recycled materiaal zichzelf wat uit de markt prijst. En daardoor de vraag wat minder lijkt. En in ieder geval, we noemen het maar het mechanisme wat we hebben tussen het ontvangen van materialen, de gate fee die we daarvoor krijgen, de kosten van het proces tot en met het terugleveren naar de klant. Dat mechanisme is wat uit balans op dit moment. Daar hebben we weinig invloed op. Links concurreren wij met de verbrandingsinstallaties en de stortplaatsen. Die hebben een bepaald tarief waarvoor je spullen kan brengen. En als wij meer aan de voorkant vragen, dan brengen ze het niet meer. En aan de achterkant wordt het heel erg gedomineerd door de olieprijzen. Dus als we zien dat de virgin materialen goedkoper zijn, dan zien we eigenlijk dat de recyclematerialen niet duurder mogen zijn. Dus aan de voorkant kunnen we onze prijs niet verhogen, want dan wordt alles verbrand. En aan de achterkant moeten we onze prijs verlagen om concurrerend te zijn. Dat betekent dat het geld wat overblijft steeds minder wordt. 

[04:18] Afzetproblemen en kleurproblematiek 
Nele Roobrouck: Jeroen, merken jullie in de praktijk dat de afzet op dit moment van de kunststofstromen moeilijker verloopt? 
Jeroen Blancke: Ik zal spreken vanuit onze verwerkingsinstallatie waar we PP- en HDPE-verpakkingen verwerken tot flakes. We hebben daar geïnvesteerd in wat wij noemen de geavanceerde mechanische recyclage, waar we ook verschillende wasstappen en op kleur sorteren. En daar zien we, wat de lichte kleuren betreft, de vraag kan beter, maar die is nog oké. We zien vooral op de donkere kleuren dat die wel problematisch is. Dus zoals Eric vertelt, gaat het daar vooral over aan welke prijs je het materiaal kan afzetten. Dat is vandaag een lagere vraag. Het aanbod is vrij hoog en dan weet je wat dat doet met de prijzen. En ik denk dat dat ook wel een beetje een oproep kan zijn naar brandowners en dergelijke die verschillende kleuren op de markt zetten, wat ook kan, wat ook goed is. Maar als we dan hoogwaardige zaken willen terugleveren naar hen, dan is het vaak van ja, het moet naturel of het moet wit zijn. Dus we moeten daar ook wel met hen samen kunnen over spreken. Dus vooral in die donkere kleuren is de afzet effectief wel problematisch. 

[06:00] Stoplicht op rood – Capaciteit daalt terwijl ze moet groeien 
Nele Roobrouck: Maar als jullie het nu in één zin moeten samenvatten, hoe ernstig is de situatie vandaag? Kunnen we het vergelijken met de verkeerslichten? Staat die al op rood of is het op dit moment oranje? 
Jeroen Blancke: Wat ik daarover zou zeggen is, we zijn de laatste drie jaar bijna 1 miljoen ton recyclagecapaciteit verloren. En als je ziet dat zelfs partijen die lange termijncontracten hebben met bijvoorbeeld Fost Plus ook moeten stoppen, dan denk ik wel dat we in een zeer moeilijke fase zitten. 
Eric Van Roekel: Ik sluit me daar wel bij aan. Ik vind dat je goed moet kijken naar wat speelt er nou bij de verschillende bedrijven die stoppen. Maar ik denk wel dat we op dit moment op een niveau zitten waar de bedrijven die nog operationeel zijn het niet makkelijk hebben, sommigen zelfs heel moeilijk. Terwijl als wij kijken naar onze visie, en die proberen we aan te sluiten op de visie van Europa, zowel nationaal als internationaal, dan denken wij dat we veel meer moeten recyclen en moeten groeien. En dan zie je dat alles een beetje stil staat terwijl de opgave eigenlijk groter is. Daarmee denk ik wel dat het stoplicht op rood staat, omdat we in gevaar komen dat bedrijven vertrekken uit Nederland, België of Europa, waardoor die capaciteit die al verlaagd wordt nog verder verlaagt terwijl die eigenlijk moet toenemen. Dus los van of bedrijven blijven bestaan of niet, we gaan ons aandeel verliezen. En dat is ook onze koploperspositie. 

[07:46] Investeren in crisistijd en voorbereiding op 2030 
Nele Roobrouck: Je ziet dat bedrijven de productiecapaciteit naar beneden brengen of on hold zetten. Hoe ga je met een dergelijke situatie om als bedrijfsleider? 
Eric Van Roekel: Wij zijn van nature een bedrijf met een positieve instelling. Dus ook als het minder gaat in de markt kunnen we in de hoek gaan zitten en mee piepen met de rest, maar wij kiezen er bewust voor om te kijken waar de kans in deze markt ligt. Wij kiezen er bewust voor om wel te groeien. Ook de capaciteit die wegvalt moet ergens heen, dus daar zien we ook wel weer kansen in. We zijn recent gestart in Frankrijk. Dat is toch in deze tijd, alle fabrieken gaan dicht en Van Werven opent er één in Frankrijk. Dat heeft te maken met dat we van nature ondernemend zijn, maar ook dat het moment dat het wat minder gaat in de wereld, het ook tijd is om je voor te bereiden op de toekomst. Er is veel plastic in de markt. Er is een theoretisch tekort aan recyclemateriaal. Als iedereen recyclemateriaal gaat gebruiken, is het niet eens beschikbaar. Dus ik verbaas me ook eigenlijk dat wij niet elke dag gebeld worden door bedrijven die zeggen: kunnen we niet aansluiten, want wij willen ook een stukje van jullie productie vastleggen voor de lange termijn, want in 2028 of 2030 gaan we ook serieus werk maken van recycled content. Het verbaast mij dat er zo weinig geïnvesteerd wordt. Dat heeft ook te maken met financiering. Wij hebben een familie met geduldig kapitaal die een generatie vooruitkijkt. Die zeggen: plastic vinden wij belangrijk. Ook al verdienen wij niets of weinig met plastic recycling, we hebben meerdere activiteiten, dan investeren we nog steeds in de groei van plastic recycling. Als wij het van de banken zouden moeten hebben, dan kijken die naar de cijfers en zeggen: daar wordt niet heel veel verdiend, waarom zou je dat doen? Dus puur de formules die banken hanteren maken het heel moeilijk om op dit moment grote stappen te financieren. Daardoor staat die investeringscapaciteit bij veel bedrijven bijna op nul. En als je moet terugbetalen met winst en die winst er niet is, dan komt je vrije cashflow in het gedrang. Dan snap ik dat het voor veel bedrijven op dit moment erg moeilijk is. 

[10:31] Capaciteitstekort richting 2030 en trage anticipatie 
Jeroen Blancke: Als je kijkt naar wat in de wetgeving geschreven staat voor verpakkingen, de PPWR, de Packaging and Packaging Waste Regulation, die spreekt over verplichte recycled content 2030. Ook in de automotive komen er zaken aan, dat zal twee jaar later volgen. Als je dan kijkt welke capaciteit we eigenlijk missen tegen 2030, 2032, puur op polyolefines – ik zal het nog beperken – spreek je toch al gauw over 5 à 6 miljoen ton capaciteit die we nog ontbreken. En zoals Eric zegt, eigenlijk zou onze telefoon nu roodgloeiend moeten staan van bedrijven die al anticiperen, omdat dat vrij dichtbij ligt om die grondstoffen effectief te hebben en al die projecten te starten. Maar het is niet van: ik heb recycled materiaal en morgen ben ik er. Je hebt ook nog een ontwikkelingstraject dat je moet doorgaan. En door de huidige economische context zien we die anticipatie eigenlijk maar zeer traag op gang komen. En ik denk dat we daar samen met andere stakeholders, maar zeker met de industrie en brandowners, moeten denken: hoe kunnen we echt tot die circulariteit komen? Wat is er nodig? Wat zijn de problemen die we nu hebben waardoor die anticipatie nog laag is? En hoe kunnen we met die problemen omgaan om eigenlijk een transitie te hebben richting 2030? 

[12:03] Circulaire economie met lineair einde 
Eric Van Roekel: Eigenlijk zien we bijna dat we een circulaire economie hebben gecreëerd met een lineair einde. Dus we hebben alles bijna voor elkaar. Dus het wordt ingezameld. Bij die inzameling durf ik nog wel te zeggen dat we volgens onze berekeningen slechts 20% van de plastics nog maar recyclen. Dus er is voldoende capaciteit voor alle bedrijven, voor ons, voor jullie, maar voor de rest van de sector om te groeien, om dat in te vullen. Maar dat betekent wel dat het ook ingezameld wordt. En dat betekent ook dat als het ingezameld wordt en het wordt verbrand of gestort – wat eigenlijk niet mag – dan moet je dat handhaven. Ze kunnen wel heel goed handhaven op vergunde inrichtingen waar wij ons allemaal aan regels moeten houden. Maar als we dan kijken waar plastic nu belandt, dan denk ik: als we dat nou eens gaan handhaven en vervolgens die circulaire economie die nu nog vaak lineair eindigt, als we daar dat laatste stukje ook een draai geven, dat ook de producenten of de brandowners gaan zeggen: wij gaan die materialen ook weer inzetten. Dus 100% herinzetten van wat er beschikbaar is om ingezet te worden. Het moet technisch kunnen, daar kunnen we best goede regels over afspreken. Dan zul je ineens zien dat dat vliegwiel heel hard gaat draaien en dan komen we in die situatie waar wij al een paar jaar op wachten, dat er theoretisch een tekort aan onze mooie circulaire grondstof is. 

[13:24] Van recyclagegraad naar echte circulariteit 
Jeroen Blancke: Ik denk dat een van de zaken die daarin spelen is dat we de laatste 30, 35 jaar ons te veel gefocust hebben op recyclagegraad. Wij zamelen in en wij moeten bepaalde doelstellingen halen voor recyclagegraad. En als we België als voorbeeld nemen in de verpakkingen, moet je zeggen: fantastisch goed gedaan, we staan bovenaan ten opzichte van de andere lidstaten in Europa. Maar eigenlijk moeten we nu in de toekomst meer de vraag stellen: wat doen we voor circulariteit? Om het verschil aan te tonen: recyclagegraad is, we zamelen effectief in, we sorteren en dan zetten we het ergens in een toepassing in, wat die dan ook is, als het maar ergens ingezet wordt. Echte circulariteit is dat we het materiaal terug gaan inzetten waar het origineel eigenlijk voor gebruikt is geweest. Maar daarvoor heb je ook de mensen mee aan tafel nodig die het op de markt hebben gebracht en die daar ook hun verantwoordelijkheid in nemen van: hoe moet ik mij nu aanpassen of wat is er nodig om het terug in mijn eigen materiaal te kunnen inzetten? En ik weet het, er zijn ook uitdagingen, zeker als we over food spreken. Maar laten we eens beginnen. In non-food toepassingen is er ook nog heel veel laaghangend fruit dat we kunnen plukken. Dus ik denk dat we meer moeten switchen van recyclage naar circulariteit. 

[15:03] Opstoppingen in de keten en producentenverantwoordelijkheid 
Nele Roobrouck: Ik denk dat we hier een heel belangrijke boodschap gehoord hebben, zowel naar het beleid als naar de producenten. Recycling is natuurlijk geen losse activiteit op zich. Het is een onderdeel in de keten van inzameling tot nieuwe grondstof. En als we dan upstream kijken, Jeroen, wanneer zien we dat die recyclers minder kunnen afnemen? Ontstaat er dan een druk op opslag, op sortering? En wat doen jullie met de contracten die eventueel afgesloten zijn? Of is dat op dit moment nog geen probleem? 
Jeroen Blancke: Effectief, als er in de keten zaken niet vlot lopen, heb je ergens opstoppingen. Dan zien we dat die schommelingen, stockage als opvangnet, een buffer wordt. En we zien dat die schokken die we moeten opvangen eigenlijk groter worden naarmate de problemen. Nu, er zijn een aantal zaken: als er minder afzet is, dan kan je zeggen: ofwel zal er minder naar recyclage gaan, zoals Eric zegt, dan gaat het naar andere zaken die we eigenlijk liever niet wensen. Ofwel wordt de kost van recyclage hoger als je daar met prijsdruk zit. Nu, eigenlijk ligt de kost of zou de kost moeten liggen bij iemand die iets op de markt plaatst. Als dat nu een verpakking is of iets anders, dan zijn die personen of bedrijven eigenlijk ook verantwoordelijk voor wat er end of life met hun product moet gebeuren en ook de kosten. Voor een aantal zaken hebben we al dergelijke uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, zoals verpakkingen. En dan zie je dat als die kosten verhogen, zij dat onrechtstreeks al mee betalen, want dan worden de groene punt-tarieven verhoogd om net die kosten te kunnen opvangen. Dus als we over circulariteit spreken, denk ik dat we ook die mensen mee aan tafel moeten brengen om te zeggen: die kost is er. Laat ons nu kijken hoe we dat materiaal ook bij jou kunnen krijgen. En misschien zal die kost dan daardoor ook wel dalen. En terug, dan gaan we niet over recyclage spreken, maar echt over circulariteit. 

[17:08] Prijsverschil met virgin materiaal 
Nele Roobrouck: Als we verder gaan op de prijs, Eric. Het prijsverschil met virgin is op dit moment groot. Kunnen we daar een bedrag op plakken? En hoe zie je dat evolueren naar de toekomst toe? Is er veel aarzeling bij klanten om de switch te maken naar recycled content? 
Eric Van Roekel: Wij zien gelukkig dat wat wij produceren redelijk goed verkocht kan worden. Er is voldoende vraag naar. Wij zitten vooral in polyolefines en PVC. Dan zien we dat de ene markt continu uitverkocht is, de andere wat lastiger, omdat dat niet in alle producten kan. Dan zie je ook dat die markt wat meer achterblijft met instappen in die circulaire economie. Dus dat is niet alleen een prijseffect. Maar we zien wel dat op dit moment – wat is het verschil? Dan durf ik wel een voorbeeld te geven. Stel dat ons product, wij maken dan een maalgoed waar je een regen- en laad van maakt en daar kan je direct producten van maken. Stel dat zo’n product 1.000 euro zou moeten kosten, dan zitten we vandaag rond 900 euro. Dus we zitten al 100 euro te laag voor een goed businessmodel waar we wat marge hebben. Vervolgens wordt nieuw materiaal uit Azië of Amerika op de markt gebracht voor nog onder dat bedrag. Dan merk je dat onze klant niet in staat is om het bedrag te betalen dat wij graag zouden willen hebben. Dus we hebben een soort stempel gekregen dat recyclemateriaal niet duurder mag zijn dan nieuw materiaal. Nieuw materiaal kan je in elke kleur krijgen, de specificaties zijn perfect. Recyclemateriaal is altijd recyclemateriaal, een bepaalde kleur, vaak grijs of grijzer. Ga je nog meer kosten toevoegen, dan wordt die gap nog groter. Dus eigenlijk zie je dat er geen level playing field is. Die virgin materialen worden vaak niet in Nederland gemaakt, maar elders waar ze andere energiekosten, loonkosten en minder regelgeving hebben. Dat gat wordt groter en blijkbaar is de wereld op zoek naar een lage prijs. 

[19:58] Paradox richting 2030 en verlies van capaciteit 
Nele Roobrouck: Inderdaad, de wereld is op zoek naar een lage prijs omdat consumenten natuurlijk ook een belangrijke rol spelen in het afnemen van producten. En vandaar, we komen bij een heel belangrijke paradox in de sector. Vandaag is de vraag vrij laag zoals we al besproken hebben. Tegen 2030 moet een aanzienlijk deel recycled materiaal opgenomen zijn in de productie van de nieuwe verpakkingen. Maar vandaag verliezen we capaciteit. In Nederland hebben we al een aantal faillissementen, een aantal sluitingen, ook in Duitsland. En jammer genoeg hebben we er ook al een eerste in België. Het risico is dus groot zoals we al besproken hebben dat we meer en meer capaciteit zullen verliezen en hoe zullen we die dan kunnen opklikken naar 2030 toe? Zie jij daar iets in Eric? Jullie zeggen natuurlijk we hebben een nieuwe fabriek al geopend in Frankrijk en jullie kijken vooruit, maar jullie zijn natuurlijk niet de enige speler, jullie zullen natuurlijk niet alle capaciteit kunnen opvangen, vermoed ik. 

[21:00] Uitbreiding, energie en vergunningen 
Eric Van Roekel: Hoe zie als we in Nederland kijken zijn we ook al tijden bezig met uitbreidingsvraagstukken. Daar lopen we altijd tegen twee grote uitdagingen aan. Eén is vaak bestemmingsplanwijziging en de tweede is dat we energie nodig hebben. Dus we kunnen wel extra machines erbij zetten, maar die vragen stroom. Medewerkers geven hun boterham, maar we moeten steeds meer automatiseren. We zien ook dat die beschikbaarheid van mensen, handsorteren, steeds ingewikkelder wordt. Dus we moeten robotiseren, we moeten automatiseren. Dus we hebben met stroom echt een grote uitdaging in Nederland, zeker op de plekken waar we zitten. Daar hebben we uitbreidingsruimte, maar dan moeten we een vergunning aanvragen. Dat zijn best wel langdurige trajecten, dus er moet stroom zijn. Dus wij willen daar wel uitbreiden. We hebben ook de middelen daarvoor. Dat zien we overigens ook in andere landen, dat we per land kijken wat we kunnen doen en ook waar heeft dat land dan behoefte aan. Maar het zijn wel de gesprekken die we ook wel met de nationale overheid voeren, van maar wat willen jullie eigenlijk? Want af en toe hebben wij het idee dat wij zeg maar volgend zijn op nationale en internationale doelstellingen. Alleen de vraag is, zijn dat dan doelstellingen die in een boekje staan of zijn dat nou echt doelstellingen die we echt heel hard willen invullen met z’n allen? Want wij gaan wel rennen. Alleen als we dan niet geholpen worden, dan vragen wij ons wel eens af, hebben wij dan het verkeerd gelezen? Hebben wij het verkeerd begrepen? We hopen van niet natuurlijk. Maar ik denk dat er veel bedrijven zijn die wachten op duidelijkheid. Of het dan goede duidelijkheid is of slechte duidelijkheid. Denk aan een exportverbod. Is misschien niet leuk voor sommige partijen, gaat misschien tot problemen leiden. Maar het mooie is wel dat als er een probleem ontstaat, dan kunnen we werken aan de oplossing. En als we niet die keuzes maken, dan blijven we maar pappen en nat houden, noem ik dat maar even. En wij hebben vooral behoefte aan duidelijkheid. Komt die 2030-norm er? Zo ja, we hebben het in het verleden met PET gezien. Er kwam een duidelijk standpunt over recycled content in de PET-producten en sindsdien zien we een redelijk goede stabiele prijs voor PET-recyclemateriaal. Nou laten we dat voor de polyolefines ook doen. We hebben het heel vaak over verpakkingen, maar er is een hele grote stroom, dat doen wij vooral, de niet-verpakkingen. Dus denk aan de milieustraten van gemeentes, de intercommunales, waar grote hoeveelheden materiaal, harde kunststoffen, vrijkomen, die overigens niet in een producentenverantwoordelijkheidssysteem vallen. Dat is nog allemaal niet gesubsidieerd ook nog. Dus dat is nog een veel complexere markt eigenlijk, die we niet uit het oog moeten verliezen. Want daar zie je ook wel, dan gaan we het over de PPWR hebben, dat gaat dan weer over verpakkingen. Maar waarom moeten niet-verpakkingen ook geen recyclecontentverplichting krijgen? We hopen dat dat er ook bij komt. 

[23:57] Europese timing en politieke context 
Nele Roobrouck: Verwacht je dit snel te komen op Europees niveau? 
Eric Van Roekel: Al jaren keken wij, als we naar de toekomst keken, dan was Europa best wel onze hoop. En wat we nu zien is toch politiek wat moeilijker landschap op dit moment. Waar wij nu vooral teruggaan naar eigen kracht, heet dat dan maar. Dus dat we zeggen, wij hebben een plan, dat gaan we doen. Dat is niet makkelijk. Daar zou hulp van de overheid echt welkom zijn in meerdere landen door keuzes te maken om toch die verplichting erin te krijgen, zodat dat vliegwiel gaat draaien. We hopen dat dat in 2030 komt of eerder. Want in één keer 30% in 2030 is ook niet de oplossing. Je moet vandaag al een besluit nemen. Vandaag moeten bedrijven zich gaan voorbereiden. Ze moeten technologie aanpassen. Ze moeten gaan leren werken met recyclemateriaal. Ik denk dat de gemiddelde producent niet met recyclemateriaal werkt. Het zijn er maar een paar die het wel doen. Dus de rest moet ook die transitie in. Dus wat ons betreft gaan we morgen beginnen met 5% verplichting. En dan gaan we dat stap voor stap opbouwen ook op basis van beschikbaarheid. Laten we dat dan vooral doen, dat we niet weer onderzoek gaan doen naar oh we hebben een probleem met food contact, we hebben toch niet genoeg dus doen we niet food contact, doen we de rest. Medical probleem, doen we die ook niet. Daar houden we nog steeds een hele grote groep over waar we morgen mee kunnen beginnen. 

[25:19] Energieprijzen en survivalmodus 
Nele Roobrouck: Ja en wanneer gaat het gebeuren? Ja ik hoop morgen. Ik zie ook, als we kijken naar Vlaanderen of naar België, Jeroen, dat we ook met dezelfde belemmeringen zitten, met dezelfde drempels. Het tekort aan energie komt er ook aan. Ik denk wel dat we in West-Vlaanderen zitten met het probleem van Ventilus, van Boucle du Hainaut. Dus daar zitten we nog met een grote uitdaging voor nieuwe capaciteit. Maar ook de energieprijzen zijn geen evidentie in België. 
Jeroen Blancke: Om even terug te komen, we hebben nog nood aan extra capaciteit. Maar laten we eerst zorgen dat we die vraagcreatie ook op orde krijgen, vooral als we terug naar nieuwe capaciteiten kijken. Ik denk dat heel veel mensen in de sector op dit moment in survivalmodus zitten en niet in de investeringsmodus. Om net die onbekende die er is, wanneer gaat die vraag nu effectief aantrekken? En ik sluit me volledig aan bij Eric over ja we hebben een beetje de big bang in 2030. Ik denk dat we eens moeten nadenken op welke manier kunnen we stapsgewijs tot die doelstellingen van 2030 komen, maar dat we nu al aan de slag gaan. Wat heel veel bedrijven nu nog denken: 2030 is voor sommigen nog ver, maar eigenlijk is die al heel dichtbij. Hoe kunnen we toch al naar een transitie, naar die 2030 komen, waardoor dat voor iedereen stapsgewijs kan? En niet met een grote schok in 2030. 

[27:02] Vraagcreatie, incentives en uitgebreide producentenverantwoordelijkheid 
Nele Roobrouck: Dat is natuurlijk het probleem van Europa. Europa legt het op tegen 2030. Als lidstaten het moeten vertalen naar eigen wetgeving, dan heb je natuurlijk altijd de no gold-plating, niet sneller lopen dan Europa. Maar jullie pleiten echt wel voor een gradueel systeem. Eén, om eigenlijk de productie op gang te trekken. Om te zorgen dat alles heel mooi in elkaar loopt, zowel van productie als naar consumptie. Maar als je dan ziet dat zowel de lidstaten, zowel Nederland, België, maar ook Frankrijk het heel moeilijk hebben om een gradueel systeem in te bouwen, hoe kunnen we dan eigenlijk onze beleidsmakers overtuigen dat je zegt van kijk ja, kom, laat ons eens de voortrekker spelen op Europees niveau. Dat is geen gold-plating, maar laat ons eens beter doen dan de rest. 
Jeroen Blancke: Ik denk dat er twee zaken zijn om tot die vraagcreatie te komen. We hebben enerzijds die verplichtingen die op ons afkomen. Anderzijds kan je ook werken met sterke incentivering. En akkoord, we hebben meer UPV’s nodig, want veel zaken zitten nog niet in uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, waar we dus daar ook geen middelen kunnen creëren om tot circulariteit samen te komen. Maar waar dat wel zo is, of waar dat wel reeds bestaat, kan je via incentivering eigenlijk gaan zorgen dat je de handicaps gaat wegnemen. Dat kan je ook gaan sturen, want het zal niet altijd zo blijven dat de komende vijf à tien jaar het virgin materiaal structureel goedkoper zal zijn. We zitten daar met andere uitdagingen die we nog moeten oplossen. En dan zie je bijvoorbeeld, als je naar de buurlanden kijkt, Frankrijk zal ik als voorbeeld nemen, dat die toch 450 à 500 euro per ton incentive geven om recycled content te gaan inzetten in zaken waar het kan. Zonder dat je dat effectief verplicht van we gaan nu 5% of 10%. Beide kunnen hand in hand gaan. En ik denk dat we naar beide zaken wel moeten durven kijken. Goed, we hebben al vaak over UPV’s gesproken, maar ook vanuit de overheid. Als we kijken naar Vlaanderen, het voorbeeld is daar bijvoorbeeld in de huisvuilzakken, in het Vlarema 9 is er 50% verplichte recycled content in de huisvuilzakken LDPE. In het nieuwe Vlarema spreekt men over 90%. Dus dat zijn eigenlijk ook goede initiatieven, want daar kan het zeker, omdat het dan ook bij de aanbestedingen zo wordt meegeschreven. Maar misschien kan er nog veel breder getrokken worden, niet enkel voor huisvuilzakken, maar ook nog voor andere kunststofartikelen die in een publieke aanbestedingsmarkt zitten, om daar ook zaken in te doen. 

[29:38] Exportban en verwerking binnen Europa 
Nele Roobrouck: Bij deze is het dan ook een oproep naar Fost Plus en Valipak om dergelijke zaken mee op te nemen in hun lastenboeken. Ik denk, ik zou graag eventjes teruggaan naar wat Eric daarnet zei over de exportban. Hij heeft het heel kort aangehaald, Jeroen. Vanaf november dit jaar zien we dat er eigenlijk geen export meer zal mogelijk zijn van plastics naar niet-OESO-landen. Hoe zien jullie, zowel Eric als Jeroen, dat deze volumes in België, Europa verwerkt zullen kunnen worden? Wat leuk zou geweest zijn, dat er synchronisatie zou geweest zijn tussen verplichte recycled content 2030 en een exportban die dan vier jaar eerder wordt. 
Jeroen Blancke: Maar goed, het is nu niet zo. Ik denk dat we vooral niet moeten die datum proberen achteruit te schuiven. Die beslissing is genomen. Ook mensen, ondernemers hebben daarop geanticipeerd en investeringen gedaan. Dus ik denk dat we vooral die niet in de kou mogen laten staan. Het kan zijn op korte termijn dat misschien zaken die voorheen naar recyclage konden, dat dat tijdelijk niet zal kunnen. Dat we daar andere verwerkingsmogelijkheden moeten voor aanboren. Maar goed, nogmaals, ik kom terug op circulariteit. Ik denk dat dat terug een boodschap is van kijk, we hebben te lang op die recyclagecijfers aandacht gevestigd. Waar dat dan ook was. Laat ons nu kijken van goed, waar kunnen die producten terug ingezet worden en hoe kunnen we die dynamiek creëren? Als je puur en alleen voor België kijkt, ik neem de publieke cijfers die Valipak ook hanteert, spreken we over 6.000 ton big bags en meer dan 10.000 ton in de bonte kwaliteiten. Dat is dan puur enkel en alleen voor België. Dus er is daar werk aan de winkel om te zorgen van kijk, waar kunnen we die producten terug hier lokaal inzetten om tot die circulariteit te komen. 

[31:39] Exportban in Nederland en nood aan stabiliteit 
Nele Roobrouck: En daar hebben we ook de oproep gezien van Valipak vorige week, om te kijken waar er mogelijkheden zijn om deze lokaal, dat is ook Europees, terug in te zetten. Eric, kan jij daar nog iets aan toevoegen vanuit cijfers vanuit Nederland? 
Eric Van Roekel: Ik denk dat we in Nederland een soortgelijke uitdaging hebben met de exportban. Je ziet natuurlijk dat de meningen per bedrijf wat verdeeld zijn. Wij exporteren niet, dus dan hebben we er als Van Werven geen direct last van. Wij vragen altijd wat er dan weer met die materialen gebeuren die op de markt komen. Wat ik persoonlijk belangrijk vind, en Jeroen zei het ook al, is dat we in ieder geval dingen niet vooruit gaan schuiven. Dus we moeten weer naar wat ik aan het begin zei: of het nou goede of slechte besluiten zijn, we moeten besluiten gaan nemen en dingen gaan doen, zodat er ook weer vertrouwen komt. Ook voor ons. Dat als we zeggen er komt iets in 2030, is dat zo. Want ze kunnen het zo eind 2029 weer veranderen. We hebben het in Nederland gezien met een aantal normeringen die doorgevoerd zouden worden, de plastic tax en nog wat andere dingen. Ja, daar als bedrijf anticipeer je op een aantal zaken, dan verandert het toch weer. Dat is, ik mis de tijd van wat jaren geleden waar de politiek heel stabiel was en je redelijk wijs kon voorspellen hoe de toekomst eruit ging zien. Met nieuwe regelingen, dat dingen dan langzaam veranderen, dan kun je daar heel goed op anticiperen als bedrijf. Dus wat mij betreft, wat we ook doen, in ieder geval duidelijkheid, keuzes maken en meer keuzes maken. Een oproep naar stabiliteit in de politiek, zowel op Europees als op nationaal niveau. 

[33:20] Level playing field en internationale concurrentie 
Nele Roobrouck: We gaan ook een ander topic aansnijden en dat is dat veel bedrijven aangeven dat er geen gelijk speelveld is op dit moment. Als we kijken naar de sector van de plastic recycling, waar zit dan voor jou het grootste concurrentienadeel? Zijn dat effectief de energieprijzen of nieuwe regelgeving? Of heb je dan de schaalvoordelen van de petrochemie die zorgen dat de virgin plastics dan toch weer goedkoper zijn? 
Eric Van Roekel: Ja, ik denk dat alle punten van belang zijn. Ik vraag me wel eens af, we kunnen heel makkelijk een exportban in het leven roepen. Waarom dan niet een importban of tarivering op materialen die uit het buitenland geïmporteerd worden? Onze energiekosten zijn hoog en worden hoger. De beschikbaarheid van personeel voor handsorteren wordt steeds moeilijker. Vervolgens moeten we dat oplossen met automatisering en robotisering. Dat kost weer veel energie. Dus dat maakt onze kosten hoog. Als we dan naar de petrochemie kijken, waar wij met in zeven landen 180.000 ton plastic recyclen, noem een bedrijf in België of een grote chemiepartij die een miljoen ton per jaar produceert. Als je dan kijkt naar de kwaliteitsmedewerker, de directeur, al je vaste kosten kun je door een miljoen delen. Zij hebben een grondstof die niet belast is, hoewel we die uit de aarde onttrekken, of minimaal belast. Dus die productiekosten zijn redelijk vast. En zeker als we dan nog naar het buitenland gaan waar ze lage loonkosten hebben, lage energieprijzen en minder regelgeving, ja dat is voor ons hard om tegen te concurreren. En ik denk dat we daar moeten zeggen: hoe gaan we onszelf beschermen? Dat er voorrang moet komen op het net. Dat de keuze moet zijn dat alles wat we weggooien wat je nog her kan gebruiken, dat je dat terugbrengt als nieuwe grondstof. Niet 100% van het afval, maar 100% van het materiaal dat geschikt is voor hergebruik. Als dat het uitgangspunt is, dan zeg je ook nog dat dat eerst lokaal gebruikt moet worden. Dan heb je logistiek voordeel, werkgelegenheid, onze koploperspositie. Er zijn genoeg redenen om te bedenken waarom we dit niet al lang doen. 

[36:31] Samenwerking met chemie en strategische autonomie 
Jeroen Blancke: Ik denk dat een deel zeer belangrijk is dat je aanhaalt. We zitten met de verduurzaamde productie en we zitten met de recyclage. Ik denk dat we vaak geframed worden als recyclage tegen petrochemie. Ik denk dat we vooral moeten kijken naar zaken die van buiten Europa binnen Europa worden gevoerd en dat we samen met de chemische industrie in Europa veel gemeenschappelijke belangen hebben. Dus de vraag is hoe kunnen we eerst tegen die externe druk omgaan? Want ik denk eerlijk gezegd dat we ook de chemische industrie hier in Europa nodig hebben. Wil we tot circulariteit komen, dan zal het alleen met de recycleurs hier ook niet lukken. Dus we hebben ook wel die chemische industrie en de petrochemie hier in Europa nodig. Zij hebben het ook zeer lastig. Aan de prijzen waar het binnen Europa binnenkomt, kunnen zij eigenlijk ook niet competitief produceren. En dat zie je ook. Heel veel capaciteit binnen Europa is de laatste jaren gesloten. Als we kijken naar de totale kunststofhoeveelheid, we zijn ondertussen aan 420 miljoen ton die we jaarlijks op de aarde produceren. Europa is de laatste 20 jaar op 60 miljoen ton blijven steken en we zien nu effectief een daling richting 55 of 50 miljoen ton. Dus ik denk dat we ook gemeenschappelijke uitdagingen hebben samen met hen en dat we ook de hand moeten uitreiken om die gemeenschappelijke uitdagingen samen aan te gaan. Desalniettemin, ook rond circulariteit, denk ik dat er een oplossing bij hen ligt. Je ziet ook meer en meer dat ze naar hybride compounds gaan. Zoveel procent virgin met zoveel procent recyclaat om net naar die iets technischere toepassingen te komen, wat een goede evolutie is. Dus laat ons daar ook op concentreren en de hand uitreiken om samen tot oplossingen te komen. 
Eric Van Roekel: Daar ben ik het ook helemaal mee eens. Ik denk dat het ook echt complementair is. Er zijn diverse stromen waar mechanisch en chemisch elkaar kunnen vinden. We hebben nog uitdagende materialen waar we nog niets mee kunnen. Dat heeft ook te maken met lage verbrandingskosten, lage storttarieven en weinig handhaving. Maar ik denk dat we complementair zijn om zeker als je naar die toekomstige grote opgave kijkt, dat we moeten zorgen dat ze hier blijven. Veel ideeën worden niet uitgevoerd. Sommige vertrekken zelfs omdat zij niet met zichzelf kunnen concurreren met andere gebieden op de aarde. 
Jeroen Blancke: Je ziet dat de wereld een beetje aan het evolueren is naar machtsblokken, of we dat nu willen of niet. En dat het belangrijk zal zijn dat ieder voor zich, zich ook zal kunnen verdedigen. En daar heb je ook je kritische infrastructuur voor nodig. Dat is ook chemie, ook kunststoffen en grondstoffen. Dat je daar eigenlijk een beetje strategische autonomie creëert. We mogen niet vergeten dat grondstoffen altijd voor welvaart hebben gezorgd. Dus laat ons dan ook zorgen dat we de grondstoffen van morgen niet verliezen. En dat we de toekomstige welvaart ook wel kunnen borgen. 

[42:03] Kwaliteitsstandaarden en traceerbaarheid 
Nele Roobrouck: Het zijn niet alleen dezelfde lasten, maar ook dezelfde kwaliteitsstandaarden. Want heel vaak wordt aangehaald, als iets met recycled content gemaakt, geproduceerd wordt, dat er dan mindere kwaliteit is of dat er traceerbaarheidsproblemen zijn. Hoe zien jullie dat? Hoe zien jullie dat als een oplossing, als een drempel? 
Eric Van Roekel: Ja, ik zie het vaak als het blikje weer vooruit schoppen. Dus we zijn vooral vaak op zoek naar dingen die niet kunnen. Terwijl ik zou echt iedereen willen attenderen: laten we nou beginnen met de dingen die we wel kunnen. Dus we hebben hele mooie voorbeelden die wij met onze klanten, weer met hun klanten, die producten die gemaakt worden. Dan denk ik dat dat fantastische producten zijn, voldoen aan alle kwaliteiten. Ik heb het over de buizenindustrie als het gaat over hergebruik van PVC-grondstoffen, maar ook aan de polyolefines. Ik zie daar eigenlijk geen probleem in. Dus natuurlijk zullen er dingen zijn die wat moeilijker zijn, die hele hoge kwaliteitseisen hebben. Jeroen zei het al, daar is misschien in de toekomst samenwerken met de chemie wel van belang, dat er meer een blend wordt gemaakt om toch op die specs te komen. Maar voorlopig, als we kijken gewoon naar de beschikbaarheid van materialen en waar het wel in kan, zo is er vandaag geen overschot aan recyclemateriaal voor toepassingen waar het in kan. Dus food contact is een probleem. Moet je dat dan chemisch oplossen? Weet ik niet. Of zeggen we: nou we kunnen de producten in een andere sector gewoon heel goed kwijt. Laten we daar gewoon beginnen. Dan gaan we in de toekomst wel kijken waar dat zich gaat ontwikkelen. Daar moeten we ook gewoon de tijd voor nemen. Maar niet op wachten. 
Jeroen Blancke: Ik denk een heel deel dat je weet, de vraag stelde ook van ja en wat dan van buiten Europa komt, voldoet dat dan aan dezelfde normen? Ik ga eerlijk zijn, wij horen die verhalen ook vaak in onze sector. Wij stoppen alleen op flake-niveau, dus wij zelf zijn minder geconfronteerd bij onze directe klanten van ah kijk, ik heb hier een alternatief, kijk het certificaat. Maar die verhalen, die zijn er effectief ook. Dus dat dat ook wel een punt van aandacht is, is ook wel een feit. 

[44:22] Cijfers die beleidsmakers moeten onthouden 
Nele Roobrouck: Dat is ook een item dat we moeten meenemen naar Europa natuurlijk. Want niets stopt aan de Europese grens. We hebben niet enkel onze nationale grenzen. Ik zou het graag eens over iets anders willen hebben. Als we naar onze sector kijken van de plastic recycling, wat is eigenlijk voor jullie het kenmerkende cijfer dat beleidsmakers moeten onthouden? Naar volume toe of transporten. Hebben jullie daar een cijfer in jullie hoofd? 
Eric Van Roekel: Ja zeker, ik had het cijfer 80. Zal ik vertellen waarom? 
Nele Roobrouck: Ik denk dan aan het begin, jullie bestaan 80 jaar, nee? 
Eric Van Roekel: Nou dat is mooi, dus dat is een dubbele betekenis. Dus we bestaan 80 jaar, dus dat is een hele prestatie. Maar het is ook de 80 van de 80% kunststoffen die we nog niet recyclen. Dus als je dan zegt waar staan we dan, dan is dat een alleszeggend getal voor mij. Dus we hebben hier hoog de focus is zo op dat percentage. Maar we hebben 80% wat we nog niet recyclen. En de volgende vraag zou zijn, misschien is dat jouw getal, hoeveel we nog niet toepassen. 
Jeroen Blancke: Ik had een gelijkaardig cijfer, het was het cijfertje 13. Een beetje een ongelukscijfer wel. Maar als je kijkt over alle toepassingen heen binnen Europa, is de recycled content ongeveer 13%. Dan neem ik de PET ook mee, die zorgt voor een stijging in het cijfer. Dus binnen de polyolefines ligt die een heel stuk lager. Misschien in de PVC zal die ook een heel stuk hoger liggen. Dus ik heb nu echt gewoon over alles binnen Europa gekeken. Dus qua conversie zetten wij rond die 55 miljoen ton ook, 55 tot 60 miljoen ton in Europa. Maar als je dan even gaat tellen en je neemt daar 30%, wat vaak naar alle verplichtingen komt, dan spreek je over heel veel miljoenen tonnen die nog moeten gaan gemaakt worden. Dus dat cijfertje 13 wordt plots wel een heel groot cijfer. 
Eric Van Roekel: Hij sluit wel mooi aan bij die 80 ongeveer. Ja klopt. Eigenlijk is die 80 misschien wel 87. 

[46:36] Concrete beleidsmaatregelen 
Nele Roobrouck: Eric, we hebben een nieuwe Nederlandse regering. Als je nu één concrete maatregel zou door die regering zien goedgekeurd worden, wat zou die zijn om onze sector te boosten? 
Eric Van Roekel: Dan, ik denk dat de belangrijkste maatregel – ik wil hem dan graag tweeledig maken, want één is ook zo weinig – maar in ieder geval, ik denk starten met een recycle content-verplichting met een opbouw erin zodat de markt tijd heeft om te groeien en bedrijven tijd hebben om het te absorberen. Met daaraan gekoppeld handhaving op niet verbranden van recycleerbaar plastic. Dat zou ik doen. Want daarmee ontstaat er ook een nieuw mechanisme waardoor wij meer technologie kunnen inzetten zonder dat we gelijk weer in die prijsconcurrentie moeten. We moeten heel goedkoop en efficiënt werken en steeds moeilijkere dingen doen om er meer uit te halen. Maar op een gegeven moment past dat niet meer. Dus starten met een recycle content-verplichting, al is het maar 5%, met een opbouw naar 2030 op alle producten, niet alleen verpakkingen maar ook de harde kunststoffen. En daarbij handhaven dat plastics niet verdwijnen in de verbranding en op de stortplaatsen die goed gerecycleerd kunnen worden. 
Nele Roobrouck: Jeroen, als je naar de Vlaamse regering zou stappen? 
Jeroen Blancke: Ja, ik heb daar goed over nagedacht en ook een beetje gelijkaardig wat Eric zegt. Ik zou graag tot directe stimulansen slash verplichtingen komen tussen nu en 2030, niet vanaf 2030, om materiaal gemaakt in Europa en ingezet in Europa terug in die circulaire wereld. 

[48:12] Samenwerking in de keten en productdesign 
Nele Roobrouck: Als we kijken naar de toekomst, dan lijkt samenwerking steeds belangrijker, vooral in de waardeketen. Zie je ergens nog, Eric, dat je zegt van kijk, binnen de keten zelf, deze schakel ontbreekt nog? Los van het beleid natuurlijk wat we al gehad hebben, samen met handhaving. Maar zie je nog ergens iets wat makkelijker of beter kan? Bijvoorbeeld productdesign? 
Eric Van Roekel: Ja, dus ik denk als je naar de hele keten kijkt, dat is eigenlijk weer de cirkel waar we het vaak over hebben, waar het rond moet blijven draaien. Ik denk dat we daar vooral samen moeten gaan sturen, ook op kwaliteit. Dus dat is kwaliteit van de producten die we maken. En dat we ook zeggen, het is design for recycling. Ja, dat is mooi. Maar dan zou ik zeggen: het is gemaakt met recycled materiaal en designed for recycling daarna. En we zien ook vaak dat heel veel producten van origine overgekwalificeerd zijn. Dus we hebben een soort purge in de grondstof en die is goed. Maar als we dan naar recyclemateriaal gaan kijken en we zien dat die prijzen onder druk staan, dan moet je soms ook wat meer de grenzen opzoeken. En dan zien we vaak dat als we samen beter gaan sturen op die kwaliteit en dat samen beter gaan begrijpen, dat je materialen dus producten ook niet te goed maken, maar juist zegt van nou laat eens kijken wat er allemaal nog meer kan. En dan zullen we ook zien dat de toepassingsgebieden steeds groter worden. Maar dat betekent wel ook een verandering. En dan ga je soms weer 50 jaar dezelfde producten maken en ineens moet je dan gaan nadenken om wat anders te doen. Dat is verandering. Verandering is niet makkelijk. Dat kost tijd. Dus vandaar ook morgen beginnen. Maar vooral die samenwerking en alle schakels moeten meedoen. Dus we hebben het al een paar keer gezegd. We kunnen het inzamelen, wij kunnen het recyclen. Dan hebben we dat allemaal als mooie grondstof klaarstaan. Maar als er geen vraagcreatie is, dus als het niet opnieuw wordt toegepast, dan hebben we een lineaire economie met een hele grote boog erin. En dat is eigenlijk zonde. Want dan kun je het beter gewoon naar beneden laten vallen. En dan doen we het weer zoals we het 25 jaar geleden deden. 
Jeroen Blancke: Nele, je hebt het gehoord, het woordje samen is hier al vier keer gevallen. En we zijn daar ook voor jullie gehoord van kijk, we zullen het samen moeten doen. We hebben heel veel stakeholders. Je hebt brandowners, converters, recyclers, sorteerders, inzamelaars. Nu, ik denk dat waar het al bestaat, bij een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, heb je die organisaties waar die stakeholders eigenlijk ook overal wel deel van uitmaken. Ik denk dat zij vooral de motor en de lijm kunnen zijn om die samenwerking ook mee vorm te geven om tot die circulariteit te komen en om ook verandering te krijgen zoals Eric zegt. Iemand die al 50 jaar op dezelfde manier produceert, maar het kan misschien ook wel anders. Je moet het zo dik of zo dun of die treksterkte. Dus we moeten echt wel samen aan de tafel, waar we openstaan voor verandering om stappen vooruit te kunnen zetten. 

[51:44] Vertrouwen in de toekomst van plastic recycling 
Nele Roobrouck: Jullie roep om bijkomende maatregelen, vooral vanuit het beleid naar de graduele opkomst van recycled content, is groot. We weten dat het in de sector op dit moment vrij moeilijk gaat. Maar eigenlijk zou ik deze podcast willen eindigen op een positieve noot. Wat geeft jullie vooral vertrouwen in de toekomst van plastic recycling? 
Jeroen Blancke: Ik denk dat er de laatste tijd een sterke dynamiek ontstaan is tussen die verschillende stakeholders en dat de sense of urgency ook wel duidelijk geworden is. Ook wel mede dankzij de sectorfederatie. En dat stemt mij toch wel positief, dat je voelt dat het draagvlak voor een aantal zaken toch wel sterk vergroot is. Dus dat is toch wel wat ik positief vind van het laatste half jaar. 
Eric Van Roekel: Ik ben ook wel positief van nature. Maar ik zie ook wel dat de markt opstaat. Dus je ziet in België met Denuo, in Nederland met de NRK, waar vertegenwoordigers aan een plastictafel zitten, gesprekken met de politiek. Ik ben daar positief over, dat we in ieder geval in gesprek zijn, dat de problemen helder op tafel liggen. De vraag is altijd wat er mee gaat gebeuren. Maar ik zie langzaam dat er geen gebrek is aan vraag. Iedereen wil wel. Ik heb veel vertrouwen in de volgende generatie. Die zitten toch iets beter in de wedstrijd dan mijn generatie nog. Ik wil zeggen, het is ook belangrijk. Je moet keuzes maken die impact hebben, in plaats van voor de laatste cent weer iets anders kiezen. Dus uiteindelijk hebben wij ook wel vertrouwen in die toekomst.  

[53:24] Afsluiting van de aflevering 
Nele Roobrouck: En op deze noot wil ik eindigen met het vertrouwen. Dankjewel Eric en Jeroen voor dit gesprek. Jullie kijk op de huidige situatie, maar ook de tools die jullie aangegeven hebben naar beleid toe, naar handhaving. Dan denk ik, als we deze kunnen toepassen, dat we naar een sector gaan die alle toekomst in zich heeft. We kunnen dit gesprek dus zeker en vast aanbevelen bij onze beleidsmakers. Dus als we samen met Denuo ons plasticplan gaan verdedigen bij de beleidsmakers, zullen we zeker en vast onze podcast mee onder de hand nemen en hen de link doorsturen. Vooral dankjewel. Het was Trash Talks. Wil je meer weten over de uitdagingen en oplossingen in de circulaire economie? Volg ons gerust. Ook volgende keer nemen we een zeer actueel thema onder de loep: de nakende producentenverantwoordelijkheid binnen de textielsector. 

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten