[00:01] Introductie en voorstelling van de gasten
Nele Roobrouck: Welkom bij Trash Talks, de podcast waarin we scherp inzoomen op de uitdagingen en de opportuniteiten in onze afval- en recyclagesector. En vandaag hebben we het over een sector die onze gezondheid beschermt, maar daarvoor dagelijks wel heel grote hoeveelheden materiaal gebruikt: dat is de zorgsector. Heel veel producten worden na één gebruik weggegooid. En vaak om goede redenen. Laten we maar denken aan hygiëne, veiligheid en het vermijden van besmettingen. En toch groeit ook de overtuiging dat in de zorgsector afval kan voorkomen worden, materialen hergebruiken en natuurlijk ook meer recycleren. Bijvoorbeeld met de Green Deal Duurzame Zorg engageren zorginstellingen zich, maar ook overheden en leveranciers. Maar hoe vertaalt dit zich op de werkvloer en wie betaalt die omschakeling? Vandaag ga ik in gesprek met Evelien Kieckens en ook Steve Sel. Steve, Evelien, kunnen jullie je kort even voorstellen?
Evelien Kieckens: Ja, goedemiddag Nele. Ik ben Evelien Kieckens. Ik ben duurzaamheidscoördinator voor het Universitair Ziekenhuis in Gent. En in mijn rol in het ziekenhuis is het voornamelijk bruggen bouwen tussen mensen. Mensen van op de vloer, dat kunnen artsen zijn. Dat kunnen verpleegkundigen zijn, maar ook soms aankoopdiensten, facilitaire diensten, om op zoek te gaan naar bijvoorbeeld duurzamere alternatieven voor wat we standaard doen. En soms zijn die bruggen ook een keer buiten ons ziekenhuis. We hebben ook contacten met andere ziekenhuizen of andere zorginstellingen om dingen te doen. En ja, soms gaat dat ook veel verder. En daarnaast is ook een deel van mijn rol eigenlijk thematrekker van de Green Deal Duurzame Zorg, materialen en afval.
Nele Roobrouck: Oké, Steve.
Steve Sel: Goedemiddag ook. Ik ben dus Steve Sel. Ik werk voor VIL als Manager Regional. VIL is het innovatieplatform voor de logistiek. Wij werken rond innovatie in onze sector. We doen dat veel met bedrijven, maar geregeld ook met ziekenhuizen. We hebben in het verleden rond de stromen vanuit het magazijn gewerkt. Ook de distributie van medicatie in het ziekenhuis. En in een recenter verleden ook de afvalstromen. Dus daar hebben we van alles kennis over opgedaan, waar we vandaag ook wel even over gaan hebben, denk ik.
[02:17] Verduurzaming en patiëntveiligheid
Nele Roobrouck: Zeker en vast. Zo zien jullie en zo horen jullie dat we natuurlijk twee heel bekwame personen rond de tafel hebben. Ik zou graag een heel kort rondje doen. Kunnen we eigenlijk wel de zorg verduurzamen zonder ook maar één compromis te sluiten op het vlak van patiëntenveiligheid? Hoe kijken jullie daarnaar vanuit de praktijk, Evelien?
Evelien Kieckens: Ik denk dat dat zeker mogelijk is. Een heel gekend voorbeeldje rond enerzijds verduurzaming en anderzijds patiëntveiligheid en hoe dat met elkaar kan interageren, is bijvoorbeeld correct gebruik van niet-steriele handschoenen. In de zorg worden heel veel van die niet-steriele handschoenen gebruikt, maar je moet ze ook alleen maar gebruiken wanneer nodig. En door daar kritisch over na te denken en ze in te zetten wanneer nodig, kan je ook je aantal al heel veel reduceren, waardoor je ook zorgt dat er minder afval is. Dat is één ding. Anderzijds ga je ook niet zorgen voor een vals gevoel van veiligheid bij de medewerker. En ook patiënten vinden dat een warmere zorg. Het risico op contaminatie naar andere kamers is ook veel lager, omdat handhygiëne veel belangrijker wordt. Dus dat is zeker een voorbeeld hoe beide heel goed perfect bij elkaar kunnen aansluiten.
Steve Sel: Ja, van mijn kant ook volmondig ja, alleen moet je dat natuurlijk niet blind doen, zoals Evelien het eigenlijk stelt. Dus goed over nadenken. Maar ik zou er graag nog iets aan toevoegen. Het is ook belangrijk om de hele keten, dus van bij de producent tot in het ziekenhuis, iedereen erbij te betrekken.
[03:41] Risicohoudend en niet-risicohoudend medisch afval
Nele Roobrouck: Ja, inderdaad. Daarover zal ons gesprek gaan het komende aantal minuutjes. Laat ons met de deur in huis vallen, of in het ziekenhuis, als ik het zo mag zeggen. We kunnen stellen dat ziekenhuizen en ook andere zorginstellingen kleine dorpen op zich zijn met een heel grote afvalstroom. En jullie hebben ongetwijfeld heel goed zicht, en vooral Evelien, op welke afvalstromen er vandaag in een ziekenhuis zijn, ook in andere zorginstellingen. We hebben natuurlijk voor ons, de gewone burger, de gekende afvalstromen, bijvoorbeeld vanuit de keuken, vanuit de kantine van een zorginstelling of vanuit het ziekenhuis. Maar onze aandacht gaat vandaag naar de specifieke stromen. Kunnen jullie heel kort zeggen wat het verschil is tussen risicohoudend en niet-risicohoudend medisch afval? Welke stroom en hoe die filière verloopt van afval?
Evelien Kieckens: Ja, risicohoudend medisch afval, dat is eigenlijk al het afval waar een zeker risico aan zit. Het is gevaarlijk, bijvoorbeeld omdat het scherp is, omdat het infectieus is, bijvoorbeeld bloed bevat. Denk maar aan heel veel dingen die uit het OK naar buiten gebracht worden, die zijn vaak risicohoudend. Dus dat is een heel belangrijke stroom voor een ziekenhuis. Daarnaast heb je ook niet-risicohoudend medisch afval. Dat kan je een beetje vergelijken met het restafval dat je thuis zou hebben, of het bedrijfsrestafval. Wat komt daar typisch in in ziekenhuizen en grote fracties? Ja, die handschoenen waar we het daarnet al over hadden, maar ook bijvoorbeeld incontinentiemateriaal in grote gewichten. Dus eigenlijk alles wat dan niet scherp is, waar minder risico aan zit, dat naar de gewone verbrandingsoven gaat, komt daarin terecht.
Steve Sel: Ja, en het risicohoudend wordt vandaag verplicht verbrand?
Evelien Kieckens: Ja.
Steve Sel: Niet-risicohoudend, daar kan je wel in gaan sorteren aan de bron, maar uiteindelijk belandt het overgrote deel bij het restafval en wordt het als dusdanig verbrand. En eigenlijk wordt er in het beste geval energie mee opgewekt.
Evelien Kieckens: Dat is wel interessant dat je dat zegt, Steve. Sorteren aan de bron, wij proberen dat ook te doen. We zijn daar in het verleden in onze OK-zalen mee begonnen. We zijn ook PMD uit dat niet-risicohoudend medisch afval gaan halen. En verpakkingen, denk maar aan papier. En daar kan je ook heel wat winst mee halen. Nu halen wij elke maand ongeveer 1.000 zakken PMD uit onze OK-zalen, 900 zakken papier, dus dat is gigantisch als je dat niet meer naar de verbranding zou moeten sturen. Maar belangrijk is wel dat we het aan de bron echt gaan sorteren. Eens het in onze niet-risicohoudend medisch afvalzak zit, dan is het klaar, want dan gebeurt er geen sortering meer op. In Nederland weet ik van ziekenhuizen die dat wel doen en die halen er tot 20 procent extra recycleerbare stromen uit. Dus mochten wij dat in Vlaanderen ook kunnen gaan doen, zou dat zeker ook wel een meerwaarde kunnen zijn.
[06:24] Logistiek en sortering aan de bron
Nele Roobrouck: En als ik daar eventjes mag op springen, hoe zouden we het kunnen implementeren in Vlaanderen?
Evelien Kieckens: Ik denk dat dat een logistieke vraag kan zijn, ook voor jou.
Steve Sel: Dat is inderdaad een logistieke vraag. En we hebben er ook in het project waar ik daarnet naar verwees naar gekeken. En ik denk dat daarin heel belangrijk is dat je luistert naar de ziekenhuizen en dat je ze niet overbelast, en dat een ziekenhuis geen recyclagepark wordt. Dus, in de mate van het mogelijke, ziekenhuizen ontzorgen. Je kan bijvoorbeeld één extra fractie creëren. En dan zou je achteraf de sortering kunnen gaan doen. Dus dat je zegt: alle zaken waar ook aan de andere kant een marktvraag naar is. Want je moet geen dingen apart gaan inzamelen waar uiteindelijk geen recyclagemarkt voor is, omdat er geen vraag is naar die materialen. Dus daar goed over nadenken. Je creëert één fractie, doet die dingen daarin. Dat is nog behapbaar, in plaats van dat je daar vijf verschillende bakken hebt staan op een afdeling waar het zorgpersoneel zijn tijd moet gaan insteken om dat te gaan uitsorteren. Komt er wel bij, als je dat achteraf gaat doen, dat je toch ook nog iets van decontaminatie, dus reiniging, zal moeten gaan doen vooraleer je dat manueel kan gaan manipuleren.
[07:37] Opleiding en bewustmaking op de werkvloer
Nele Roobrouck: Ja, ik hoor hier risicohoudend afval, zorgafval. Kunnen we werknemers hierin helpen om hen bijvoorbeeld op te leiden via een of andere manier op de werkvloer, om daar beter het onderscheid in te maken?
Evelien Kieckens: Ja, wij zitten daar eigenlijk heel hard op in, al een aantal jaren. En we zien toch wel dat onze fracties, risicohoudend en niet-risicohoudend medisch afval, beginnen te zakken. Net omdat we heel veel opleiding geven. Die opleidingen gaan van mensen op de werkvloer sensibiliseren tijdens werkoverleggen, maar ook sorteerquizjes proberen te doen. En we hebben ook een jaarlijkse dag van ons recyclagepark. Dus we hebben ons eigen recyclagepark op de campus van het UZ. En één keer per jaar stellen wij dat open en dan kunnen mensen die zich inschrijven een rondleiding krijgen op het recyclagepark. En we hangen daar ook altijd een heel leuk spelletje of een quiz rond. En dan kunnen ze iets winnen. Bijvoorbeeld, dit jaar hebben we gewerkt met een sorteerspel waarbij één medewerker op de loopband mocht lopen. En dan gooiden wij het afval erop. En de medewerker die achter hem stond, kreeg feedback en moest in het juiste bakje sorteren. Dus op die manier maak je het ook heel leuk en ze leren heel wat bij, want achteraf geven we ook feedback: kijk, dat heb je nu in de verkeerde fractie gedaan, waarom denk je dat dat daar thuishoort? En dat zorgt ervoor dat je ook heel veel fouten eruit kan halen en toch op een toffe manier. En dan krijgen ze op het einde, de winnaars, een award. En we hebben onze eigen Container Cup geïntroduceerd, dus dat is wel fijn.
Steve Sel: Ik denk dat duidelijk is dat ik hier naast een best practice zit, maar in feite laten de regels zoals ze nu zijn opgesteld veel ruimte voor interpretatie. Wat we wel merken, is dat tussen de ziekenhuizen die interpretatie wel eens anders durft zijn. Ook zelfs binnen een ziekenhuis, tussen afdelingen. En ja, dan snap ik dat men vaak zegt: veiligheid eerst. We gooien het bij het risicohoudend. Terwijl dat niet altijd het geval is, en zo gaan er veel materialen verloren. Dus daar ligt zeker ook een rol weggelegd van overheidswege om die regels scherper te gaan stellen. De regels zoals ze nu zijn, zijn eigenlijk ook opgesteld vanuit een lineaire gedachte, maar de tijdsgeest is ook veranderd.
[09:43] Regelgeving en ruimte voor betere sortering
Nele Roobrouck: Voilà, en dat is heel belangrijk, die tijdsgeest. Dus eigenlijk kunnen we stellen dat een deel van het afvalprobleem in de zorg niet gaat over een gebrek aan wil, integendeel. De werknemers willen wel sorteren, maar weten niet altijd goed hoe. En daarnaast zijn de regels in Vlaanderen te strikt. Want als we over de landsgrens heen kijken, naar Nederland, dan zien we dat er wel een praktische haalbaarheid is om nog extra te sorteren.
[10:07] Green Deal Duurzame Zorg
Nele Roobrouck: Laten we even overgaan naar de diverse projecten die al georganiseerd zijn door de overheid, onder andere bijvoorbeeld de Green Deal Duurzame Zorg natuurlijk, want we hebben verschillende Green Deals lopen. Maar als we dat project onder de loep nemen, wat houdt dat precies in? Welke engagementen worden genomen door de overheid, leveranciers, afvalbedrijven, maar ook zorginstellingen?
Evelien Kieckens: Ik denk dat een heel belangrijk eerste punt aan de Green Deal Duurzame Zorg is dat dat echt een sectorbrede Green Deal is. Dat wil zeggen dat iedereen die ook maar iets met de sector te maken heeft, kan instappen. Dat gaat vanaf de producenten van materiaal, onze leveranciers, op allerlei manieren. Dan de zorginstellingen zelf, ziekenhuizen. Heel breed, van ziekenhuizen tot kinderdagverblijven. Heel kleine instanties tot heel grote mastodonten zitten erin. En dan ook natuurlijk samenwerking met afvalsectoren, met onze afvalophalers, maar ook recycleurs, et cetera. Dus iedereen zit daar mee aan tafel. En ik denk absoluut dat dat een van de sterktes is van de Green Deal Duurzame Zorg zoals we hem nu georganiseerd hebben. Dus dat is zeer interessant, dat je net heel dat speelveld openlegt. En ook wij hebben gemerkt, dankzij de Green Deal, dat iedereen echt wel heel bereikbaar is voor vragen. Als wij concrete dingen op tafel willen leggen als ziekenhuis, dan luistert iedereen daar ook mee naar en denkt iedereen samen. Dus dat is zeker absoluut een meerwaarde geweest aan die Green Deal op die manier.
Nele Roobrouck: Eigenlijk kan je stellen dat daar ook verschillende projecten kunnen uitgroeien?
Evelien Kieckens: Ja, zeker, verschillende samenwerkingen. Ik denk ook aan het Select4Care-project, dat dat een heel mooi voorbeeld is hoe iedereen daar heeft aan kunnen samenwerken.
Steve Sel: Ja, en nog niet zo heel lang geleden is er een event geweest waar een aantal projecten werden voorgesteld en hun resultaten ervan. Daar zit ook de kracht van zo’n Green Deal. Je kan van elkaar leren. Een Green Deal moet je ook zien als een katalysator voor acties. Iemand onderneemt iets, iemand probeert iets. Uiteindelijk streven we allemaal naar hetzelfde doel: dat is die duurzaamheid verhogen. Het ene kan van het andere leren. Dus iedereen mee op die kar en, zoals Evelien ook zegt, ook die producenten mee in dat verhaal. Dat is een hele belangrijke. En die wisselwerking tussen die verschillende partijen, daar zit een enorme meerwaarde.
[12:19] Engagementen en ruimte voor innovatie
Nele Roobrouck: Eigenlijk is een Green Deal een vorm van een inspanningsverbintenis. Maar zijn die engagementen dan voldoende concreet en meetbaar, zodat jullie er verder mee kunnen? Want je zegt net, Steve: eigenlijk kan het wel werken als katalysator. Maar vind je dat dit voldoende is of durf je zeggen: ja, het mag wel wat meer zijn?
Steve Sel: Ja, het is natuurlijk wel de bedoeling dat als je dat ondertekent, dat je er ook vol voor gaat en dat je ook effectief dingen realiseert. Maar ik vind wel ergens belangrijk dat het ook een inspanningsverbintenis is. Je verbindt je om echt iets te gaan proberen, uiteindelijk. Want die ruimte moet er ook zijn. Als je niets kan proberen en het moet ineens lukken: dingen mogen ook mislukken. Dat is ook deel van innovatie.
Nele Roobrouck: Daar leer je ook uit, natuurlijk.
[13:03] Van wegwerp naar hergebruik
Nele Roobrouck: Goed, als we dan verder gaan naar het afval voorkomen, naar het hergebruik in de zorgsector, spreekt het natuurlijk voor zich dat we wel moeten kijken naar producten die herbruikbaar zijn, maar ongetwijfeld zullen er ook wegwerpproducten blijven in de zorg. Zien we ergens een tendens naar een soort product of zo dat als alternatief werkelijk duurzamer is?
Evelien Kieckens: Ik denk, als je naar de zorgsector kijkt, tot 15 à 20 jaar geleden waren heel veel van onze producten herbruikbaar. Die switches zijn er gekomen omwille van een aantal problemen, dat ze zogezegd ook de steriliteit en zo niet konden garanderen. Dat de zorgsector onder druk kwam te staan, omwille van personeelstekorten, stilletjes aan. Maar je mag niet vergeten: veel van de producenten en leveranciers hebben wel een lineair businessmodel. Dus hoe meer single use zij aan de ziekenhuizen kunnen verkopen en zorginstellingen, hoe beter voor hen natuurlijk, omwille van die portemonnee. Maar er zijn wel een aantal voorbeelden. Kijk naar iets dat heel makkelijk te implementeren is, bijvoorbeeld. Bij onze geriatrieafdeling zijn wij van single-usebavetten, zo van die papieren bavetten die tijdens de maaltijd gebruikt worden, overgeschakeld naar een herbruikbaar textielalternatief. En eigenlijk is iedereen daar supertevreden van. Je kunt ze ook wat langer gebruiken. Die single use moet je altijd kapot scheuren en weggooien. De mensen voelen dat ook. Patiënten voelen dat ook als een veel warmere en waardevollere zorg. Dus het is eigenlijk een win voor iedereen. Wij hebben ook minder afval. Dus op die manier is dat iets dat een heel gemakkelijke overschakeling is, en waar je ook zeker niet in dat spanningsveld komt naar de patiënt of dat soort discussies kan hebben, want een bavette blijft bij een patiënt tot wanneer het gewassen wordt. Dus dat is eigenlijk heel makkelijk. Wij hebben in het verleden ook al heel wat studies gedaan om te kijken: wanneer is iets duurzamer als je gaat hergebruiken? Want typisch zeggen fabrikanten of leveranciers tegen ons: ja, maar als je het wil hergebruiken, dan moet je dat steriliseren en wassen, en dat kost heel veel energie en producten, en dat is niet duurzaam. Maar we hebben een aantal LCA’s gedaan, bijvoorbeeld van een vaginaal speculum ook. En daar zagen we: als we een materiaal of zo’n speculum vijf keer konden hergebruiken, dat het al duurzamer was. Duurzamer werd dan het single-usealternatief. En als je weet dat je zoiets gemakkelijk 200, 300 keer kan hergebruiken, dan is de winst wel heel snel gemaakt.
Nele Roobrouck: Ja, dat is niet louter een quick win, integendeel.
Steve Sel: Het is een verschuiving van kosten. Het is korte termijn versus iets langere termijn. Je hebt die operationele kosten die erbij komen van het hergebruik. Maar tegelijkertijd, als je het meermaals gaat hergebruiken, dan zal het op termijn, als je vanuit een total cost of ownership-perspectief kijkt, vooral wel helemaal anders zijn.
[15:52] Reiniging, desinfectie en sterilisatie
Nele Roobrouck: En als ik daar een beetje verder mag op ingaan, Evelien. Als je zegt: dan reinigen, want het zal sowieso moeten gereinigd worden. Zijn ziekenhuizen daarop voorbereid of wordt dat uitbesteed? Of hoe moeten wij dat zien?
Evelien Kieckens: Er is een beetje een mix van allerlei dingen. Dus wat belangrijk is aan zorgmateriaal reinigen, is dat dat gebeurt via een bepaalde classificatie. Die heet de Spalding-classificatie en het hangt er eigenlijk vanaf. Materiaal dat bijvoorbeeld rechtstreeks in contact komt met je bloedbaan of met weefsel, denk maar aan chirurgische instrumenten, daarvoor moet je echt heel strikt zijn en dat moet echt via een sterilisatieproces gaan. Dus via typische centrale sterilisatieafdelingen in een ziekenhuis. Dan heb je materiaal dat bijvoorbeeld enkel in contact komt met slijmvliezen. Denk maar aan bijvoorbeeld daarnet wat ik zei van die vaginale specula. Daar is eigenlijk een high-leveldesinfectie voldoende. Dus dat heeft veel minder impact. En dan heb je nog materiaal dat bijvoorbeeld in contact komt met een intacte huid. Denk aan een stethoscoop, bijvoorbeeld. En daar is eigenlijk gewoon even afvegen met een doekje voldoende. Dus dat zijn al de eerste dingen: het correcte materiaal op de correcte manier desinfecteren. Wij hebben, of heel veel ziekenhuizen, sowieso wel een centrale sterilisatieafdeling, maar die is natuurlijk in de loop van de tijd omgevormd door het feit dat er meer en meer is overgeschakeld naar single-useproducten. Dus is er een deel van die capaciteit die er vroeger was niet meer beschikbaar. En gaan mensen eerder ook zoeken naar andere oplossingen. Dus ofwel single use houden ofwel kijken wat we kunnen uitbesteden aan externe firma’s. Want dat gebeurt bijvoorbeeld ook. Heel wat chirurgische schaartjes en zo komen via andere firma’s die extern gaan steriliseren weer steriel bij ons terecht. Dus dat kan ook.
Nele Roobrouck: Toch wel een zekere logistieke keten die je opnieuw in het leven roept.
Steve Sel: Dat is waar. Ja, dat klopt. Lineair gebruik is heel simpel. Dus ja, het vergt een hele organisatie die erbij komt. Maar zoals ik erstraks al zei, het is daar ook de bedoeling dat je dat organiseert op een behapbare manier voor de mensen die in de eerste lijn staan en dat je die in de mate van het mogelijke ontzorgt. Het is op die manier dat je dat draagvlak kan creëren en iedereen mee kan krijgen in dat verhaal in het ziekenhuis.
[18:11] Producenten en businessmodellen
Nele Roobrouck: Voilà, iedereen meekrijgen. Daar botsen we waarschijnlijk op een andere sector, de farmasector. Natuurlijk, je hebt het beiden al gezegd. Het is eigenlijk single use, daar is op dit moment hun businessmodel op gebouwd. Zie je op dit moment heel veel tegenkanting van de sector, of zie je wel dat ze ook meestappen in het verhaal?
Steve Sel: Ze stappen mee in het verhaal. Er is een mindshift aan de gang. We hebben nu zelf een project gehad dat twee jaar heeft geduurd. We hadden daar ook wel degelijk de fabrikanten mee aan tafel. Zij beseffen ook dat er verandering nodig is. Niettemin, het is natuurlijk een sector. Ze brengen dingen op de markt, ze zijn ook aansprakelijk voor het gebruik daarvan. Soms denk ik: misschien moeten we ze ook verantwoordelijk maken voor het afval dat ze op de markt brengen, uiteindelijk. Daar zullen we het straks wel over hebben. Vooraleer zij iets op de markt brengen, moeten natuurlijk ook allerhande testen ondergaan. Dat zijn lange procedures die zij hebben doorlopen. Dus ze zijn er nu wel naar aan het kijken hoe we die producten een andere wending moeten geven, een duurzamere wending. Ecodesign, daar komen we dan bij. Alleen zouden die procedures iets sneller mogen, zodat we de komende jaren al aan de slag kunnen en dat dat niet vijf tot tien jaar moet duren.
Evelien Kieckens: Ik denk dat dat tegelijk ook een beetje een rol kan zijn van ziekenhuizen om ook in hun tenders al ideeën te geven rond de circulariteit die we gaan verwachten, zodat fabrikanten zich daar echt bewust van zijn. En als wij ook als ziekenhuis al kunnen zeggen: ja, we geven meer punten voor een duurzamer alternatief, dan gaan zij daar ook meer op sturen. Ik denk dat dat onze kracht is als ziekenhuis om zoiets te gaan doen.
Steve Sel: En de overheid die ook mee pusht in die richting. Voor een ziekenhuis, we hebben daar discussies over gevoerd, je hebt ook de wet op overheidsopdrachten. En als je je criteria gaat bijstellen en je steekt daar criteria in aangaande ecodesign, waarbij bijvoorbeeld maar één producent een oplossing voor kan bieden, dan moet je als ziekenhuis nog gaan opletten dat je niet in strijd bent met die wet op overheidsopdrachten, omdat je partijen aan het uitsluiten bent. Een beetje een moeilijk verhaal, waar je ook geen duidelijke antwoorden op krijgt: wat mag wel, wat mag niet? En waar je als ziekenhuis ook moeilijk risico’s in kan gaan nemen. Dus ergens een duwtje nodig.
Evelien Kieckens: Het laatste wat je wil, is inderdaad als ziekenhuis dat er geen aanbieder meer is voor een bepaald product of maar één. Dan gaan die zich ook veel te duur in de markt prijzen en dan is het voor ons ook klaar.
[20:38] Elektronische hulpmiddelen en waardevolle materialen
Nele Roobrouck: Inderdaad. En dan is de patiënt ook de dupe van het duurder wordende materiaal. Dat we ook moeten blijven nadenken over onze afvalstroom. Als we het nu wat plastischer maken en denken aan verpakkingen, kunststoffen, we hebben het daarnet al gehad, onder andere over de handschoenen. Mondmaskers zijn natuurlijk wel een heel moeilijk geval, maar andere elektronische hulpmiddelen, zie je daar ook al een evolutie in?
Evelien Kieckens: Naar elektronische hulpmiddelen. Dat er meer en meer hulpmiddelen zijn die elektronisch worden waar ze dat vroeger niet waren. Dat er meer en meer devices zijn die bijvoorbeeld door chirurgen gebruikt worden waar nu plots een batterijtje en een schermpje op zit, waar dat vroeger niet zo was. En je kan daar zeer de bedenking stellen of dat wel echt allemaal nodig is om dat zo te gaan maken. Soms heeft het wel een beetje gebruiksgemak extra, maar dat is niet altijd zo.
Steve Sel: Evelien zit er al jaren in, maar toen ik de eerste keer op een OK kwam en ze mij uitlegde wat er allemaal wordt weggegooid. Je moet je inbeelden: staplers, grote nietjesmachines die ze gebruiken om wonden te hechten tijdens een operatie, dat is echt een toestel met een batterij. Als je dat hoort, er zijn tegenwoordig ook wel pilootprojecten aan de gang om die in te zamelen, maar als je hoort dat dat eigenlijk single use is, ja, dan knijp je eens even in je vel van: kan dit vandaag eigenlijk nog wel?
Nele Roobrouck: Ik denk dat veel luisteraars eventjes in hun vel zullen knijpen op dit moment, want ook ik wist het niet. Dus iedere nietjesmachine, of vroeger dan toch, misschien vandaag wel wat minder, die in een OK wordt gebruikt?
Evelien Kieckens: Die zijn single use. En zo zijn er heel veel voorbeelden van heel waardevolle materialen die er vaak in zitten. Dat kan gaan om metalen, allerlei types plastics, schermpjes, batterijen. Dat zijn materialen die single use op de markt gezet worden. En als jij als ziekenhuis zou zeggen: ik probeer dat te hergebruiken, dan word jij natuurlijk verantwoordelijk. Dat is een verantwoordelijkheid die ziekenhuizen niet willen nemen. En sommige dingen zijn ook zodanig geprogrammeerd dat je ze maar één keer kan gebruiken.
Nele Roobrouck: Ja, dat varieert, maar dat gaat om ettelijke honderden euro’s.
[22:42] Veiligheid verderop in de afvalketen
Nele Roobrouck: Waar eigenlijk ook makkelijk bespaard kan worden. Dat is ook iets om mee te nemen. Verder denk ik ook: als mensen verder aan de sorteerlijnen iets zien passeren met een beetje bloed aan, denk ik dat daar ook wel een vorm van opleiding, van bewustmaking, maar ook van gerustmaking moet komen. Hoe kunnen we dat verder trekken van bij jullie in het ziekenhuis, naar de afvaloperatoren die het meenemen, en ook verder naar de band waarop het gesorteerd wordt? Kunnen jullie daar ook een rol in spelen? Of zie je dat dit op dit moment helemaal niet gebeurt?
Evelien Kieckens: Momenteel is er eigenlijk niets waar bloed aan hangt dat zomaar richting zo’n band mag gaan. Als we kijken naar bepaalde dingen, zoals tijdens het Select4Care-project dat we inzamelden, dan werden die dingen eerst gewiped om toch de bloedresten en zo te gaan verwijderen. Dus dat is al het eerste. We moeten geen mensen die aan een band staan of eender waar in de keten gaan blootstellen aan risico’s. Want ja, wij weten ook niet altijd wat de risico’s zijn. Dus ik denk dat dat eerst al belangrijk is.
Steve Sel: Dat moet echt scherp gesteld worden. Wat zijn de risico’s om het deftig te kunnen beoordelen bij de inzameling? Er zit ook een enorm potentieel om de sociale economie in dat verhaal te gaan betrekken van decontamineren en sorteren, maar wel zorgen dat het op een veilige manier kan gebeuren.
Evelien Kieckens: Een mooi voorbeeld daarvan zijn bijvoorbeeld de sterilisatiedoeken, die wij en heel wat Vlaamse ziekenhuizen ondertussen inzamelen. Die gaan ook naar de sociale economie. En wij willen ook absoluut vermijden dat de mensen daar blootgesteld worden aan dingen die echt niet oké zouden zijn, want die doeken worden in het OK, in het operatiekwartier, eigenlijk ontpakt en ingezameld. Dus je wil daar absoluut zeker zijn dat er niets in terechtkomt dat niet oké is. En vandaag ook, we doen de inzameling tot voor de patiënt in de zaal komt en daarna verdwijnt de zak eigenlijk en wordt die afgesloten, zodat je geen risico hebt op blootstelling aan om het even wat van bloed of andere dingen of scherpe dingen die je er niet in wilt. Dus daar kan je als ziekenhuis zeker ook een faciliterende rol spelen.
Steve Sel: Je zegt scherpe dingen. We hebben het eigenlijk al vooral gehad over het infectieuze, maar het verwonden is ook een risico. Maar evengoed schaartjes, pincetten die single use zijn, die vandaag in contact met de patiënt zijn geweest en die bij het risicohoudend belanden en die verbrand worden. Terwijl metalen instrumenten perfect recycleerbaar zijn, dat moet ik u niet vertellen. Mits de nodige voorzorgsmaatregelen in dat hele proces valt er veel meer mee te doen, maar je moet wel die voorzorgsmaatregelen nemen. Want nu, vandaag, je mag het niet in de zak van het NRMA, het niet-risicohoudend, steken, want dat wordt ingezameld in een zak. Een schaartje kan erdoor prikken en kan iemand verwonden. Dat moet in een bak, een plastic bak, bij het RMA. Als je dan die extra fractie waar we het er straks over hadden in het leven roept en je zamelt dat in in een bak, dan is dat risico tijdens dat ophalen al van de baan. Natuurlijk ook nog gaan denken aan de mensen die het moeten gaan uitsorteren, manipuleren op de een of andere manier.
Nele Roobrouck: Ja, maar als die mensen weten dat die specifieke bak eraan komt, dan weet men dat we die voorzorgsmaatregelen moeten nemen om dit te sorteren. Ja, oké.
[26:11] Afzetmarkt voor gerecycleerde materialen
Nele Roobrouck: We hebben het daarnet al gehad over de afzetmarkt. We kunnen het willen, maar is er dan voldoende afzetmarkt, vraag, aanbod voor gerecycleerde materialen?
Evelien Kieckens: Ik denk binnen de zorgsector dat dat heel moeilijk is. Want er wordt altijd geschermd met: we moeten virgin materiaal hebben en we moeten zeker zijn dat dat absoluut veilig is. Ik denk dat daar momenteel nog heel grote stappen te zetten zijn. Maar misschien dat jij…
Steve Sel: Naar metaal is er altijd vraag. Dat is een feit. Als je het gaat hebben over plastics: je hebt de Packaging and Packaging Waste Regulation, die maakt dat producenten van verpakkingen een zekere recycled content moeten gaan gebruiken in hun nieuwe materiaal dat ze maken. Dus dat maakt ook wel dat die vraag toeneemt. Zal toenemen, want helaas is dat pas in 2030. Ja, het is weer opgeschoven, uiteraard. Het is wel een perspectief, want we kijken toch naar de toekomst nu en mogen we dat wel meenemen. Maar zoals ik erstraks al zei, je moet geen dingen gaan inzamelen waarvoor je vandaag geen marktvraag hebt, want dan steek je kosten in zaken die uiteindelijk niets gaan opleveren.
[27:17] Select4Care in de praktijk
Nele Roobrouck: Steve, ik denk dat ik mij tot jou mag richten over het Select4Care-project. Dat is een onderzoek, onder andere, als ik het goed voorheb, ook met Denuo. Dat toonde in operatiekwartieren aan dat je heel wat, een groot deel van het medisch materiaal, zoals je al gezegd hebt, na decontaminatie ook opnieuw kan gebruiken. Kan je wat meer info geven over het project? Hoe jij daarin stond en wat de gevolgen en de conclusies zijn?
Steve Sel: Ik heb al een paar flarden erover verteld. Dus dat ging ook over die extra fractie met dat waardevolle materiaal dat we uit het niet-risicohoudend halen, maar dus ook bijvoorbeeld die schaartjes en zo uit het risicohoudend. Evengoed die staplers waar we het over hadden, die vandaag bij het risicohoudend belanden. Dus het kan eigenlijk een mix zijn van die beide. En het voornaamste wat ik erover kan vertellen, is dat we eigenlijk na een proces van een jaar, waarbij we in gesprek zijn gegaan met alle partijen in die keten, inclusief de producenten, de afvalophalers en verwerkers, de sociale economie en uiteraard ook de ziekenhuizen, discussie hebben gehad over NRMA, RMA. Wat moeten we ermee doen? Wat zijn de mogelijkheden? Wat is haalbaar in het ziekenhuis? Plaats is duur in een ziekenhuis. Ze hebben niet zoveel plaats altijd op die afdelingen. Tijd is een ander aspect dat belangrijk is. Zorgpersoneel moet zich vooral kunnen focussen op zijn zorgtaak en niet op het gaan sorteren van die dingen. Dus vandaaruit zijn wij uiteindelijk gegroeid richting pilootprojecten die onder andere gelopen hebben in het ZAS-ziekenhuis, Ziekenhuis aan de Stroom in Antwerpen, de Cadix-campus. En de vraag is dan ook hoe je dat personeel meekrijgt in dat verhaal. En ik moet zeggen dat we daar echt heel aangenaam verrast waren. We zijn gaan kijken naar het OK. Op een OK ontstaat 25 tot 30 procent van het afval in een ziekenhuis. Dus daar zijn eigenlijk de meeste winsten te boeken. En direct daar op dat OK, die mensen hadden er echt oren naar, die wilden mee in dat verhaal. Die sorteren thuis en in het ziekenhuis zien die dat ook allemaal gebeuren. Dus de dag van vandaag begint dat moeilijk te liggen bij mensen gewoon. En dus hebben we daaraan samen richting die oplossing gewerkt. Ze hebben daar materialen bijgehouden van een OK van een dag. Dat is uitgestald geweest op de grond. Zijn we daarmee met experten van Renewi, iemand van Denuo, gaan kijken: wat zijn hier nu waardevolle materialen om te gaan inzamelen, om toch een eerste screening te doen? Als er geen afzet voor is, dan is dat ook niet nodig. Uiteindelijk zijn we daar dan inzamelinstructies gaan opstellen voor het personeel. Die hebben dat twee weken uitgevoerd, getest, en die reacties waren echt uitermate positief. En dat was ook werkbaar. En uiteindelijk zijn we ook nog gecontacteerd geweest door Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam. Die hadden gehoord van ons project. En die hebben het pilootproject eigenlijk nog gekopieerd, ook twee weken bij hen in het OK-complex. En ze hebben die conclusies ook kunnen meenemen. En ja, er is hier en daar nog wel verfijning nodig van de aanpak. Ieder ziekenhuis heeft ook zijn specifieke kenmerken. Daar moeten we nu wel nog verder aan gaan werken, omdat je ook dat concept wil uitbreiden naar andere ziekenhuizen. Je wil ook andere afdelingen mee in dat verhaal krijgen. Dat is nu iets waar we naar kijken in de toekomst.
Evelien Kieckens: Ja, ik denk inderdaad, Steve, wat jij aangeeft. De wil van de mensen op de vloer is er absoluut om mee te gaan sorteren, om beter te gaan doen dan ze het al jaren deden. Het is alleen de grootste uitdaging in de praktijk om dat soort dingen te doen. En als je inderdaad één soort bak kan voorzien waar heel wat verschillende materialen in kunnen, dan is dat voor die mensen ook top, want wij hebben nergens ruimte om nog zes, zeven bakken te gaan bijzetten. Tijd noch de moed om het dan ook nog eens correct te gaan doen. Dus op die manier kan zoiets echt werken, denk ik.
Steve Sel: Ik hoorde gisteren nog iemand die ik ken, die vorige week een ingreep had ondergaan en die wist dat ik hiermee bezig was. En die was er met mensen van het zorgpersoneel over aan de praat geraakt. Die waren dolenthousiast over het verhaal dat ze daar kregen. En die begonnen spontaan te laten zien wat er allemaal werd weggegooid. Dus dat zegt echt genoeg.
Evelien Kieckens: Ja, het leeft echt bij de mensen.
[31:47] Cijfers over afval en klimaatimpact
Nele Roobrouck: Laat ons nu de stap maken naar het beleid, natuurlijk. Want het moet ook leven bij het beleid, bij de ministers, bij de overheidsdiensten. Maar toch zou ik eventjes nog willen teruggaan naar een cijfer. Als je naar de duurzame zorg kijkt, dan denk ik, Evelien, dat je ongetwijfeld zegt: dit cijfer moeten jullie weten.
Evelien Kieckens: Misschien goed om te weten voor mensen die absoluut niet in de zorg staan, dat ons risicohoudend medisch afval 10 à 15 procent van de totale afvalstroom van het ziekenhuis is. En dat veroorzaakt wel ongeveer 50 procent van onze afvalkost. Dus dat is toch wel een hele grote impact als we daar op een andere manier mee kunnen omgaan.
Nele Roobrouck: Steve, heb jij een cijfer?
Steve Sel: Ja, ik denk er ook nog aan. Trouwens, ik heb neergeschreven in het eindrapport van dat Select4Care-project: de Europese gezondheidszorg, als we kijken naar het aandeel van de verschillende sectoren in de broeikasgasuitstoot, dan staat de gezondheidszorg voor 5 procent. Kijken we naar Vlaanderen, wij hebben een intense gezondheidssector die op dat vlak toch wel boven het Europese gemiddelde uitsteekt. Bij ons is dat zelfs 5,5 tot 7 procent. Dus dat zijn ook immense cijfers.
[33:05] Beleidsvoorstellen en ecodesign
Nele Roobrouck: Ja, inderdaad. We hebben het hier al heel vaak gehad over het beleid. Je hebt het Select4Care-project, je hebt de Green Deal. Ik zou toch graag van jullie enkele, niet eentje, maar enkele beleidsvoorstellen. We zeggen, als we aankloppen bij, of het nu minister Vandenbroucke is of een gewestelijke minister bevoegd voor gezondheid, te zeggen: ja, kijk, neem dit mee en dan ga je heel wat bereiken. Of ook een minister bevoegd voor klimaat, die de recyclage onder zich heeft.
Evelien Kieckens: Een eerste superbelangrijke, denk ik, waar heel veel winst te boeken is, is meer inzetten op preventie. Want elke zorg die je niet moet doen, is gewoon de duurzaamste oplossing. En dat ze op allerlei manieren mensen actief gaan educeren over bepaalde dingen. Denk ook maar aan het correct gebruik van bepaalde materialen. Minder materiaal gebruiken is nu eenmaal duurzamer dan het gaan gebruiken en dan moeten gaan recycleren. Ik denk dat dat eentje is.
Steve Sel: Dat is ecodesign. Daar kan je nog een aantal dingen op sommen. Dat je eigenlijk materialen gaat gebruiken die ook frequent gebruikt worden. Dus dat je er meer in gaat standaardiseren, dan elk product uit iets anders gaan maken. Dat maakt het ook gemakkelijker richting de sortering. Data voorzien vanuit de producenten over waaruit iets gemaakt is. Zorgen dat dingen demonteerbaar zijn en niet in elkaar verweven in datzelfde product.
Nele Roobrouck: De batterij die je gaat uithalen.
Steve Sel: Ja, en zo zijn er nog wel een paar dingen te bedenken. Dus ecodesign in het algemeen.
Evelien Kieckens: Ja, dus echt die verantwoordelijkheid ook bij de producent gaan leggen. Je moet al beginnen met een goed design en dat heel de keten verder trekken, zodat het op een goede manier kan gebruikt worden, maar na gebruik op een goede manier bijvoorbeeld gedemonteerd kan worden. Mogelijk, in plaats van echt naar recycling te gaan, kunnen we zelf nog een stap hoger gaan en kunnen we het misschien gaan remanufacturen, zodat we het opnieuw kunnen gebruiken. Dat zou ook een mogelijkheid zijn. Dus dat we echt proberen om zo weinig mogelijk van dat materiaal te gaan verspillen, want dat doen we nu wel heel veel nog.
[35:04] Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
Nele Roobrouck: Ik ga eventjes bij jou komen, Steve. Ik heb al heel vaak het woord producentenverantwoordelijkheid gehoord.
Steve Sel: Ik dacht: ik ga het nu nog eens zeggen.
Nele Roobrouck: Jawel, zeg het gerust. En ik denk dat het wel eens mag gezegd worden, want ik denk dat daar echt wel iets aan te doen valt.
Steve Sel: Het zou ook duidelijkheid scheppen. Dus die producentenverantwoordelijkheid, daar hebben we het ook over: dat ecodesign. Dus dat de producent eigenlijk verantwoordelijk wordt voor end-of-life van hun producten. Dus het afval dat ontstaat. We kennen dat ook uit andere sectoren. Denk aan Recupel, bijvoorbeeld. Ze kunnen dat ook collectief organiseren. Maar dus eigenlijk die hele keten mee inbedden. Dus als we die producenten mee hebben in dat verhaal en die laten die informatie ook doorstromen over waaruit die artikelen gemaakt zijn, dan kan iedereen beter gaan werken. En dan zal het eindresultaat ten goede komen.
Nele Roobrouck: Als ik denk aan andere stromen, bijvoorbeeld textiel, dan zie je een UPV, de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, wel al ontstaan. Zijn er dan nog geen teksten op Europees niveau die circuleren rond het medische? Of is dat een sector die altijd achterop hinkelt?
Evelien Kieckens: Ja, niet achterop hinkelt, maar wel de sector die altijd uitzonderingen krijgt op Europese regelgeving. Er zijn altijd speciale, om het zo te noemen, in de medische sector. Als we kijken bijvoorbeeld naar de Packaging and Packaging Waste Regulation, valt de primaire verpakking van die producten daarbij niet onder. Om maar te zeggen: er zijn altijd heel veel aanpassingen die ervoor zorgen dat die medische sector of farmasector uitgezonderd is, waardoor we net altijd wel achterop hinkelen als het over duurzame aanpassingen gaat.
Steve Sel: Een ander mooi voorbeeld zijn de weekmakers in kunststoffen, die niet meer mogen gebruikt worden, maar daar heeft de gezondheid, de farma, wel een uitzondering op. Misschien ook deels terecht, want we spelen wel met mensenlevens. Maar ik hoor ook dat er ondertussen alternatieven zijn die misschien soms iets duurder zijn. Maar moeten we dan niet toch die overwegingen een keer maken?
Evelien Kieckens: Ja, wat we natuurlijk hebben, is dat die farmabedrijven heel vaak grote multinationals zijn. En als die dan een hoofdzetel hebben in de USA, daar ligt de situatie momenteel wat anders en is de focus op duurzaamheid nu toch wel wat veranderd met de huidige president. Dus dat speelt daar ook zeker een rol in, waardoor zij bepaalde transformaties momenteel wat moeilijker kunnen doorvoeren.
Steve Sel: En ook de claims, hè, als het eens een keer misloopt. Dus daar is men wel heel voorzichtig mee. Wat ook te begrijpen is. Maar we moeten vooruit.
[37:46] Gezamenlijke inzameling en logistiek
Nele Roobrouck: Inderdaad, we moeten vooruit. Als we het nog eventjes hebben over de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, hoe we het eventueel naar inzameling kunnen organiseren?
Evelien Kieckens: Ik denk dat we moeten gaan voor een mogelijkheid waarbij je bijvoorbeeld één white box hebt, een white-labelbox, zeg maar, waar materiaal van heel veel verschillende producenten in kan terechtkomen, zodat we ook vermijden dat er allemaal individuele stroompjes gaan ontstaan. Want ja, naar logistiek en naar tijdsbesteding en naar ruimte is dat zeker niet optimaal. Maar als we veel dingen samen kunnen inzamelen, kan dat wel veel efficiënter, denk ik.
Nele Roobrouck: Ik zie Steve knikken.
Steve Sel: Dat is eigenlijk het Select4Care-verhaal.
Nele Roobrouck: Voilà, dus we hebben eigenlijk al het…
Steve Sel: We zijn eraan aan het werken.
[38:28] Conclusie en afsluiting
Nele Roobrouck: Voilà, inderdaad. En met dit positieve gegeven kunnen we eigenlijk stellen dat we de ronde hebben gedaan van dit thema. En we zijn dan ook aan het einde gekomen van deze aflevering van Trash Talks. Wat eigenlijk vandaag voor mij duidelijk is geworden, is dat duurzaamheid, circulariteit en patiëntveiligheid ook wel zullen samengaan. Hier en daar moeten we zeker en vast nog wat schaven. Maar de fundamenten zijn gelegd, de zaadjes zijn gezaaid en ik zie Steve knikken: laat ons verdergaan. En de ziekenhuizen staan er vooral voor open. En dat is eigenlijk wat het belangrijkste is, is dat de mensen op de werkvloer, de mensen, de zorgkundigen, de verpleegkundigen die in het OK zitten, ook wel zien dat daar een heel groot draagvlak is. Ik dank Steve, ik dank Evelien voor dit aangenaam gesprek en bedankt om te luisteren naar Trash Talks. Tot de volgende aflevering.

Vereniging Afvalbedrijven
BRBS Recycling



