Kan statiegeld op batterijen er dan voor zorgen dat consumenten zich correcter ontdoen van hun lithium-ion batterijen? FEAD, de Europese Vereniging voor Afvalbeheer, is alvast voorstander van een financiële terugbetalingsstimulans voor batterijen wanneer dit aantoonbaar branden voorkomt, de gescheiden inzameling verbetert en kritieke grondstoffen binnen de Europese circulaire economie houdt. Het model waaraan FEAD de voorkeur geeft, is een door de EU voorgeschreven, nationaal geïmplementeerd, op de industrie gebaseerd statiegeldsysteem, georganiseerd in samenwerking met bestaande structuren voor producentenverantwoordelijkheid en ontworpen als aanvulling op bestaande inzamelingsnetwerken voor batterijen en AEEA.
FEAD erkent dat de lidstaten reeds beschikken over inzamelingssystemen voor batterijen, die worden gefinancierd en georganiseerd via EPR-regelingen en gebaseerd zijn op terugname door detailhandelaren en gemeentelijke inzamelpunten. Deze systemen moeten worden behouden en versterkt. Uit de beschikbare gegevens blijkt echter dat ze niet volstaan om te voorkomen dat een aanzienlijk deel van de batterijen in de verkeerde afvalstromen terechtkomt. Een Franse ADEME studie schat dat 7.575 ton draagbare batterijen terechtkomt in de Franse gemeentelijke afvalstromen (waaronder in recyclebaar afval, in gemengd gemeentelijk afval en in recyclingcentra). De hoeveelheid draagbare batterijen die in gemeentelijk afval wordt aangetroffen, komt overeen met 20,4 % van de gemiddelde hoeveelheid draagbare batterijen die in de periode 2022-2024 op de Franse markt is gebracht.

Op EU-niveau merkt Eurostat op dat er in 2022 244 kt draagbare batterijen op de EU-markt zijn gebracht, terwijl slechts 111 kt voor recycling werd ingezameld, wat neerkomt op een inzamelingspercentage van 46%. De Batterijverordening schrijft nu inzamelingspercentages van 63% tegen 2027 en 73% tegen 2030 voor draagbare batterijen voor. Veel lidstaten blijven ver achter bij de toekomstige inzamelingsdoelstelling voor draagbare batterijen, en dit mag niet worden opgelost door louter de berekeningswijze van de inzamelingsdoelstellingen te wijzigen, maar door een daadwerkelijke versterking van de inzamelingssystemen. Een financiële stimulans is daarom nodig, niet omdat de bestaande systemen moeten worden vervangen, maar omdat ze moeten worden versterkt met een gedragsstimulans die consumenten begrijpen.
FEAD beveelt aan dat een statiegeldsysteem zowel draagbare batterijen als LMT-batterijen omvat, met inbegrip van batterijen die in elektrische en elektronische apparatuur (EEE) zijn ingebouwd. Dit is de meest samenhangende reikwijdte voor communicatie naar de consument, het behalen van inzamelingsdoelstellingen en het voorkomen van brandgevaar. Lithium-ion batterijen zijn momenteel de belangrijkste oorzaak van brandgevaar in het afvalbeheer vormen. Van consumenten kan echter niet worden verwacht dat zij het onderscheid zien tussen de verschillende chemische samenstellingen. Een statiegeldsysteem moet ook ingebouwde batterijen en relevante kleine AEEA omvatten, en consumenten belonen voor het inleveren van het complete product wanneer de batterij is ingebouwd of niet veilig kan worden verwijderd, om prikkels voor onveilige demontage te voorkomen. Deze aanpak resulteert in een eenvoudige boodschap aan de consument: lever batterijen en producten die batterijen bevatten in bij erkende inzamelpunten – gooi ze nooit weg bij het restafval of bij recyclebare materialen.

Om te voorkomen dat oude batterijen nog jarenlang in lades, garages, kantoren en in de AEEA-stromen blijven liggen en alsnog een brandrisico vormen, moeten ze ook opgenomen worden in een toekomstig statiegeldsysteem. Die noodzaak wordt nog versterkt door het fenomeen van ‘hamsteren’. Uit een Luxemburgs onderzoek bleek dat 72% van de burgers thuis enige hoeveelheid AEEA bewaarde, en ongeveer de helft van deze burgers antwoordde dat deze AEEA hoogstwaarschijnlijk nog steeds batterijen bevatte. Ondertussen schat een studie in Oostenrijk dat het gemiddelde huishouden 21 lithium-ion batterijen bezit. De proefregeling in Feldbach voor grote lithium-ion batterijen in Oostenrijk is in deze context relevant. Een tegoedbon van 10 euro voor ingeleverde ‘vuistgrote’ lithium-ion- of apparaatbatterijen leidde tot inzamelingsvolumes die vier keer zo hoog waren als het voorgaande jaar en in naburige gemeenten.
Nog een laatste bedenking over traceerbaarheid. FEAD erkent dat er reële frauderisico’s bestaan, vooral wanneer de stimuleringsbedragen hoog zijn. Deze risico’s zijn echter beheersbaar als het systeem vanaf het begin correct is ontworpen. Elke producent, importeur, of verkoper die batterijen of producten die batterijen bevatten op de EU-markt brengt, moet geregistreerd zijn bij een conform statiegeldsysteem. Voor nieuwe batterijen moet het systeem gebaseerd zijn op een duurzame identificatie van de batterij. Afhankelijk van de categorie kan dit bestaan uit het DRS-logo en de categoriemarkering, het serienummer of de partijcode, of – indien beschikbaar – de gegevens uit het batterijpaspoort voor LMT-batterijen. Per definitie zijn oudere batterijen niet voorzien van dergelijke markeringen. Het accepteren van oudere batterijen is noodzakelijk, maar mag geen achterdeurtje worden voor het invoeren van afgedankte batterijen in het systeem. Voor oudere batterijen moet daarom een gemaximeerde of gedifferentieerde stimulans gelden en moeten ze aan een strengere validatie worden onderworpen.