Als het brandt in de sector, is de kans groot dat een lithium-ion batterij vandaag de boosdoener is. Of toch als dusdanig wordt aangewezen. Lithium-ion batterijen worden immers steeds vaker teruggevonden in het restafval, tussen papier- en kartonstromen of bij het verpakkingsafval. Stromen waar ze helemaal niet in thuis horen. Wanneer deze batterijen worden verpletterd, samengeperst, versnipperd of op een andere manier mechanisch belast, kunnen ze ontbranden en een thermische runaway veroorzaken. In dit dossier onderzoeken we of statiegeld een oplossing kan vormen. Maar eerst schetsen we het kader van deze problematiek die steeds grotere proporties aanneemt.
Batterijbranden zijn niet voorbehouden aan de lage landen. Hoewel er hier geen statistieken worden bijgehouden over de oorzaak van een brand in de recyclingsector, zien we met de opmars van de lithium-ion batterij ook het aantal branden steeds toenemen. Niet alleen hier. Uit de door de afvalverwerkingssector verzamelde gegevens blijkt dat dit al een Europees probleem is:
Deze branden doen zich voor in de gehele afvalwaardeketen, niet alleen in batterij- of AEEA-verwerkingsinstallaties. Ze treffen afvalinzamelingsvoertuigen, overslagstations, sorteercentra, recyclingbedrijven en de verwerking van restafval. De uitdaging is dat het zoeken is naar de figuurlijke speld in de hooiberg. Ze zijn moeilijk op te sporen in een afvalstroom die van nature al heterogeen is. Zelfs goed uitgeruste installaties hebben er moeite mee wanneer batterijen met een hoge energiedichtheid vermengd raken met droge en zeer brandbare materialen zoals papier, kunststoffen of textiel. Recente gegevens over de sortering van restafval illustreren deze trend nog eens extra. Uit een Oostenrijkse sorteercampagne is gebleken dat het aandeel van batterijen in restafval is gestegen van 0,05% in gewicht in 2016 naar 0,09% in 2025/2026, terwijl het aandeel van lithium-ion batterijen is gestegen van 0,002% naar 0,013%. Per eenheid steeg het aantal aangetroffen batterijen van 20 stuks per ton tot meer dan 48 stuks per ton, terwijl het aantal op lithium gebaseerde batterijen toenam van 2 stuks per ton tot meer dan 8 stuks per ton. In één vrachtwagen met restafval van 8,5 ton werden 252 batterijen aangetroffen, waaronder 28 op lithium gebaseerde batterijen.

Evenzo werden tijdens een live AI/röntgenproef in een sorteerinstallatie voor lichte verpakkingen, die ongeveer 20 ton per uur verwerkt, in 45 minuten 70 potentieel gevaarlijke voorwerpen gedetecteerd, wat neerkomt op ongeveer 4,7 gevaarlijke voorwerpen per ton, of één voorwerp elke 38 seconden. De voorwerpen omvatten losse batterijcellen en consumentenproducten die batterijen bevatten, zoals oordopjes, elektronisch speelgoed, tandenborstels, gamecontrollers, scheerapparaten en andere kleine apparaten. Met andere woorden, het risico op batterijbranden geldt per eenheid, niet per ton. Zelfs zeer kleine hoeveelheden batterijen in gemengde afvalstromen kunnen onevenredig grote operationele en veiligheidsrisico’s opleveren.
De economische gevolgen zijn ernstig. De kosten van brandincidenten in AEEA-verwerkingsinstallaties worden geschat op 190.000 tot 1,3 miljoen euro per incident, en de Irish Waste Management Association schat dat branden veroorzaakt door batterijen in vuilniswagens of bij recyclingcentra in Ierland haar leden vorig jaar 50 miljoen euro hebben gekost. Bovendien kan brandpreventieapparatuur tot 20% van de totale kosten van nieuwbouwprojecten uitmaken. Afvalverwerkers worden ook geconfronteerd met hogere verzekeringspremies, weigering van dekking of verlies van verzekerbaarheid.